Psalm 50 vers 8-14: Over offeren gesproken
29/11/2019

Psalm 50 vers 8-14: Over offeren gesproken

Passage: Psalm 50:8-14

Niet om uw offers zal Ik u straffen,
want uw brandoffers houd Ik voortdurend voor ogen.

Toch hoef Ik uit uw huis geen jonge stier te nemen
of bokken uit uw kooien,

want al de wilde dieren in het woud zijn van Mij,
de dieren op duizend bergen.

Ik ken alle vogels van de bergen,
het wild van het veld is bij Mij.

Als Ik honger had, Ik zou het u niet zeggen;
want van Mij is de wereld en al wat zij bevat.

Zou Ik stierenvlees eten
of bokkenbloed drinken?

Offer dank aan God
kom aan de Allerhoogste uw geloften na.

Psalm 50:8-14

Over de offeren gesproken
U mag het best weten: De voorbereiding voor dit gedeelte vond ik best lastig. Zeker wanneer je het laatste vers even buiten beschouwing laat.

Maar we moeten eerlijk zijn en ook dit aspect van het Woord van God eerlijk behandelen.

De hele Bijbel door lezen we over offers die aan God gebracht werden. Dat begint letterlijk in Genesis en eindigt in Openbaringen. De Heere geeft ook bijna talloze malen instructies aan het volk Israel op welke wijze de offers gebracht moeten worden. Niet alleen voor wat betreft de verschillende offers die gebracht moesten worden, maar eveneens de manier waarop dat plaats moest vinden.

We moeten haast wel, samen met Israel, concluderen dat God Zelf bijzonder belang hecht aan de offerdienst. Israel volgde deze instructies en offerdienst veelal ook nauwgezet op. Lees bijvoorbeeld de eerste vijf boeken van Mozes, de Thora, er maar eens op na.

In het gedeelte dat we vandaag behandelen, lezen we ook dat God het volk Israel niet zal straffen om hun offers, want Hij ziet hun offers voortdurend.

Maar het lijkt er op dat het volk Israel in het uiterlijk van het brengen van offers was blijven hangen. En dat Hij eigenlijk wel dankbaar moest zijn met de offers die het volk bracht.

In de volgende verzen herinnert de HEERE het volk er echter aan wat de werkelijke situatie is. Alle dieren die geofferd werden waren van Hem. Zij gaven dus niets van zichzelf weg. En het lijkt er op dat het volk in de rituelen van de offerdienst was blijven hangen. Het uiterlijk.

Maar God heeft geen enkele behoefte aan uiterlijkheden. Hij is op zoek naar het innerlijk van het volk Israel. Naar het hart van Zijn volk. Let maar op het laatste vers dat we gelezen hebben:

‘Offer dank aan God, kom aan de Allerhoogste uw geloften na.’

Blijkbaar was het volk Israel door de drukte van de offerdienst en het steven naar het nauwgezet brengen van de uiterlijke offers, voorbijgegaan aan de werkelijke betekenis van haar offerdienst:

‘Offer dank aan God, kom aan de Allerhoogste uw geloften na.’

De God van Israel heeft geen enkele behoefte aan uiterlijkheden. Toen niet en ook nu niet. Niet van Israel. Toen niet en nu niet. En niet van ons, jou en mij. Toen niet en nu niet.

Ook het Israel van nu, de orthodoxe jood, zoekt het in uiterlijkheden en rituelen, maar we moeten helaas constateren dat het buiten het Offer om gaat. Maar laten wij, christenen van de 20ste eeuw en alle voorgaande eeuwen, ons er maar direct bij insluiten.

Uiterlijkheden in het gewone dagelijkse leven, waarin we ons veelal proberen voor te doen als nette christenen. We bouwen geweldige tempels voor Hem, kerken en kathedralen, er worden prachtige collecten gehouden… Allemaal voor Hem… We geven onze tienden…

‘Hoe zo onze’ zou ik willen zeggen. God zegt immers ‘Van mij is het zilver en van Mij is het goud’. Niets, is er van jou en mij bij. Zelfs ‘jouw’ portemonnee en bankrekening niet.

Net zoals Hij zegt in de verzen die we gelezen hebben ‘Van Mij zijn alle dieren’. Er is niets van jou en mij bij… En dan nog scherper zegt God… Denk je dat Ik er als het ware op zit te wachten dat je Mij deze uiterlijke offers brengt?

Als Ik honger had, Ik zou het u niet zeggen;
want van Mij is de wereld en al wat zij bevat.
Zou Ik stierenvlees eten
of bokkenbloed drinken?

God vraag om het innerlijk van Israel, om het hart van Israel. Maar ook om jou en mijn innerlijk, jou en mijn hart. God heeft aan het uiterlijk niets, wanneer het niet vanuit je innerlijk komt. Dat is ook de boodschap van Psalm 50.

Laten we als afsluiting een aantal Bijbelgedeelten met elkaar lezen wat de ware offerdienst is:

In Hosea 6 vers 6 lezen we:

Want Ik vind vreugde in goedertierenheid en niet in offer, in kennis van God meer dan in brandoffers!

En in de volgende verzen leer de Heere Jezus onszelf:

- Matt. 9:13

Maar ga heen en leer wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer;

- Mattheus 5 vers 23 en 24

Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar bij het altaar achter en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave.

En verder lezen we:

- Rom 12 vers 1

Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.

- Efeze 5, vers 2

en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.

- Hebreeën 10 vers 5-9:

Daarom zegt Hij bij Zijn komst in de wereld: Slachtoffer en graanoffer hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam gereedgemaakt.
Brandoffers en offers voor de zonde hebben U niet behaagd.
Toen zei Ik: Zie, Ik kom – in de boekrol is over Mij geschreven – om Uw wil te doen, o God.
Daarvoor had Hij gezegd: Slachtoffer en graanoffer en brandoffers en offers voor de zonde hebt U niet gewild en zij hebben U niet behaagd, hoewel zij overeenkomstig de wet worden gebracht.
Daarna sprak Hij: Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg om het tweede daarvoor in de plaats te zetten.

- Hebreeën 13, vers 16

En vergeet het weldoen en het onderlinge hulpbetoon niet, want aan zulke offers heeft God een welgevallen.

God ziet onze ‘offers’ tussen aanhalingstekens wel, want dat is ook wat Hij de Israëlieten liet weten. Die offers zijn elke dag voor Hem, Hij hoort ze en begrijpt dat er wel een verlangen naar Hem is.

Maar Hij wil bovenal, en daar gaat het Hem om dat we over die offers heen kijken en leren begrijpen wat het hart is van een omgang, een relatie Hem. Hij wil jou en mij. Helemaal!

Muziek
Lofoffers brengen wij aan u

Tekst
Lofoffers brengen wij aan U
in uw huis, o Heer.
Lofoffers brengen wij aan U
in uw huis, o Heer.
En wij brengen aan U
een offer van dankzegging.
En wij brengen aan U
een offer van vreugd'!
Lofoffers brengen wij aan U
in uw huis, o Heer.
Lofoffers brengen

Bron: Musixmatch

 

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

EN / NL