Over een ander lied gesproken
08/10/2021

Over een ander lied gesproken

Klik hieronder om naar de uitzending te luisteren:


G’d is de Allerhoogste

1 De HEERE regeert, laat de aarde zich verheugen
en vele kustlanden zich verblijden.

2 Wolken en donkerheid zijn rondom Hem,
gerechtigheid en recht zijn het fundament van Zijn troon.

3 Vuur gaat voor Zijn aangezicht uit
en zet rondom Zijn tegenstanders in vlam.

4 Zijn bliksemflitsen verlichten de wereld,
de aarde ziet ze en beeft.

5 De bergen smelten als was
voor het aangezicht van de HEERE,
voor het aangezicht van de Heere van heel de aarde.

6 De hemel verkondigt Zijn gerechtigheid
en alle volken zien Zijn heerlijkheid.

7 Beschaamd moeten zijn allen die beelden dienen
en zich op de afgoden beroemen.
Buig u voor Hem neer, alle Goden.

8Sion heeft het gehoord en zich verblijd,
de dochters van Juda hebben zich verheugd
vanwege Uw oordelen, HEERE.

Over een ander lied gesproken
December 1968. Karl Barth, u kent hem misschien wel, krijgt een telefoontje van een goede vriend. Deze is somber gestemd. Vanwege de tijd waarin ze leven. We hebben het hier over de jaren zestig. Zijn vriend maakt zich zorgen, over zoveel dat op z’n kop is gegaan, over zoveel onzekerheid, ook bij kerkmensen. En wereldwijd gezien is er veel angst. De koude oorlog is nog niet voorbij. Integendeel!

Barth hoort geduldig z’n vriend aan en dan zegt hij: ‘Ja, het is donker in de wereld, maar laat het hoofd niet hangen. Er wordt namelijk geregeerd. Echt van boven af. Niet alleen in Washington of Moskou of Peking.’

Nee, het is geen lang en ingewikkeld gesprek. Maar hier kan zijn vriend mee verder.

Het is september 2021. Het nieuws brengt niet veel goeds. De Taliban moord haar eigen bewoners uit. Er is sprake van een wereldwijde pandemie. De spanningen tussen de wereldmachten loopt op. China neemt de wereld in zijn greep. We horen van vreselijke overstromingen en wereldwijde branden. Miljoenen christenen worden achtervolgt. De vluchtelingenstromen zijn onophoudelijk. En moet ik meer noemen?
Ik merk dat ik, wanneer ik niet uitkijk somber gestemd wordt. En velen met mij. Ik maak tegenwoordig deel uit van een groepje mensen die via whatssapp in een bemoedigingsgroep zijn. Om elkaar in de tijd waarin we leven elkaar te bemoedigen. Velen zijn somber gestemd. Vanwege de tijd waarin we leven. We hebben het hier over de jaren waarin wij leven. Velen maken zich zorgen, over zoveel dat op z’n kop is gegaan, over zoveel onzekerheid, ook bij kerkmensen. En wereldwijd gezien is er veel angst. De koude oorlog is nog niet voorbij. Integendeel!

En ineens moet ik denken aan de woorden van Barth: Ja, het is donker in de wereld, maar laat het hoofd niet hangen. Er wordt namelijk geregeerd. Echt van boven af. Niet alleen in Washington of Moskou of Peking.

Baar herinnerd ook Psalm 97 aan.  Het zou ook de titel kunnen zijn boven Psalm 97. Er wordt geregeerd. De achtergrond van deze Psalm is minstens net zo donker. Er vallen immers woorden als ‘tegenstanders, goddelozen, afgodendienaars, het kwaad.’

Woorden uit een duistere wereld. Ja, er is genoeg aanleiding om te zeggen: ‘de duisternis regeert, het kwaad heerst, de goddelozen hebben het voor het zeggen.’ En toch, de inzet van de Psalm, die direct de toon zet, is: ‘De Eeuwige is koning.’

Dat is nog eens een ander liedje, laten we maar zeggen een toontje hoger. Een toon die trouwens in al die koningspsalmen zoals we die de laatste tijd overdenken, klinkt, telkens weer, als een refrein, de kadans van: ‘de HEERE, JHWH, de Eeuwige is Koning. Hij regeert.’

En als je dan bedenkt, wie deze toon aanslaan, uit welke koker dit komt…

Uit die van Israël, zo’n ukkig volkje vergeleken bij wereldrijken als de VS, Rusland, China!

Dat volkje zingt: ‘de HEER is Koning.’ Niet: ‘de HEER is ónze Koning.’ Nee: de HERE is Koning. Punt. Zonder voorbehoud. Hij is Koning van alles en iedereen dus. Hoe wijds, hoe universeel het is, blijkt ook wel uit het vervolg van dat eerste vers: ‘Laat de aarde juichen, laat vreugde heersen van kust tot kust.’ Gods koningschap gaat dus de hele aarde aan, betreft iedereen.

Laat ik het anders zeggen: dat de God van Israël, de HERE, Koning is, dat Hij regeert, wat is er van te zien dan?! Wat is ervan te zien in de wereld van vandaag?
Wat is ervan te zien in een wereld waar je je hart vasthoudt bij leiders van grootmachten die niet veel bezonnenheid uitstralen, zacht gezegd?
Wat is ervan te zien in ons persoonlijke leed en verdriet, dat onze wereld op z’n kop zet?

Maar dát zingt deze Psalm nou net niet: hoe het te zien is, hoe het te bewijzen valt. Het wordt eenvoudigweg gesteld, beter gezegd: beleden, dat de Eeuwige Koning is. Dat is ook niet altijd te zien. Vaak genoeg niet. Niet voor niets wordt er over de Here God gezegd, in vers 2, dat Hij gehuld is in ‘wolk en duisternis.’ Gods koningschap is dus verhuld, gaat schuil achter wolken en donkerheid. Het is verborgen. Je kunt het niet zomaar aanwijzen. Je kunt het niet altijd begrijpen, laat staan klein krijgen. De Eeuwige is Koning, maar hoe en wat? Dat onttrekt zich aan ons oog.

De Psalm gebruikt dan ook een heel ander woord voor het ontdekken van dat koningschap van God, vers 8:
‘Sion hoort het en verheugt zich.’ Snapt u? Het gaat dus niet zozeer om zien, maar om horen. Paulus zou het later zo verwoorden: het geloof is uit het gehoor. Ook het geloof in het koningschap van God is uit het gehoor. Het moet je verteld worden. Het moet je ter ore komen.

Sion is trouwens een naam voor Jeruzalem en wel de tempelberg om precies te zijn. Daarop lag dus die tempel, dat huis van God. Daar mocht Israël zijn God ontmoeten. Daar hoorden ze ook over God, over Zijn grote daden, over wie Hij is en wat Hij geeft. Daar zongen ze ook voor en tot Hem. En nog even dan spreek ik niet meer in de verleden tijd, maar in de tegenwoordige tijd.
Daarop ligt dus die tempel, dat huis van God. Daar ontmoet Israël zijn God. Daar horen ze ook niet over maar van Jeshua, over Zijn grote daden. Rechtstreeks uit Zijn mond. Zoals al eens eerder heeft plaatsgevonden. Dus wat dat betreft niets nieuws onder de zon. Daar zingen ze ook voor en tot Hem.

Die prachtige liederen, waarvan Psalm 97 er eentje is. Een Psalm die later, toen de tempel verwoest was, in de synagoge een plek kreeg. Juist op de sabbat, de rustdag, wordt deze Psalm regelmatig in de synagoge gelezen, gebeden in feite.

En wij hebben diezelfde Psalm weer van Israël gekregen en mogen hem met hen meezingen en meebidden. Die Psalm die zo jubelt over het koningschap van God. Die Psalm die zulke hoge en een andere toon aanslaat. Tonen waar je uit jezelf helemaal niet op komt. Als je gaat zingen over wat je ziet, dan wordt het een somber lied, een lied helemaal in de lijn van die somberheid van die vriend van Barth. Heel begrijpelijk.

Maar vanmorgen horen we een heel ander lied: Let niet alleen op wat voor ogen is. Luister nou eens.

Sion heeft het gehoord en zich verblijd,
de dochters van Juda hebben zich verheugd
vanwege Uw oordelen, HEERE.

Israël wist het al: dat God Koning is, dat moet gevierd worden, uitgebazuind worden, bezongen en beleden. Daar hebben we elkaar voor nodig. Daar hebben we de tempel, de synagoge voor nodig. Daar hebben we Gods Geest voor nodig. En voor ons is het echt niet anders. Daarom hoop ik dat wij vandaag deze toonhoogte vinden, want, als dat geen zegen is.

Delen

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

EN / NL