Chanoeka en het doel van het leven

Vlak voordat ik naar mijn werk ga doe ik de televisie aan. Wat slaperig begin ik te zappen tot ik bij het ochtendjournaal ben beland. Zonder echt goed na te denken besluit ik niet verder te zappen, maar het leed van de wereld aan mijn ogen voorbij te laten gaan.
Soms vraag ik mijzelf weleens af wat ik in deze ellendige en soms zo duistere wereld kan betekenen. Een lied van de Joods-Messiaanse zanger Paul Wilbur klinkt in mijn achterhoofd. ‘We were born in a time of trial, we were born on a battlefield. We were born for such a time as this’.
Deze woorden doen mij denken aan de woorden die Mordechai tegen zijn nichtje Esther sprak: ‘Wie weet of jij niet juist voor een tijd als deze tot deze koninklijke waardigheid gekomen bent’, zegt hij in hoofdstuk 4:14 tegen Esther. In die tijd zag het volk Israël de dood in de ogen.
Hetzelfde zei Mattathias toen hij het leed van zijn volk zag: “Wee mij, waarom ben ik daartoe geboren, om te zien de overlast van mijn volk, en de overlast van de heilige stad, en om daar te zitten, daar ze overgegeven is in de hand van vijanden.” (1 Makkabeeën 2:7)

MATTATHIAS DE HASMONEEËR
Mattathias de Hasmoneeër was een priester en diende in de Tempel in Jeruzalem. Toen Mattathias het leed van zijn volk zag kon hij niets anders doen dan zijn kleren scheuren en rouwen. Wat doen wij als wij leed in onze omgeving zien? Gaan wij ook rouwen, vasten en bidden of laten wij dit alles aan ons voorbij gaan?Mattathias was een man die daden verbond aan zijn woorden. Het was namelijk zo dat op een dag afgezanten van Antiochus naar de verblijfplaats van Mattathias kwamen. Zij moesten het volk van het plaatsje Modeïn hun geloof in God ontzien en er op toezien dat men daar offers aan de afgoden bracht.
Mattathias deinsde niet terug en riep stellig uit dat hij hier niet mee akkoord ging en dat hij trouw zou blijven aan het verbond van God. Hij zou trouw blijven aan Gods Thora en voorschriften.

DE OPSTAND VAN DE MAKKABEEËN
Op het moment dat Mattathias deze woorden net had uitgesproken stapte er een Joodse man naar voren die een onrein offer wilde brengen op het altaar. Mattathias werd zo ontzettend boos dat hij de Jood op het altaar neerstak. Ook doodde hij alle afgezanten van de koning.
Hij riep tot het volk: “Laat iedereen die zealous is voor de Thora en die trouw blijft aan het verbond, mij volgen”. Met deze woorden begon de Makkabeese opstand tegen het Hellinistische bewind van Antiochus.

AFGODERIJ
Wat Mattathias deed is te vergelijken met wat Pinchas deed (Numeri 25). Het was deze Pinchas die net als Mattathias priester was en het kwaad uit Israël verdreef door een zelfde radicale daad. Hij stak een speer door een Jood heen die gemeenschap had met een Moabitische vrouw.
Deze vrouwen lieten het volk in opdracht van koning Balack tot afgoderij keren. Beide priesters waren zealous voor God. Met zealous wordt een ijverigheid naar de Thora bedoeld.

DE THORA: MEER DAN EEN WETBOEK
De Thora is meer dan een wetboek dat God aan Mozes op de berg Sinaï heeft gegeven. Het woord Thora wordt dan ook onterecht met het woord ‘wet’ vertaald. Thora betekent veel meer ‘instructie’ of ‘onderwijzing’ en komt van het Hebreeuwse woord yarah. Dit woord betekent ‘een pijl afschieten en het doel raken’.
De Thora bestaat uit 613 mitzvot (= geboden), maar ook de betekenis van mitzvot gaat een stuk dieper dan de vertaling ‘geboden’. Mitzvot komt namelijk van het woord tzavta, wat ‘toetreden’ en ‘hechten’ betekent, waarmee door het doen van deze mitzvot een persoonlijke hechting en relatie ontstaat met de Schepper.
De Thora staat dan ook lijnrecht tegenover zonde, wat in het Hebreeuws ook ‘het doel missen’ betekent. Zonde heeft de tegenovergestelde uitwerking van Thora, omdat zonde de mens juist doet verwijderen van de Schepper. Door de radicale daad van Mattathias keerde hij zich af van de zonde van het volk en richtte hij zich op de Thora van God. Het was zijn zoon Jehuda de Makkabeeër die de opstand leidde.

JUDAS DE MAKKABEEËR LEIDT HET JOODSE VERZET
Het was Jehuda haMakabi (Judas de Makkabeeër), de zoon van Mattathias, die de opstand na zijn dood overnam. De duizenden opstandelingen werden naar Jehuda haMakabi vernoemd; de Makkabeeën.
De naam Makabi betekent in het Hebreeuws ‘hamer’ en geeft de kracht van het Joodse verzet aan. Ook staat de naam van Makabi voor de bekende zin die in Exodus 15:11 staat geschreven. “Mi Kamocha b’Elim, Adonai?” Ofwel: Wie is aan u gelijk onder de goden, Eeuwige?
De Makkabeeën herkenden dat zij niet enkel met aardse machten te strijden hadden, maar dat zij ook streden tegen afgodische, occulte machten die in een Hellenistische jasje gestoken waren. Vanuit de bergen voerden de Joden een oorlog tegen zowel de Grieken als tegen de Hellenistische Joden die door het afleggen van de Thora als verraders werden beschouwd.

HET LEGER VAN DE MAKKABEEËN
Het leger van de Makkabeeën was een minderheid, maar met de kracht van hun God niet minder sterk. Jehuda haMakabi wist dat hij alles in God vermocht en dit is een les voor ons allemaal. Soms zijn wij angstig of hebben wij moeilijkheden in ons leven te verduren. Putten wij op die moment ook kracht uit onze God, Hij als onze veilige vesting? En hoe vechten wij tegen de overheden en machten in de hemelse gewesten? Mogelijk kunnen wij hierin nog een hoop hamertje tik leren van Jehuda haMakabi. Laten wij niet meegaan met de afgoden van deze wereld, maar zelfs in de duisternis hopen op onze God. Misschien zijn wij geboren voor een tijd als deze om een licht te zijn in een wereld waar hoop ver te zoeken lijkt.

Bron: https://christenenvoorisrael.nl