Psalm 119 vers 38 – 40: Over smaad gesproken
27/02/2020

Psalm 119 vers 38 – 40: Over smaad gesproken

Passage: Psalm 119: 38-40

Bevestig Uw belofte aan Uw dienaar,
die Uw vreze is toegedaan.

Wend van mij af de smaad, waarvoor ik beducht ben,
want Uw bepalingen zijn goed.

Zie, ik verlang naar Uw bevelen,
maak mij levend door Uw gerechtigheid.

Psalm 119 vers 38 – 40

Over smaad gesproken
De dichter van de Psalm vraagt in het eerste vers aan de Heere God om Zijn belofte aan hem te bevestigen.

Tsja, dan is eigenlijk de eerste vraag die bij mij opkomt wat de belofte van de Heere God is die aan zijn dienaar gedaan is. Met andere woorden wat belooft God aan hem of haar die Hem dient?

Geluk en voorspoed? Een leven dat gladjes verloopt? Of misschien een mooie maatschappelijke carrière? Een plaatsje in de ouderlingenbank of in de broederraad? Of de invulling van jouw gebedslijstje waarin we Hem soms talloze vragen stellen?

Helaas, ik ga je teleurstellen. Dat allemaal niet. Voor de Heere God zijn dat allemaal dingen van ondergeschikt belang. In ons leven gaat het om Hem en om Hem alleen. En wanneer we verlangen naar Hem zal Hij ons zegenen. Lees maar in het laatste vers dat we gelezen hebben:

Zie, ik verlang naar Uw bevelen, maak mij levend door Uw gerechtigheid.

De schrijver verlangt te leven. En misschien denk je: Dat doe ik toch al? Maar ik heb nooit de woorden van een oude bijbelleraar vergeten die zei: Als je niet in de Heere gelooft, dan besta je wel, maar leef je niet!

Tsja, dat zijn van die uitspraken die bij je blijven hangen. Zonder God in je leven besta je wel, maar leef je niet. Want, zegt Jezus in Zijn omwandeling op aarde: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Tegenwoordig worden we nogal eens opgeroepen het leven te vieren. Maar het werkelijke Leven ligt alleen in een leven met Hem!

Dan vervolgt de schrijver van de Psalm met de woorden:

Wend van mij af de smaad, waarvoor ik beducht ben, want Uw bepalingen zijn goed.

Inderdaad, wanneer je je weg met de Heere in je leven gaat, hoef je niet op applaus te rekenen van de omstanders. Van de mensen die de Heere God niet kennen en soms zelfs niet van de mensen die naast je zitten in de kerk of gemeente waar je komt.

Het woord dat hier voor smaad in het Hebreeuws gebruikt wordt, herpa, drukt het lijden uit van iemand die onheil treft. De pijn van een nederlaag, verlies, ramp en dat wordt verergerd door de smaad die je hierdoor lijdt. Wie wordt onteerd, lijdt smaad.

Ik moet denken aan de ‘vrienden’ tussen aanhalingstekens van Job. Hem overkwam ramp, na ramp en wat zeggen zijn vrienden? Je zal wel tegen God gezondigd hebben, daarom overkomt je dit.

Maar laten we niet treuren als degenen die geen hoop hebben, want we bevinden ons in goed gezelschap.  Luister maar mee wat Paulus er over zegt in Romeinen 15 vers 3:

Want ook Christus heeft niet Zichzelf behaagd, maar zoals geschreven staat: Al de smaad van hen die U smaden, is op Mij gevallen.

Oei, dat is mooi…! Zullen we het nog eens herhalen wat Jezus, Yeshua, zegt:

Al de smaad van hen die U smaden, is op Mij gevallen.

En ik moet denken aan Mozes, wat er over hem geschreven is in Hebreeën 11 vers 24:

Door het geloof heeft Mozes, toen hij groot geworden was, geweigerd een zoon van de dochter van de farao genoemd te worden. Hij koos ervoor liever met het volk van God slecht behandeld te worden dan voor een ogenblik het genot van de zonde te hebben. Hij beschouwde de smaad van Christus als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen.

En aan de bemoediging die Paulus aan zijn jonge zoon in het geloof, Timotheüs schrijft:

De oefening van het lichaam is van weinig nut, maar de godsvrucht is nuttig voor alle dingen, omdat zij de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven heeft. Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard.
Want daarvoor spannen wij ons ook in en worden wij gesmaad, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, Die een Behouder is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.

Nog een keer:

Wij worden gesmaad, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God

En laten we ons oor eens te luisteren leggen wanneer Jezus Zijn discipelen onderwijs geeft in Mattheus 5 vers 11:

Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn discipelen bij Hem.

En Hij opende Zijn mond en onderwees hen. Hij zei: Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen. Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij.

Tsja, was is het beetje minachting die ons misschien overkomt in het licht van wat andere broers en zussen van mij overkomt en in landen wonen waarin het verboden is om in de Heere God te geloven? In de gevangenis geknikkerd worden, geslagen, gemarteld en zelfs gedood worden? Weet je dat er wereldwijd acht christenen per dag gedood worden omdat zij de Heere niet willen verloochenen?

En laten we niet vergeten wat de Joden overkomen is. Zes miljoen mensen die als varkens werden afgevoerd in de gaskamers, alleen maar omdat zij Jood waren. Wat heeft de tegenstander geprobeerd om hen uit te roeien. Maar Gods Woord houdt stand, want Hij heeft beloofd:

Hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israël, dien Ik verkoren heb! Zo zegt de HEERE, uw Maker, en uw Formeerder van den buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, dien Ik uitverkoren heb! Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen. En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken.

Deze zal zeggen: Ik ben des HEEREN; en die zal zich noemen met den naam van Jakob; en gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des HEEREN, en zich toe noemen met den naam van Israël.

Zo zal het gaan met het volk Israel. Want Zijn Woord staat vast. Maar ook voor ons, die nu in deze tijd hun hoop op Hem gesteld hebben. Luister maar mee met Paulus wanneer hij daarover spreekt tot de mensen in Efeze:

Bedenk daarom dat u die voorheen heidenen was in het vlees en die onbesnedenen genoemd werd door hen die genoemd worden besnijdenis in het vlees, die met de hand gebeurt, dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld.

Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen. Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken, en opdat Hij die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.

En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.


DELEN

 

Onderwerpen:

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

EN / NL