Psalm 8 -4-:  Over de koninkrijken gesproken
27/07/2020

Psalm 8 -4-: Over de koninkrijken gesproken

Passage: Psalm 8

De majesteit van de HEERE

Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De Gittith’.

HEERE, onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!
U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel.

Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen
hebt U een sterk fundament gelegd, omwille van Uw tegenstanders,
om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.

Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,

wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de mensenzoon, dat U naar hem omziet?

Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de engelen
en hem met eer en glorie gekroond.

U doet hem heersen over de werken van Uw handen,
U hebt alles onder zijn voeten gelegd:

schapen en runderen, die allemaal,
en ook de dieren van het veld,

de vogels in de lucht en de vissen in de zee,
al wat over de paden van de zeeën gaat.

HEERE, onze Heere,
hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!

Psalm 8 -4-

Over de koninkrijken gesproken
We willen de draad weer oppakken met het vervolg van Psalm 8, waar we aan het nadenken waren over de eerste mens, Adam, die drie opdrachten van God lezen we in Gen. 1 vers 28:
1. Weest vruchtbaar
2. Vervult de aarde
3. Onderwerpt haar en heerst over haar

Als we nadenken over de tweede opdracht die Adam ontving dan moet ik denken aan wat we in Daniël 2 lezen over de bekende droom van Nebukadnezar. De koning ziet een groot beeld, waarvan de aanblik "schrikwekkend" is (vs. 31). Daniël legt uit, dat dit zgn. Statenbeeld een voorstelling is van de opeenvolgende wereldrijken.

De droom van koning Nebukadnezar eindigt niet met het beeld alleen. Er komt nog iets achteraan. Ook dat weet Daniël tot in details te vertellen. We lezen daarvan in Daniel 2:34-35:

Hier keek u naar, totdat er, niet door mensenhanden, een steen werd afgehouwen. Die trof dat beeld aan
zijn voeten van ijzer en leem, en verbrijzelde die.
Toen werden het ijzer, het leem, het brons, het zilver en het goud tegelijk verbrijzeld. Ze werden als kaf op een zomerdorsvloer. De wind voerde ze weg, zodat er geen spoor van teruggevonden werd. Maar de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg en vulde de hele aarde.

Het lijkt of het beeld onaantastbaar overeind staat. Toch houdt het geen stand. Een steen raakt los en verplettert met enorm geweld het hoge beeld op zo'n manier, dat er niets meer van overblijft dan wat stof. Wie of wat de steen is, daarover is al veel geschreven.

De verklaring is, gezien in het licht van dit hele gedeelte, niet zo moeilijk te geven. Immers het gaat hier om koninkrijken, koningschap en heerschappij. In de uitleg van Daniël wordt duidelijk gezegd, dat God in de laatste dagen van het laatste rijk een Koninkrijk zal oprichten. We lezen:

In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die andere koninkrijken verbrijzelen en tenietdoen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden.

De vorige rijken vormden samen het complete beeld. Het beeld van de menselijke heerschappij verdwijnt en Gods heerschappij wordt op aarde zichtbaar. De steen die verbrijzeld en zelf tot een grote berg wordt, heeft dus te maken met de komst en de openbaring van Gods Rijk op aarde; het Rijk uit de hemel, daarom ook genoemd: Koninkrijk der hemelen. Alleen, en dat is belangrijk, een koninkrijk bestaat alleen maar als er ook een koning is. En daarom is de steen die hier in Daniël verschijnt, niet alleen maar een beeld van het koninkrijk, maar ook van de koning, de Heere Jezus Christus, de Messias.

Als Hij straks opnieuw op aarde komt als Koning, dan is het Koninkrijk nabij (en dat evangelie wordt dan ook weer gepredikt), en zal spoedig zichtbaar op aarde gevestigd worden. Zo wordt het ook beschreven in de geweldige profetie van Daniël.

De steen raakte los ‘niet door mensenhanden’. Hier vindt dus iets plaats, dat helemaal buiten de mens om gaat! Hier gebeurt iets, dat het werk is van Gods (rechter)hand. Op Zijn tijd en op Zijn manier zal Zijn Woord in vervulling gaan. God houdt de eer aan Zichzelf, zodat niemand kan en zal roemen.

De losgeraakte steen treft het beeld aan de voeten, onderaan dus. Het dat de mensen zelf opgebouwd hebben wordt verbrijzeld als het Koninkrijk van God komt, met aan het hoofd de Zoon des mensen.

De komst van de Koning en Zijn Rijk betekent aanvankelijk een grote catastrofe voor de heidense naties. Het betekent het absolute einde voor alle menselijke heerschappij. De val van het laatste rijk betekent tegelijkertijd (Dan. 2:35) de ondergang van alle wereldmachten.

Toen werden het ijzer, het leem, het brons, het zilver en het goud tegelijk verbrijzeld. Ze werden als kaf op een zomerdorsvloer. De wind voerde ze weg, zodat er geen spoor van teruggevonden werd. Maar de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg en vulde de hele aarde.

Als de Koning der koningen komt Hij Zelf om de heidenen te slaan en te hoeden. Openbaring 19 vers 12 zegt:

En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de grimmige toorn van de almachtige God.

Er blijft niets meer over van het grote mensbeeld. De laatste stofdeeltjes worden weggevoerd door de wind. Jesaja zag het al voor zich als we lezen in Jesaja 40 ver 23 en 24:

Hij is het Die vorsten maakt tot niets, rechters van de aarde maakt tot leegheid… en een storm neemt hen weg als stoppels.

Maar de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg en vulde de hele aarde. (Dan. 2:35).

De steen die het beeld heeft verpulverd, wordt tot een berg. Oftewel: Christus komt en zal de aarde (ver)vullen met Zijn heerschappij en alle heerlijkheid, die daaruit voortvloeit.

In Jeremia 23:24 zegt de HEERE:

Vervul Ik niet de hemel en de aarde?

Zowel de profeet Jesaja alsook Habakuk getuigen ervan, dat de aarde vol zal worden van de kennis van ‘s HEEREN heerlijkheid, zoals de wateren de bodem der zee bedekken.

Wat een geweldige zegen zal dat zijn wanneer Psalm 8 tot volle vervulling zal komen!

We gaan luisteren naar het lied 'Thank you'.

KLIK HIERONDER OM TE LUISTEREN


DELEN

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

EN / NL