Psalm 119 vers 33 – 37: Over de weg gesproken
26/02/2020

Psalm 119 vers 33 – 37: Over de weg gesproken

Passage: Psalm119: 33-37

HEERE, leer mij de weg van Uw verordeningen,
en ik zal die in acht nemen tot het einde toe.

Geef mij inzicht, dan zal ik Uw wet in acht nemen;
ja, ik zal mij er met heel mijn hart aan houden.

Doe mij treden op het pad van Uw geboden,
want daarin vind ik vreugde.

Neig mijn hart naar Uw getuigenissen
en niet naar winstbejag.

Wend mijn ogen af, zodat zij niet zien wat nutteloos is;
maak mij levend door Uw wegen.

Psalm 119 vers 33 – 37

Over de weg gesproken
In het gelezen gedeelte lezen we over de weg van de dichter van de psalm. Luister maar mee: De dichter begint zijn gebed met de woorden: ‘HEERE, leer mij de weg’ en eindigt zijn gebeld met de woorden: ‘maak mij levend door Uw wegen’.

Bij het lezen van dit gedeelte viel het mij op dat de dichter het leren te maken heeft met een aantal aspecten die hij hier ook noemt.

Het eerste aspect waar de dichter om vraagt is om het verkrijgen van inzicht.
Het leren van Gods verordeningen, Gods Thora, heeft alles te maken met inzicht. De dichter bid de HEERE, JaHWeH om inzicht. Inzicht krijgen in iets betekent onder meer dat je iets kunt doorgronden, iets begrijpen of dat je snapt hoe iets in elkaar zit.
De dichter vraagt en verlangt om Gods Woord, want dat is in brede zin de Thora, te doorgronden.

Het kan zomaar zijn dat je een tekst al talloze keren gelezen hebt en het niets met je gedaan hebt. En dan kan het ineens gebeuren dat de woorden gaan oplichten en dat je de diepere betekenis die in de woorden liggen tot je doordringen. Dat je de diepere betekenis gaat doorgronden. Het Licht gaat er dan over schijnen. Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik ervaar dat altijd als geweldige momenten. Momenten om de Heere voor te danken.

Het tweede aspect waar de dichter om vraagt is om het pad van Gods geboden, Gods Thora te betreden. Het gaat dus om zijn wandel. Het is natuurlijk geweldig en prachtig om inzicht in het Woord van God te ontvangen. En je te verwonderen over het Woord van God. Dat je tot inzicht gekomen bent, dat het Licht over het Woord is gaan schijnen over Gods Woord, maar als dat geen effect heeft op je wandel… Op je handelen, op je gedrag, dan heb je misschien wel verstandelijk begrepen wat het Woord van God spreekt, maar draai je je als het ware om en ga je vervolgens weer je eigen weg.

Paulus zegt daarvan in Romeinen 2 vers 13:

Niet de hoorders van de wet zijn immers rechtvaardig voor God, maar de daders van de wet zullen gerechtvaardigd worden.

En Jacobus, de broer van de Heere Jezus heeft daar ook iets over geschreven, luister maar mee:

Als iemand immers een hoorder van het Woord is en geen dader, lijkt hij op een man die het gezicht waarmee hij geboren is, in een spiegel bekijkt,
want hij heeft zichzelf bekeken, is weggegaan en is meteen vergeten hoe hij eruitzag.
Hij echter die zich in de volmaakte wet verdiept, die van de vrijheid, en daarbij blijft, die zal, omdat hij niet een vergeetachtige hoorder geworden is, maar een dader van het werk, zalig zijn in wat hij doet.
Als iemand onder u denkt dat hij godsdienstig is, en hij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, dan is zijn godsdienst zinloos.
De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is dit: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld.

Tsja, Godsdienst is niet zomaar een bepaalde theoretische verhandeling of een bepaalde overtuiging, maar een levensweg, een way of life! Volgens mij hebben we daar als christenen nog een hele weg in te gaan. Ik althans wel. Als je soms op internet of tijdens kerkenraads- of broederraadsvergaderingen ziet of hoort hoe het er aan toe gaat. Dan wassen we elkaar meer de oren dan de voeten. We kunnen enorme verhandelingen en discussies voeren over de meest heilige en tere onderwerpen, met rode hoofden aan tafel zitten en de liefde, de essentie van de Thora, het Woord van God totaal over het hoofd zien. Dan hebben we het doel, de bedoeling van het Woord van God totaal gemist. Voor alle duidelijkheid zeg ik het er maar bij: Ook ik.

Wat heb ik gestreden, binnen en buiten de kerkenraadskamer en in de gemeente voor wat ik dacht dat de Waarheid met een hoofdletter was. Maar nu, na zoveel jaren later moet ik erkennen dat het mijn waarheid was. Dat alles wat ik wist en daar zo zeker van was, ik er niet meer zo zeker van ben en ik gekomen ben op het punt dat ik nog maar een ding weet: Ik ben elke dag afhankelijk van Gods genade, zijn trouw en Zijn liefde. Dat is genoeg.

Het derde aspect dat de dichter om vraagt is om zijn hart te neigen naar Gods getuigenissen. Naar dat wat God zegt. Tsja, en dan hebben we de essentie van het Woord van God te pakken. Het is geweldig wanneer we tot inzicht van het Woord van God gekomen zijn, zoals we zojuist met elkaar besproken hebben. Maar als het niet diep van binnen tot je doorgedrongen is heeft het geen effect op je leven.

Het woord ‘hart’ is een van de meest gebruikte woorden in de Bijbel. Het komt 876 keer voor. En dan spreekt het niet over een vitaal orgaan, een spier die het bloed door ons lichaam pompt. Het hart is in Bijbelse zin het geestelijke deel van ons, waar onze emoties en verlangens zich bevinden.

Wij hebben een hart omdat God een hart heeft. David was een man ‘naar Gods hart. (Handelingen 13:22). En God zegent Zijn volk met leiders die Zijn hart kennen en volgen (1 Samuel 2:35; Jeremia 3:15).

Het menselijk hart in zijn natuurlijke staat is slecht, verraderlijk en misleidend. Jeremia 17:9 zegt:

Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?

In andere woorden, de zondeval heeft ons tot in ons diepste wezen aangetast; ons verstand, onze emoties en onze verlangens zijn bedorven door zonde—en we zijn blind voor hoe diep dit probleem eigenlijk is.

Wíj mogen onze harten misschien niet begrijpen, maar God doet dat wel. Hij "kent de geheimen van het hart" (Psalm 44:22; zie ook 1 Korinthe 14:25). Jezus "kende hen allen, en Hij had het niet nodig dat iemand van de mens getuigde, want Hij wist Zelf wat in de mens was" (Johannes 2:24-25). Uitgaande van Zijn kennis van het hart, kan God rechtvaardig oordelen: "Ik, de HEERE, doorgrond het hart, beproef de nieren [het verstand], en dat om ieder te geven overeenkomstig zijn wegen, overeenkomstig de vrucht van zijn daden" (Jeremia 17:10).

Jezus wees op de gevallen staat van ons hart in Markus 7:21-23:

Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overwegingen, alle overspel, ontucht, moord, diefstal, hebzucht, allerlei kwaadaardigheden, bedrog, losbangigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit en verontreinigen de mens.

Ons grootste probleem komt niet van buiten, maar van binnenuit; wij hebben allemaal een hartkwaal.

Zie je nu waar de dichter van de Psalm om vraagt met de woorden: Neig of buig mijn hart naar Uw Woord? Hij vraagt er om dat God in Zijn genade een nieuw hart. Dat harde stenen hart te vervangen door een levend, kloppend hart voor de Heere.

Het hart is de kern van ons bestaan, en de Bijbel hecht er veel waarde aan dat wij ons hart puur houden:

Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven, (Spreuken 4:23).

En dan, als laatste, vraagt de dichter zijn ogen af te wenden, zodat zij niet zien wat nutteloos is. Onwillekeurig ga ik weer terug naar de tekst waar voor het eerst over de ogen van een mens gesproken wordt:

En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan.
Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren.

Tsja, Eva had al last van haar ogen. En ik moet eerlijk bekennen dat ik de vraag, van de dichter wel begrijp als hij zegt: Wend mijn ogen af, zodat zij niet zien wat nutteloos of met een oud Nederlands woord te zeggen, ‘ijdel’ is.

Laten we daarom samen met Paulus danken en bidden met de woorden uit Efeze 2:

Daarom, omdat ook ik gehoord heb van het geloof in de Heere Jezus onder u, en van de liefde voor alle heiligen,
houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn gebeden aan u denk,
opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem,
namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen,
en wat de alle overtreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht,
die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende.


DELEN

Onderwerpen:

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

EN / NL