#645 Over vlees gesproken
21/06/2022

#645 Over vlees gesproken

Klik hieronder om naar de uitzendign te luisteren:


Psalm 105

37 Hij leidde hen uit met zilver en goud,
onder hun stammen was niemand die struikelde.

38 Egypte was blij toen zij wegtrokken,
want angst voor dit volk was op hen gevallen.

39 Hij spreidde een wolk uit om hen te bedekken
en gaf vuur om de nacht te verlichten.

40 Zij baden, en Hij deed kwartels komen,
Hij verzadigde hen met hemels brood.

#645 Over vlees gesproken
Als je er even bij stilstaat, wat een zorg van de HEERE voor Zijn volk, vind u ook niet? Hij leidt Zijn volk uit beladen met zilver en goud, gezondheid, want niemand struikelde, verlost hen van die verschrikkelijke vijand, zorgt voor een schaduwdoek tegen de stekende zon, verlichting in de nacht. Je zou denken: Niets te klagen. Maar Zijn zorg gaat verder.

Op hun gebed om voedsel heeft Hij geantwoord door “kwartels” te laten komen en hen met “hemels brood”, het manna, te verzadigen (vers 40; Ex 16:13-16).

In Exodus wordt er maar heel in het kort iets gezegt over de komst van de kwartels, maar in Numeri 11 lezen we een uitgebreider:

Toen stak er van de kant van de HEERE een wind op en voerde kwakkels aan vanaf de zee, en verspreidde ze boven het kamp, ongeveer een dagreis naar de ene kant en een dagreis naar de andere kant, rondom het kamp, ongeveer twee el hoog boven het aardoppervlak.

En het volk stond op, die hele dag en die hele nacht, en heel de volgende dag, en men verzamelde de kwakkels. Wie het minst had, had tien homer (Een homer is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 200 en 450 liter). verzameld, en men spreidde ze wijd voor zich uit, rondom het kamp.

Het vlees zat nog tussen hun tanden, voordat het gekauwd was, toen de toorn van de HEERE tegen het volk ontbrandde, en de HEERE bracht het volk een zeer grote slag toe.

Daarom gaf men die plaats de naam Kibroth-Taäva, (Kibroth-Taäva betekent: graven van gulzigheid). want daar hadden zij het volk dat zo gulzig geweest was, begraven.

We lazen zojuist: Zij baden, en Hij deed kwartels komen, Hij verzadigde hen met hemels brood. Weet u wat me zojuist voor het eerst opviel? Het volk verzadigde zich met kwartels, maar het was Gods bedoeling dat zij zich met het hemels brood zouden verzadigen, want we lazen: Hij verzadigde hen met hemels brood.

Bijna alle geleerden identificeren de "שְׂלָו" met de gewone kwartel, een vogel uit de fazantenfamilie. Elke herfst en lente, op hun route tussen Europa en Afrika, migreren kwartels over de zee en landen in de Sinaï woestijn. Ze komen uitgeput aan en zijn een gemakkelijke prooi voor jagers. Sommige kwartels blijken giftig te zijn en verlamming en zelfs de dood te veroorzaken. Het wonder van de "שְׂלָו" in Shemot en de bijbehorende plaag beschreven in Bemidbar kan dus worden begrepen tegen de achtergrond van de natuurlijke migratiepatronen en kenmerken van de kwartel.

In de Bijbel komen kwakkels twee keer voor. In alle twee de gevallen dienden zij als voedsel voor de Israëlieten op weg van Egypte naar Kanaän. In Exodus 16:1-3 lezen wij hoe het volk tegen Mozes en Aäron morde dat het geen eten had, waarop God het vlees en brood beloofde (vn.11-12). Maar hoe? Het was juni en de trektijd voor kwakkels was voorbij. Toch bracht God er genoeg bijeen om het hele volk te verzadigen. Niettemin was Hij niet van plan dit wonder elke dag te herhalen; Hij had Zijn volk een andere kost bereid, het manna.

Dat was het hemelse brood, met een geestelijk les: “Ja, Hij verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u het manna te eten … om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat de mond van de HERE uitgaat” (Deuteronium 8:3).

Het manna, het brood dat uit de hemel neerdaalde, stelt het geestelijke voor, en de kwakkels het vleselijke. Israël moest leren op God, en niet op vlees, te vertrouwen. Veelzeggend is het commentaar van de Psalmist: “Zij vroegen en Hij deed kwartels komen, met brood uit de hemel verzadigde Hij hen” (Psalm 105:40). Slechts het ware brood uit de hemel kan ons verzadigen.

En juist dat principe vinden we ook in de tekst die we zojuist lazen in Exodus
Twee jaar later kwamen de Israëlieten weer tegen Mozes in opstand. Zij waren het manna zat, en verlangden vlees te eten (Numeri 11:4-6). Gods toorn ontbrandde en Hij gaf hen een onvergetelijke les: “De HEERE zal u vlees geven … een volle maand lang, totdat het uw neus uitkomt en gij ervan walgt … omdat gij de HEERE hebt veracht” (vn.18-20).

Mozes kon zijn oren niet geloven, maar Gods hand is niet beperkt! Uit twee richtingen bracht God grote vluchten kwakkels samen, één uit Arabië (O), de andere uit Oost-Afrika (Z) (Psalm 78:26-27). Maar dat hielp hen niet want terwijl zij het vlees nog aan het kauwen waren, sloeg God hen met een zware slag (of, plaag) en velen kwamen om (Psalm 106:15).

Toen gaf Hij hun wat zij begeerden, maar henzelf Letterlijk: hun zielen. Deed Hij uitteren. Letterlijk: zond Hij een uittering.

In Psalm 78 lezen we hier van:
Hij deed de oostenwind opsteken langs de hemel
en voerde door Zijn macht de zuidenwind aan.

Hij liet vlees op hen regenen als stof
en gevleugelde vogels als zand van de zee.

Hij deed het vallen midden in Zijn kamp
rondom Zijn woningen.

Toen aten zij en werden volop verzadigd,
omdat Hij hun bracht wat zij begeerden.

Zij waren van hun begeerte nog niet bekomen,
hun voedsel was nog in hun mond,

of Gods toorn laaide tegen hen op:
Hij doodde de welgedane mensen onder hen
en velde de besten van Israël neer.

Zij die het meest gulzig waren, zij die zich het meest te buiten gingen aan het vlees, de welgedane mensen, de besten van Israel, velde hij neer. Wat een ongelooflijke tragiek.

En opnieuw moet ik denken aan de woorden uit 1 Kor. 10:11 En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden, en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn.

Toen ik nog een klein jochie was dacht ik, wanneer ik deze geschiedenissen hoorde lezen altijd: Hoe kan die Farao en hoe kan het volk van God zo dom geweest zijn om niet gewoon te luisteren naar het Woord van God en als het ware elke keer maar weer Gods plagen over zichzelf uit te roepen.

En nu ik zo ongeveer aan de andere kan van het leven sta denk ik vaak bij het lezen van deze geschiedenissen: Hoe dom kan ik zijn door elke keer maar weer in de fout te gaan, niet te luisteren naar het Woord van God.

Het begin van het programma startten we met de woorden:
Als je er even bij stilstaat, wat een zorg van de HEERE voor Zijn volk, vind U ook niet? Hij leidt Zijn volk uit beladen met zilver en goud, gezondheid, want niemand struikelde, verlost hen van die verschrikkelijke vijand, zorgt voor een schaduwdoek tegen de stekende zon, verlichting in de nacht. Je zou denken: Niets te klagen. Maar Zijn zorg gaat verder.

En precies hetzelfde kunnen we over ons zeggen wanneer we Hem hebben mogen leren kennen in geestelijk opzicht. En wat lopen we vaak te klagen en te morren en te mopperen. Wat zijn we vaak ontevreden over de weg die de Heere God met ons in ons leven gaat.

Laat het voor ons een les zijn. Morgen hopen we na te denken over het hemels brood dat uit de hemel neerdaalde elke dag maar weer.

Joh. 6:31 Onze vaders hebben het manna gegeten in de woestijn, gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten.

Joh. 6:58 Dit is het Brood Dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het manna gegeten hebben en zijn gestorven; die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.

Als dat geen zegen is.

https://www.youtube.com/watch?v=P32Vj-R8fkY

DELEN

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

EN / NL