Chanoeka en de overwinning op het duister

Een dikke sjaal doe ik om en een warme muts zet ik op om mij te weren tegen de kou. Hoe korter de dagen worden, hoe kouder het buiten wordt. Overal zoeken mensen bescherming en genegenheid door lichten te plaatsen in de huizen. Maar ondanks de vele lichten kan je jezelf soms wel als een blinde in de duisternis voelen. Wij hebben allemaal dat licht in onze ogen nodig om de levenswegen te kunnen bepalen.

Een Midrash (Joodse wijsheid) vertelt dat er eens een blinde man was die geen familie of vrienden had die hem konden ondersteunen in het dagelijkse leven. De blinde man kon de obstakels van de weg niet overwinnen. Op een nacht zagen zijn buren plotseling een lichtje de donkere straat oversteken. Zij sprongen uit hun stoel en kwamen naar de blinde man toe. “Waarom bent u hier helemaal alleen in de nacht met enkel een brandende kaars in uw hand?”. De blinde man antwoordde hen: “Door dit licht zien jullie wat ik niet kan zien om mij zo te kunnen helpen de obstakels op de weg te overwinnen”.

Door het licht kan de duisternis op je levensweg overwonnen worden, zelfs als je in je hart blind bent.

ANTIOCHUS EPHIPHANES ONTWIJDT DE TEMPEL IN JERUZALEM
Antiochus IV was duisternis en in zijn duisternis richtte hij zich tegen de God van Israël door het verbieden van Thora-onderwijs, de Joodse spijswetten, shabbat en de besnijdenis. Daarnaast verhief hij ook zichzelf tot god, door zichzelf Epiphanes te noemen. Epiphanes betekent namelijk ‘manifestatie van god’. Hij kreeg van velen echter de spotnaam Epimanes, de gestoorde, vanwege zijn gewelddadige acties. Maar naast deze gruweldaden plaatste hij ook een gigantisch afgodenbeeld van Zeus in de Tempel van God in Jeruzalem. De Tempel van God werd door dit afgodsbeeld en door de onreine offers die werden gebracht ontwijd.

CHANOEKA EN HET WONDER VAN HET KRUIKJE OLIE
Op het moment dat het leger van de Makkabeeën de oorlog wonnen kregen zij ook de Tempel in Jeruzalem in handen. De Talmoed vertelt dat de Makkabeeën bij het binnentreden van de Tempel slechts één kruikje olie vonden die niet verontreinigd was. Het kruikje met olie was echter maar voldoende voor één dag om de Menora te kunnen branden, maar toen gebeurde daar een wonder. Want met de olie uit dat ene kruikje kon de Menora voor maar liefst acht dagen branden! Een kleine hoeveelheid olie is voldoende om tot licht te zijn voor de eeuwigheid. Door dit licht werd de duisternis overwonnen; het huis van God werd weer ingewijd.

Een kleine hoeveelheid olie is voldoende om tot licht te zijn voor de eeuwigheid.

DE TEMPEL VAN SALOMO
De Menora was de kandelaar die altijd in de Tempel moest branden. De Menora heeft in totaal zeven armen en er stonden in de Tempel van Salomo maar liefst tien van deze gouden kandelaren. In totaal brandden er dus zeventig lichten in het huis van God. Het getal zeventig staat in het Hebreeuws voor de naties, waardoor Israël dus door het altijd laten branden van de Menora een licht was voor de volkeren. Zo profeteerde Jesaja in hoofdstuk 56:7 dat Gods huis een huis van gebed zal worden genoemd voor alle volken. Daarnaast vertegenwoordigde de Menora ook de aanwezigheid van God, en moest om die reden altijd branden.

Het goddelijke licht is symbool voor de wijsheid van Gods woord. “Want het gebod is een lamp (Menora) en de onderwijzing (Thora) een licht”, staat geschreven in Spreuken 6:23 en “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”, in Psalm 119:105. Doordat dit wonder plaatsvond kwam er dus weer ruimte voor Gods Thora en werd de tempeldienst weer ingewijd om hierin ook tot licht voor de volkeren te zijn. Gods licht en goedheid kon weer vanuit Jeruzalem gaan. En dit alles wordt gevierd op de 25e Kislev. Het is dan ook geen toeval dat het 25e woord in de Thora het woord ‘or’ is: licht!

Het getal zeventig staat in het Hebreeuws voor de naties, waardoor Israël dus door het altijd laten branden van de Menora een licht was voor de volkeren.

CHANOEKIA: KANDELAAR VOOR CHANOEKA
Mogelijk verbaast het je als ik zal vertellen dat er tijdens het feest van Chanoeka geen Menora wordt aangestoken. Dit lijkt niet in juist contrast te zijn aangezien de Makkabeeërs olie vonden om de Menora te laten branden voor acht dagen en niet een andere kandelaar. Toch is er voor Chanoeka een andere kandelaar met negen armen die centraal staat.
Deze kandelaar wordt de Chanoekia genoemd, met acht armen (elk voor één dag) en de negende arm staat in het midden. Deze wordt de shamasj genoemd, wat ‘dienaar’ betekent. Het is ook in het Hebreeuws de naam van de zon die de wereld met zijn licht en warmte dient. In Maleachi 4:2 staat geschreven: “Maar voor u die Mijn Naam vreest zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn”.
Vanuit rabbijnse literatuur wordt met deze tekst de link met de Messias gelegd. Is het niet de Messias, Yeshua (de Hebreeuws naam van Jezus) Die als Dienstknecht van God in Zijn offer en opstanding tot licht voor Israël en de volkeren was? In Hem werd de werkelijke duisternis waarvan de duisternis van Antiochus een afbeelding is overwonnen. Over de link tussen Chanoeka en de Messias zal het laatste kaarsje, de laatste overdenking gaan. De kaarsen van de Chanoeka worden van rechts naar links aangestoken en dienen elke dag op te branden.

Is het niet de Messias Die als Dienstknecht van God in Zijn offer en opstanding tot licht voor Israël en de volkeren was?

DE ONDERDELEN VAN EEN CHANOEKIA-KAARS
Volgens de joodse overleveringen wordt een Chanoekia-kaars gemaakt van drie onderdelen. Dat is Klie (een vat), Shemen (olie, olijfolie van de hoogste kwaliteit) en Petiela (pit van katoenen watten).
De kabbala (Joodse mystiek) beschrijft dat de Klie het symbool is voor ‘de wil om te ontvangen’. In de mens is dat de ego die de grenzen van het individu bepalen en bewaken. Hoe groter het vat, hoe meer olie er in kan stromen.
Deze olie, de Shemen, staat symbool voor de menselijke ziel. Het is de goddelijke vonk in ieder mens, en de potentie om licht te scheppen voor zijn omgeving.
De Petiela staat in de kabbala voor de menselijke intentie voor gebed en het zoeken naar God. De Petiela, de lont, bepaalt hoeveel en hoelang een kaars licht produceert. Jouw intentie bepaalt uiteindelijk hoeveel licht je in jouw wereld zal voortbrengen. Het licht van God verbindt ons met Hem, waar de duisternis ons van Hem scheidt.
Hoeveel Shemen, olie heb jij en hoe diep is jouw vat om meer olie toe te laten? Zoek jij God in gebed en overdenk jij Zijn woord zodat jouw kaars langer kan branden? Wij dienen licht in de duisternis te maken, maar dit kan enkel als wij door de Shamasj, de Dienstknecht, worden aangestoken. Onze harten moeten hierin wel zuiver en rein zijn.

https://christenenvoorisrael.nl