Psalm 119 vers 17 – 20:  Over verlangen gesproken
19/02/2020

 Psalm 119 vers 17 – 20: Over verlangen gesproken

Passage: Psalm 119: 17-20

Wees goed voor Uw dienaar, dan zal ik leven
en Uw woord in acht nemen.

Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen
de wonderen van Uw wet.

Ik ben een vreemdeling op de aarde,
verberg Uw geboden niet voor mij.

Mijn ziel wordt verteerd van verlangen
naar Uw bepalingen, te allen tijde.

 Psalm 119 vers 17 – 20

Over verlangen gesproken
In de verzen die we zojuist met elkaar gelezen hebben spreekt de dichter van de Psalm zijn verlangen uit naar het Woord van God. Let er daarbij op dat dit verlangen op vier verschillende manieren wordt geuit.

Hij verlangt er in vers 13 naar om het Woord in acht te nemen. In vers 14 verlangt hij er naar om de wonderen van Gods wet, Gods Thora te zien. In vers 15 bidt hij de HEERE om zijn geboden niet voor hen te verbergen en in vers 16 spreekt hij over het verlangen naar Gods bepalingen.

Vier begrippen dus: Zijn Woord, Zijn wet, Zijn geboden en Zijn bepalingen. In gesprekken tussen christenen merk ik nogal eens dat er tussen deze begrippen een haast onoverbrugbare grens wordt getrokken. Alsof het Woord van God een totaal andere inhoud en strekking heeft dan Gods Thora, geboden en bepalingen. Maar het Woord van God is Een. Een geheel. Het Woord spreekt zichzelf niet tegen, maar laat steeds weer andere aspecten van het handelen van God met Zijn schepping zien. God openbaart Zichzelf aan de mens. Wat een wonder. Die openbaring doet Hij in Zijn Woord, Zijn Thora, Zijn geboden en Zijn bepalingen.

Tsja, en dan komen we bij de inhoud  van de verzen waarin de dichter Zijn bijna niet in woorden te vatten verlangen uitspreekt om de HEERE, JaHWeH, beter te leren kennen. Zijn verlangen dat God Zichzelf aan Hem zal laten zien.

Hij smeekt als het ware God om goed voor hem te zijn. Of zoals het Hebreeuwse woord zegt, mild voor hem te zijn, goede gedachten over hem te hebben zodat hij zal leven overeenkomstig Zijn Woord.

In het daaropvolgende vers bidt hij om geopende ogen om Gods wonderen te zien. Even een vraag tussen door: Overkomt het jou ook wel eens dat je soms een tekst misschien al honderd keer gelezen hebt en dan weer eens leest en dat dan ineens de betekenis van de tekst voor je gaat leven? Als het ware dat het Licht aangaat en je ogen geopend worden en de inhoud van de tekst tot je doordringt? Tot in het binnenste van je ziel. Tsja, dat zijn prachtige momenten, wanneer zo’n tekst dan ineens oplicht en voor je gaat leven. Dat verandert je dag en misschien wel je leven.

Iets daarvan moet de dichter van de psalm misschien wel bedoelt hebben in zijn verlangen met de woorden:

Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen, de wonderen van Uw wet.

In het daaropvolgende vers spreekt de dichter van de Psalm zich er over uit dat hij naar meer van dit soort momenten verlangt. Verberg Uw geboden niet voor mij. Met andere woorden: Laten mijn ogen altijd voor Uw Woord geopend zijn.

Ken jij dat ook? Dat je er soms naar hunkert om meer van God te leren kennen. Hem beter te leren kennen. Juist omdat je soms ervaart dat Zijn Woord gesloten voor je is? Heere open mijn ogen. Opdat ik U zien mag. Heb jij soms ook dat het gevoel dat je een vreemdeling hier op aarde bent en dat je hunkert naar een teken van Gods aanwezigheid in je leven? Zoals de dichter het misschien wel verwoord:

Mijn ziel wordt verteerd van verlangen naar Uw bepalingen, te allen tijde

De woorden die we hier lezen hebben in eerste instantie betrekking op een vreemdeling, die hier met het Hebreeuwse woord ‘ger’ wordt aangeduid die zich in het land Israel bevind.  En een vreemdeling in het land Israel was aangewezen op de gunsten van de inwoners of de gastheer. Zo is het Woord van God en de Thora in eerste instantie gegeven aan Israel, het volk van God. Ook de Heere Jezus was in eerste instantie gezonden tot Zijn volk. Israel zijn de woorden van God toevertrouwd.

De dichter van de psalm smeekt God om ook Zijn Woord aan Hem bekend te maken. En het wonder is dat God zijn gebed verhoord heeft. Ook het gebed van de dichter in deze psalm, want: Het volk dat in duisternis wandelde heeft een groot licht gezien. Gods Woord is tot jou en mij gekomen. Wat geweldig! Wat een wonder. Wat een genade! Laten we ons daarom er naar uitstrekken om Hem meer en meer en meer te leren kennen en mee bidden met de dichter van de Psalm:

Mijn ziel wordt verteerd van verlangen naar Uw bepalingen, te allen tijde.

 


DELEN

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

EN / NL