Chanoeka en de kracht van het geloven

Hugo werd geboren in een warm en fijn Joods gezin in Berehovo, Tsjecho-Slowakije. Hij was dertien jaar oud toen hij met 10.000 Joden naar het ghetto van Berehovo werd gezonden. In mei 1944 werden hij en zijn vader aan het werk gezet terwijl zijn broer en opa direct naar de gaskamers werden gedeporteerd. Hugo belandde met zijn vader in het Lieberose-kamp om uiteindelijk met de dodenmarsen van Lieberose naar Mauthausen te worden overgedragen.

DE EERSTE AVOND VAN CHANOEKA
Het was tijdens de koude winter van 1944 dat Hugo in Lieberose een barak deelde met zijn vader. Ondanks de verschrikkelijke gebeurtenissen die het Joodse volk te verduren kreeg bleven velen vasthouden aan de Joodse religie en gebruiken. In die koude winter herinnerde één van hen die in de barak was dat het deze avond de eerste avond van het Chanoeka-feest was. De vader van Hugo kwam direct in actie en haalde een merkwaardig gevormd kleischaaltje tevoorschijn. Hij scheurde een stukje van zijn uniform af en maakte hier een lont van die hij dompelde in zijn kostbare, maar nu gesmolten rantsoen margarine.

Voordat hij de zegen kon uitspreken, liet Hugo een protest horen tegen deze verspilling van voedsel. De boter kon toch beter op een stuk brood worden gesmeerd dan het te verbranden? Op dat moment keek de vader van Hugo de jongen aan. “Hugo,” zei zijn vader, “jij en ik weten dat een persoon een lange tijd kan leven zonder voedsel. Maar Hugo, ik zeg jou, een persoon kan geen enkele dag leven zonder hoop. Deze menora is het vuur van hoop. Laat het niet uitdoven. Niet hier, nergens. Denk hier aan, Hugo.”

ONTSTAAN VAN CHANOEKA
Terug naar het ontstaan van Chanoeka. Het is onvoorstelbaar om te bedenken dat een klein leger van de Makkabeeën het voor mogelijk hield om een enorm Grieks leger te kunnen verslaan. Om hiertoe in staat te zijn dienden de Makkabeeërs een goede strategie te hebben, maar vooral geloof en vertrouwen in God. Rabbijn Moshe ben Maimonides, ook wel bekend als de Rambam, is één van de grootste rabbijnen en heeft veel invloed gehad op het jodendom. Zelfs op het jodendom van vandaag. Zo worden zijn dertien geloofsprincipes vandaag nog steeds aangehouden en nageleefd binnen het jodendom. Alle dertien principes beginnen met de zin ‘ik geloof met volledig geloof’, waarmee oprecht en diep innerlijk geloof en vertrouwen wordt uitgesproken.

“Een ieder die geloof heeft mag zich een gelovige noemen, maar niet van een ieder die een gelovige wordt genoemd kan worden gezegd dat hij vertrouwen heeft.”

KOMST VAN DE MESSIAS
Er is binnen het Jodendom een oprechte hoop naar de verlossing in de Messias. Zo spreekt het twaalfde geloofsprincipe uit: “Ik geloof met volledig geloof in de komst van de Messias, en zelfs als hij later komt, zal ik zijn komst iedere dag verwachten”, waarmee een verwachting in hoop wordt uitgesproken. De Rambam zei: “Een ieder die geloof heeft mag zich een gelovige noemen, maar niet van een ieder die een gelovige wordt genoemd kan worden gezegd dat hij vertrouwen heeft”. Hoe zit dat met jou? Kan jij jezelf als gelovige typeren die in alles vertrouwt op God? Vanuit dit vertrouwen wordt hoop geboren. Zo vertrouwde Abraham op God waardoor hij zijn zoon Izaak kon offeren. Volgens de Hebreeënbrief hoopte Abraham namelijk op God dat Hij hem uit de dood zou kunnen opwekken.

Hoe zit dat met jou? Kan jij jezelf als gelovige typeren die in alles vertrouwt op God?

CHANOEKA EN DE HOOP VAN HET JOODSE VOLK
Het verhaal van Chanoeka kan niet worden losgekoppeld van de hoop die leefde in de harten van het Joodse volk. Waar aan de ene kant een hoop Joden hun geloof achterlieten en ‘vergrieksten’, was er ook een groep die bleef hopen op verlossing. Dit verhaal is dan eigenlijk ook niets anders dan een afspiegeling van het Joodse volk door alle eeuwen heen. Door vast te blijven houden aan God en aan de Thora bleef het volk door alle verdrukking heen bestaan.
Zelfs als zij hun geloof moesten afzweren en zich gedwongen moesten bekeren bleven zij hopen op de verlossing. Dit met als gevolg dat zij werden gedood of zich bekeerden, maar in het geheim nog hun Joodse gebruiken bleven onderhouden. Deze standvastigheid, behoudendheid en hoop maakt dat het Joodse volk vandaag nog bestaat.

Deze standvastigheid, behoudendheid en hoop maakt dat het Joodse volk vandaag nog bestaat.

Door alle verdrukking heen, van Antiochus tot Hitler, blijft hoop bestaan. Zo is er een verslag van een voormalig Sonderkommando (voornamelijk Joden die moesten werken in de kampen) die beschrijft dat een groep Tsjechische Joden de poorten van de gaskamers van Auschwitz-Birkenau binnen kwam lopen met het Hatikva (wat nu het Israëlische volkslied is) op hun lippen. Terwijl zij zongen ‘O dan is onze hoop nog niet dood, de hoop die al tweeduizend jaar oud is’ werden zij geslagen door de bewakers van de Waffen SS.

Zo klinkt het Hatikva:

BOEK VAN DE MAKKABEEËN
Het was niet enkel Mattathias en Jehuda haMakabi die met geloof en hoop in hun hart de legers van Antiochus te lijf gingen. Het tweede boek van de Makkabeeën beschrijft in hoofdstuk 7 een verhaal van Channa die haar zeven zonen aanspoorde trouw te blijven aan de Thora en aan hun God. Door deze standvastigheid stierven zij de marteldood. Haar moed is vele Joodse moeders tot hoop en voorbeeld geweest wanneer zij zelf werden geconfronteerd met dezelfde keuzes.
Zo was er tijdens de Shoah (Holocaust) een andere Channa, Channa Szenes, die bereid was om te vechten voor haar volk. In 1939 had zij Hongarije verlaten om een nieuw leven op te bouwen in Israël. Toch meldde zij zich vrijwillig aan om terug te keren naar Hongarije en daar te vechten tegen de nazi’s. Uiteindelijk werd Channa opgepakt en gemarteld, maar ze bleef zwijgen tot de dood toe.

Gelukkig is de lucifer die wordt verteerd bij het aansteken van een vlam.
Gelukkig is de vlam die brandt in de verborgen hoeken van het hart.
Gelukkig is het hart dat sterk genoeg is om eervol te sterven.
Gelukkig is de lucifer die wordt verteerd bij het aansteken van een vlam.

Deze woorden van Channa Szenes leven vandaag nog door. Het zijn woorden die gaan over het Joodse volk, een volk dat leeft omdat zij niet meegaat met de winden van de wereld. Een volk dat in alle verdrukking blijft hopen, zelf als zij als een vlam moeten branden. Zou jij bereid zijn om te branden als een lucifer en zo hoop na te leven?

https://christenenvoorisrael.nl