Poerim

Poerim is één van de Joodse feesten die niet door God Zelf wordt ingesteld in de Bijbel. Het is in het jodendom ontstaan als reactie op de wonderlijke geschiedenis zoals beschreven in het Bijbelboek Esther. 

En Haman zocht een manier om alle Joden, die in heel het koninkrijk van Ahasveros waren, het volk van Mordechai, weg te vagen. In de eerste maand, dat is de maand Nisan, in het twaalfde jaar van koning Ahasveros, wierp men het ‘pur’, dat is het lot, in de tegenwoordigheid van Haman, van dag tot dag en van maand tot maand, tot de twaalfde maand, dat is de maand Adar.
– Esther 3:7

Poerim en het verborgene
Met deze tekst uit het boek Esther verwacht je niet veel blijdschap. Toch is het tegendeel waar als het gaat om Poerim. Dit Joodse feest gaat over koningin Esther, Mordechai en de verlossing van het kwaad. Als je op deze dag in een synagoge komt dan zul je je ogen uitkijken en tegelijkertijd achter je oren krabben omdat je in een status van verwarring bent. ‘Is dit nou een Joods feest of ben ik op een Carnavalsviering terecht gekomen?’
Ja, geloof mij maar, het is een Joods feest! Maskers op en geschminkte wangen die de gezichten nog meer doen stralen. Zowel jong als oud gaan verkleed als Esther, Mordechai of wie dan ook. Op deze dag worden er hamantaschen (driehoeksvormige koekjes) gegeten en wordt er omgekeken naar arme mensen. Poerim is het feest waarin Israël haar masker af kon doen, daar waar al het verborgene zichtbaar werd.

Israels masker
Kort geleden werd er binnen Joodse gezinnen nog het Chanoekafeest gevierd. De gedachte aan de Tempel die door de Makkabeeën opnieuw werd ingewijd ligt nog vers in het geheugen. De geschiedenis van Poerim speelt zich af vóór deze gebeurtenis.
Het toont de tijd waarin het volk in ballingschap was nadat zij door zich te vermengen met de volkeren rondom hen, door goddeloosheid te bedrijven en door onderlinge verdeeldheid het land en de Tempel hadden verloren. In de diaspora assimileerden velen van het volk; Israël deed wederom zijn masker tegenover God op. In die tijd van ballingschap stond er een mooi Joods meisje op die koningin werd van Perzië.

Esther, hoop en verlossing
De naam van dit meisje was Hadassah, oftewel Esther. Esther woonde bij haar oom Mordechai, maar werd door koning Ahasveros uitgekozen als nieuwe koningin. Maar Esther was een Joods meisje die haar Joodse identiteit verborgen moest houden binnen het hof van de koning. ‘Esther’ is grammaticaal gezien dan ook afgeleid van het werkwoord hastir, wat ‘verbergen’ betekent.
Het is uiteindelijk deze Esther die door haar verborgenheid te onthullen de hoop is op verlossing voor geheel Israël. De rechterhand van de verborgen Aanwezigheid is het die deze verlossing brengt.

Het geworpen lot
Nadat Esther koningin was geworden stond er aan het hof van koning Ahasveros een kwade man op met de naam Haman. Deze man werd door de koning in zijn ambt verheven en vanuit zijn hebzucht verlangde hij er naar dat iedereen in het rijk voor hem zou buigen. Toch was er één iemand die dat weigerde… Mordechai! Op het moment dat Haman hier achter kwam schoot hij uit zijn slof en eiste hij de dood van Mordechai en zijn hele volk!
Het pur (= lot) wordt geworpen en Haman bedroog de koning met een list om op de eerstvolgende dertiende Adar in het gehele rijk het ‘Joodse probleem’ definitief op te lossen. Mogelijk doen deze woorden je denken aan de woorden van Hitler en de nazi’s die onder de term ‘Endlösung der Judenfrage’ het startschot gaven voor de genocide tegen het Joodse volk. Haman schuilde achter hetzelfde masker; Amalek.

De Jodenhater
Het boek Esther vertelt dat Haman behoorde tot het geslacht van de Amalekieten. Deze Amalekieten zijn verwant aan Esau (de broer van Jakob) en zijn de grootste vijanden van het volk Israël. God belooft in Zijn woord dat dit volk op een dag volledig zal worden uitgewist. Als herinnering hieraan wordt voordat een Torah-rol geschreven wordt de naam ‘Amalek’ opgeschreven om hem vervolgens door te krassen.
Als het verhaal van Poerim in de synagoge wordt gelezen en de naam ‘Haman’ wordt genoemd breekt er een enorm kabaal uit van stampende voeten en kletterende ratels om zo zijn naam uit te wissen.
Haman staat voor veel meer dan enkel de bad guy. Hij vertegenwoordigt de geest van Amalek die er al eeuwen op uit is om het volk Israël te vernietigen. Of dit nou de inquisitie door de Rooms-Katholieke kerk was of het bewind van Hitler; het gaat allemaal om één en dezelfde tegenstander van God. Het is een voortdurende strijd die zich dagelijks afspeelt.

Met het oog op deze tijd
Toen Mordechai te horen kreeg wat Hamans snode plan was hulde hij zich in rouwklacht en richtte zich tot Esther. Zij stond namelijk dichtbij de koning; ‘zij kon de koning wel ompraten’, moet hij hebben gedacht. Dit was niet zo makkelijk, maar een echte geloofsdaad, want in die tijd van het rigide hofritueel was het gevaarlijk om ongenodigd de troonzaal binnen te stappen. In geloof drong Mordechai Esther erop aan: ‘met het oog op deze tijd heb jij de koninklijke waardigheid verkregen (Esther 4:14)’.
De kracht en het inzicht van Esther was onmetelijk op het moment dat ze akkoord ging. Ze stelde voor dat op het moment dat zij de koning nadert het hele Joodse volk voor drie dagen moest vasten. Het volk deed zijn masker af en keerde zich tot God. Dit vasten wordt vandaag nog steeds gedaan en wordt Ta’anit Esther genoemd.

Richt je op God
Esther begreep dat enkel door je op God te richten dit kwaad verslagen kon worden. Enkel dan zou de koning zijn scepter toereiken en zou Esther genade en leven in zijn ogen vinden. Volgens de traditie zou Esther met Psalm 22 en 23 op haar lippen de koning hebben benaderd. Vertrouwende op de scepter van God sprak ze de woorden ‘Uw stok en staf die vertroosten mij’ uit. Het is deze scepter van de koning, het beeld van Messias Jezus, die Esther in de positie van genade en toekomstige verlossing stelt. Esther vroeg de koning om een feestmaal aan te richten en Haman uit te nodigen.

Het feestmaal
Haman voelde zich vereerd toen hij was uitgenodigd om te eten met de koning en koningin. Niet vermoedend dat zijn masker werd afgedaan en zijn ware gezicht werd onthuld. Op de tweede avond kon Esther haar identiteit niet langer verbergen en vroeg om genade voor haar volk. ‘Wie wil jullie ondergang?’, vroeg Ahasveros. Esther antwoordde met luide stem: ‘Een verdrukker, een vijand, Haman, die booswicht daar.’ Zoals Haman het lot wierp over het Joodse volk wierp hij uiteindelijk het lot over zichzelf.
Het verborgen kwaad werd verbroken en het herstel kon plaats vinden. Haman werd ter dood veroordeeld op de zeventiende van de maand Nissan, drie dagen na de eerste dag van het Pesachfeest. Hamans lot op de zeventiende Nissan was geen toeval of ongeluk. Zijn val, nederlaag en dood op deze dag vormen een volmaakt beeld van Gods oordeel en genade. De zeventiende Nissan werd namelijk de dag van de grootste nederlaag voor satan: de dag dat Yeshua (de Hebreeuwse naam van Jezus) uit de dood opstond!

Hamans tien zonen
Het kwaad was echter nog niet geheel geweken, want het bevel van de koning om het Joodse volk te vernietigen was al uitgegaan. Een wet van meden en perzen is namelijk niet te breken! De koning gaf als antwoord het bevel dat het Joodse volk zich mocht verdedigen tegen de belagers. De belagers werden verdreven en doordat Haman met zijn tien zonen aan de paal worden gespietst werd het kwaad definitief gebroken.
Het opmerkelijke is dat sommige letters van de namen van Hamans tien zonen in het Hebreeuws kleiner zijn geschreven dan anderen. Als de numerieke waarde van deze kleine letters wordt opgeteld dan komt men uit op een totaal van 707. Dit getal staat gelijk aan het vijfde millenium, ofwel het Joodse jaar 5707 wat overeenkomt met het jaartal 1946 in onze kalender.
Het was in dat jaar dat er tien nazi-kopstukken (nadat één van hen, Hermann Göring, twee uur van te voren zelfmoord had gepleegd) ter dood veroordeeld werden bij de Processen van Neurenberg. Zij werden niet op de gebruikelijke manier bij een tribunaal door het vuurpeloton gedood, maar door ophanging. Eén van deze tien sprak voor zijn dood de woorden “Poerimfest 1946, Heil Hitler” uit. Zoals Haman, zijn zonen en machten de dood van het Joodse volk uitriepen zo ook Hitler, zijn bevelhebbers en zijn legermachten.
Maar zoals God in de geschiedenis van Poerim de overwinning bracht, zo zal Hij ook doen zoals beschreven staat in Openbaringen 19 op de machten van de Valse Messias, de tegenstander van God in de laatste dagen.

Gods verborgen aanwezigheid
Toch is het erg opmerkelijk dat Zijn Naam noch Zijn aanwezigheid in het verhaal wordt genoemd. God lijkt Zijn gezicht te verbergen in het verhaal. Maar is dat wel werkelijk zo? Zoals wij eerder zagen is de naam Esther afgeleid van het woord ‘hastir’, verbergen.
De Hebreeuwse uitdrukking ‘hester panim’, ‘verbergen van het gelaat’, is de rabbijnse uitdrukking voor de verborgenheid Gods. In de dagen dat Israël zich assimileerde door afgoden te dienen verborg God Zijn aangezicht voor hen. Maar God is altijd trouw aan Zijn volk en als Zijn Naam wordt aangeroepen brengt Hij verlossing.
“Want als je blijft zwijgen, dan zal er voor de Joden wel van andere zijde redding en uitkomst opdagen”, zegt Mordechai in Esther 4:14. Het Hebreeuwse woord dat met ‘zijde’ is vertaald is ‘makom’, wat plaats betekent. Makom is een van de woorden die Joden gebruiken om God mee aan te duiden.
In elk moment van de geschiedenis, door elke nood heen van het Joodse volk, was het Gods verborgen aanwezigheid die hen kracht gaf. Hij is het die de uiteindelijke verlossing brengt, ook als je het niet verwacht. Want in Hem wordt al het verborgene zichtbaar.

Bron: https://christenenvoorisrael.nl