Over het (L)even gesproken
07/01/2022

Over het (L)even gesproken

Klik hieronder om naar de uitzending te luisteren:


Psalm 103

14Want Híj weet wat voor maaksel wij zijn
en blijft bedenken dat wij stof zijn.

15 De sterveling – zijn dagen zijn als het gras,
als een bloem op het veld, zo bloeit hij.

16Wanneer de wind erover is gegaan, is hij er niet meer
en zijn plaats kent hem niet meer.

17Maar de goedertierenheid van de HEERE
is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over wie Hem vrezen.
Zijn gerechtigheid is voor de kinderen van hun kinderen,

18voor wie Zijn verbond in acht nemen
en aan Zijn bevelen denken om ze te doen.

19De HEERE heeft Zijn troon in de hemel gevestigd,
Zijn Koninkrijk heerst over alles.

Over het (L)even gesproken
In de afgelopen dagen hebben we de ongelooflijke ontferming van Vader over zijn kinderen gezien ten aanzien van het volk Israel. Dat wat niet alleen dood lijkt, maar werkelijk dood was komt tot leven. We hebben meer voorbeelden gezien en gelezen over dit Bijbelse principe.

In de verzen 15-16 die wij zojuist gelezen hebben spreekt David uit over de zwakheid en vergankelijkheid van de mens. Over ons dus. Over u en mij. U en ik worden door God een “sterveling” genoemd, vanwege het kortstondig bestaan op aarde. Nou niet bepaald opbeurende woorden zo aan het begin van deze ochtend. Maar let op, de blijde boodschap vanmorgen komt nog.

De korte duur en de snel verwelkende pracht ervan stelt hij als volgt voor: “Zijn dagen zijn als het gras, als een bloem op het veld, zo bloeit hij” .

Ons leven is zo broos, dat een zuchtje wind hem wegblaast. Het gaat hier om de hete, verschroeiende woestijnwind uit het oosten van Israël, waardoor binnen enkele uren alles is verschroeid. Dan “is hij er niet [meer] en zijn plaats kent hem niet meer”. Hij is voorgoed uit het zicht verdwenen zonder een spoor van zijn eerdere aanwezigheid na te laten.

En terwijl ik deze woorden voor mijzelf overdenk gaan mijn gedachten terug in mijn leven. Misschien heeft u dat ook wel eens. Naar de dagen dat je nog jong was. Naar de dagen dat je je bewust of onbewust op het ldven richtte dat nog voor je dag. Je bezig was met je studie misschien, of in je gezin of met je carriere en druk was met je werk. Alsof er geen einde aan zou komen. Ja, je wist het wel, hier beneden is het niet. En toch… wat ging er veel tijd zitten in al die dingen. Totdat je net als ik aan de andere kant van het leven staat, ouder bent en je je ineens realiseert dat de woorden over de vergankelijkheid van je leven voluit realiteit zijn…
Ik moet denken aan de tijd dat ik op zondagschool zat en als je dan 12 jaar geworden was kreeg je met Kerstfeest een bijbeltje als afscheid mee. En ik herinner me ouderling van Schothorst nog niet dan altijd afscheid van je nam met de woorden uit Perediker 12, en ik lees de woorden uit de Statenvertaling:

Pred. 12:1 en gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve.

En zo is het. En als ik nu naar mijn kinderen en kleinkinderen kijk… U, die misschien wat ouder bent, begrijpt me misschien wel…

Maar daar stopt het niet bij. Gods Woord spreekt altijd en altijd met twee woorden. Nooit vergeten hoor!

Wat tegenover de vergankelijkheid van ons, uw en mijn leven, staat “de goedertierenheid van de HEERE”. Want in vers 17 lezen we:

Maar de goedertierenheid van de HEERE
is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over wie Hem vrezen.
Zijn gerechtigheid is voor de kinderen van hun kinderen.

Over Gods goedertierenheid hebben we in de voorbije dagen nagedacht waar het Israel betreft in het beeld van de vijgenboom. En ook deze woorden hebben in eerste instantie betrekking op Israel, Zijn kinderen. Maar deze woorden hebben ook betrekking op u en mij.

Juist daarom is Gods trouw aan Israël ook een bemoediging voor ons, want zo lezen we in  2 Tim. 2:13: 2 Timotheüs 2. Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen.

Zeker weten? Inderdaad, dat mogen we zeker weten: Want in Rom. 3:3 lezen we:
Want wat is het geval ? Als sommigen ontrouw zijn geweest, zal hun ontrouw de trouw van God toch niet tenietdoen?

En in de Thora, in Numeri 23:19 lezen we het al:

God is geen man, dat Hij liegen zou, of een mensenkind, dat Hij ergens berouw over hebben zou. Zou Híj iets zeggen en het dan niet doen? Zou Híj spreken en het niet gestand doen?

Lieve, lieve luisteraars: Kijk, zo ontfermt zich Vader over zijn kinderen.

Als dat geen zegen is.

DELEN:

 

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

EN / NL