Psalm 119 vers 22 – 24:   Over de Dienaar gesproken
21/02/2020

Psalm 119 vers 22 – 24: Over de Dienaar gesproken

Passage: Psalm 119 vers 22 - 24 Over de Dienaar gesproken

Wentel smaad en verachting van mij af,
want ik heb Uw getuigenissen in acht genomen.

Zelfs toen vorsten op hun troon gezeten tegen mij spraken,
overdacht Uw dienaar Uw verordeningen.

Ja, Uw getuigenissen zijn mijn bron van blijdschap,
zij zijn mijn raadgevers.

 Psalm 119 vers 22 - 24

Over de Dienaar gesproken
Bij het lezen van deze verzen moest ik onwillekeurig denken aan de Dienaar met een hoofdletter, de Heere Jezus, Jeshua. Want hoewel hier natuurlijk de schrijver van de Psalm aan het Woord is, spreken deze woorden ook over de meerdere Dienaar.

Zullen we de verzen nog eens lezen in het licht van de betekenis van de Dienaar met een hoofdletter?

Wentel smaad en verachting van mij af,
want ik heb Uw getuigenissen in acht genomen.

Zelfs toen vorsten op hun troon gezeten tegen mij spraken,
overdacht Uw dienaar Uw verordeningen.

Ja, Uw getuigenissen zijn mijn bron van blijdschap,
zij zijn mijn raadgevers.

Wie is er ooit zo gesmaad en veracht als Hij? Lees maar eens mee in Jesaja 53:

Hij was veracht, de onwaardigste onder de onwaardigste onder [Of: verworpen door. de mensen], een Man van smarten, bekend met ziekte, en als iemand voor wie men het gezicht verbergt;

Ik kan het niet laten om ook het vervolg van de tekst te lezen. Jesaja roept het uit over in eerste instantie het volk van Israel, dat in navolging van de Heere Jezus ook zo verschrikkelijk veel smaad en verachting moet dragen. Denk maar eens aan de jaren ’40 – ’45:

Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen.

Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld.

De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.

Maar de verachting komt niet alleen over de Heere Jezus en over het volk Israel, als de Dienaar van God in deze tijd, maar ook over ieder die een dienaar van Christus is. . We horen Paulus roepen in 1 Korinthe 4:

Wij zijn dwaas om Christus' wil, maar u bent wijs in Christus, wij zwak, maar u sterk, u geëerd, maar wij veracht.

En in 1 Korinthe 1 vers 28:

En het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is teniet te doen, opdat geen vlees voor Hem zou roemen.

Maar uit Hem bent u in Christus Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: .Wie roemt, laat hij roemen in de Heere.

Tsja, wanneer we de Heere, de God van Israel willen volgen, willen dienen dan hoeven we niet op applaus te rekenen. Dan worden we niet de geëerde man of vrouw. Duizenden en duizenden mensen die tot het geloof gekomen zijn en de HEERE willen dienen, moeten dat ook in de dagen die wij beleven, bekopen met hun vrijheid, worden in de gevangenis gedumpt, sorry voor dit woord en worden met de dood bedreigt of zelfs gedood.

Jezus werd door de geestelijke leiders van het volk Israel veracht.  We lezen daarvan wanneer Petrus en Johannes voor het Sanhedrin staan:

Toen zei Petrus, vervuld met de Heilige Geest, tegen hen: Leiders van het volk en oudsten van Israël! Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden is.

Maar Hij werd ook door de politieke macht veracht, door Herodes en Pontius Pilatus. Gerkruisigd… Wat een vernedering spreekt daar alleen al uit.

Inderdaad, zoals we lezen in het vervolg van Psalm 119, wat we vanmorgen gelezen hebben:

Zelfs toen vorsten op hun troon gezeten tegen mij spraken,

En toch, en toch, en toch… Ook vanmorgen eindigen we niet in mineur. Want daar eindig het gelezen gedeelte ook niet mee. Luister maar:

Ja, Uw getuigenissen zijn mijn bron van blijdschap, zij zijn mijn raadgevers.

Ja…

Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt.

Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit.

Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?

Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen.

Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.

Want ik ben ervan overtuigd [of verzekerd] dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen,

noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.


DELEN

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

EN / NL