Psalm 119 vers 25: Over dood en leven gesproken
24/02/2020

Psalm 119 vers 25: Over dood en leven gesproken

Passage: Psalm 119:25

Mijn ziel kleeft aan het stof;
maak mij levend overeenkomstig Uw woord.

Ik heb U mijn wegen verteld en U hebt mij verhoord;
leer mij Uw verordeningen.

Geef mij inzicht in de weg van Uw bevelen,
dan zal ik Uw wonderen overdenken.

Mijn ziel weent tranen van verdriet;
richt mij op overeenkomstig Uw woord.

Psalm 119 vers 25 – 28

Over dood en leven gesproken
De dichter van de psalm bevind zich in een moeilijke situatie. Zijn ziel kleeft aan het stof. De Bijbel in gewone taal zegt hier: Mijn ziel ligt neergedrukt in het stof. Het is goed om bij deze woorden nog eens stil te staan, want soms lees je, misschien wel door de bekende woorden die je leest er zomaar overheen wat de werkelijke betekenis is van wat het Woord van God zegt.

Want wat probeert de schrijver van de Psalm eigenlijk te zeggen met de woorden: Mijn ziel kleeft aan het stof.

De ‘ziel’ is een vertaling van het Hebreeuwse woord ‘nephesh’. In de bijbel wordt dit wordt in bijna 30% van de keren dat het woord voor komt vertaald met ‘ziel’. Om een beter begrip te krijgen van wat de ziel van een mens is lezen we in Genesis 49 vers 6:

Jakob zei: Mijn ziel hebbe geen deel aan hun beraadslaging, mijn geest sluite zich niet aan bij hun vergadering, want in hun toorn hebben zij mannen gedood.

Met andere woorden: Jakob wilde geen deel wil hebben aan de beraadslaging van enkele van zijn zonen, omdat hij in zijn hart of zijn geweten aanvoelde dat de plannen die zij beraamden fout waren.

Maar het woord ‘nephesh’ wordt ook vertaald door ‘leven’, ‘woede’, ‘lust’ of ‘ik’. De ‘nephesh’ van de mens betreft dus zijn emoties, zijn wezen, zijn ik.

We lezen de tekst nog eens:

Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend overeenkomstig Uw woord.

Stof en as zijn bekende bijbelse beelden voor iets dat van weinig waarde is, aards en dus vergankelijk is. Dit is heel duidelijk in Genesis 18:27, ‘En Abraham antwoordde: Zie toch, ik heb mij verstout tot de Heere te spreken, hoewel ik stof en as ben’.

En zo komen we misschien wel wat dichter bij de betekenis van wat de dichter bedoelt met zijn woorden ‘Mijn ziel kleeft aan het stof’.

Hij beklaagt zich er over dat hij met zijn hele ‘ik’, zijn hele wezen, met zijn emoties gericht is op het vergankelijke. Dat wat geen werkelijke waarde heeft. En zo komt de tekst vanmorgen weer veel dichterbij. Akelig dichtbij. Want ik moet eerlijk bekennen dat ook ik, met al mijn emoties, met mijn ‘zijn’, vaak, te vaak gericht ben. Op het hier en nu, op het vergankelijke, op wat voorbij gaat.

In dat licht is het vervolg van de tekst nog meer confronterend:

Maak mij levend overeenkomstig Uw woord.

Vragen om levend gemaakt te worden kan alleen maar plaats hebben door iemand die dood is. De dichter van de Psalm is er dus achter gekomen dat hij met zijn hele wezen hangt aan het vergankelijke en hij vergelijkt zich daar mee, of hij vereenzelvigt of identificeert zich daarmee met een dode.

Tsja, als we hangen of kleven aan het hier en nu, ons huis, onze carrière, onze auto, onze vakantie, ons gezin, ons leiderschap in de kerk, onze status, zijn dat allemaal dingen die voorbijgaan, vergankelijk, stof zoals de tekst vandaag zegt. En zijn we zo dood als een pier.

Maar er is hoop! Want hier eindigen hier niet mee. God biedt altijd weer een uitweg. Een  nieuw begin. Een nieuwe dag. God geeft ons niet over aan onszelf, maar wil ons levend maken overeenkomstig Zijn Woord.

Zijn Woord biedt uitkomst om boven de misère van dit leven uit te groeien.

Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

zegt dezelfde schrijver van Psalm 119 in vers 105.

Ik moet denken aan de woorden van een oude bijbelleraar die mij leerde om wanneer je op zoek gaat naar de intentie van een bepaald bijbels begrip of woord, je terug moet gaan naar de eerste keer dat het woord of begrip in de bijbel genoemd wordt.

En dan komen we terecht bij Genesis 15 vers 1, waar we lezen:

Na deze dingen kwam het woord van de HEERE tot Abram in een visioen: Wees niet bevreesd, Abram, Ik ben voor u een schild, uw loon zeer groot.

Dat is mooi! Er is hoop.

Maak mij levend overeenkomstig Uw Woord.

En dat Woord zegt van het allereerste begin: Wees niet bevreesd, Ik ben voor u een schild, uw loon zeer groot. Het Woord maakt levend, dat wat dood was. Het vergankelijke maakt plaats voor het onvergankelijke.

Lees maar mee in Johannes 1:

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is. In het Woord was het leven en het leven was het licht van de mensen.


DELEN

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

EN / NL