Psalm 45 -6-: Over genade gesproken
18/01/2021

Psalm 45 -6-: Over genade gesproken

Vandaag wil ik met u nadenken over het vervolg van deze bijzondere Psalm:

U bent veel mooier dan de andere mensenkinderen;
genade is op Uw lippen uitgegoten,
daarom heeft God U voor eeuwig gezegend.

U bent veel mooier, of misschien beter vertaald: eerlijker dan de mensenkinderen – Door wie worden deze woorden gesproken? Omdat de psalm een regelmatig bruiloftslied is, moeten we er aan denken dat in de oudheid de bruid en bruidegom complimenten hebben gekregen van degenen die de vrienden van de bruidegom worden genoemd, en de vriendinnen van de bruid.

Maar het lijkt erop dat de hele Psalm, behalve het eerste vers, werd gesproken door degenen die yedidoth worden genoemd, de geliefde dienstmeisjes, of vriendinnen, die de perfectie of de volmaaktheid van de Bruidegom en de Bruid als het ware uitschilderen.

Maar er is natuurlijk ook of juist sprake van een profetische lading in deze woorden. Het past zijn om te zeggen dat bijvoorbeeld Salomo de volmaakte man in het universum was; maar de Heere Jezus / Yehoshua was het volmaakte lam, waarvan het offerlam een voorafschaduwing was en is.

En dan vervolgt de tekst met de woorden:

Genade wordt op uw lippen uitgestort

Genade, een beladen woord. We komen het voor het eerst in de Bijbel tegen in Genesis 6 vers 8. We lezen daar:

Maar Noach vond genade in de ogen van de HEERE.

En weet je waarom Noach genade vond in de ogen van JHWH? Het antwoord op deze vraag vinden we in het volgende vers:

Noach was een rechtvaardig, oprecht man onder zijn tijdgenoten.

De volgende vraag zou dan moeten zijn: Hoe kwam het toch dat Noach een rechtvaardig en oprecht man was onder zijn tijdgenoten?

En alweer vinden we daar het antwoord op in het vervolg van het vers:

Noach wandelde met God.

 

Dat was de enige reden waarom Noach genade vond in de ogen van de Heere God. Niet door ons proberen om rechtvaardig te zijn, niet door een serieuze poging te doen om oprecht te zijn, maar uitsluitend en alleen door te wandelen met JHWH vond Noach genade in de ogen van de Heere God.

Maar de volgende vraag zou dan kunnen zijn: Moeten wij dan elke dag en elk moment van de dag dan proberen om met God te wandelen?

Misschien vinden we een antwoord in het Woord van God waar de eerste keer over wandelen wordt gesproken. We vinden dat in Genesis 3 waar we lezen over de ongehoorzaamheid van de mens en de reactie daarop van de Maker van de mens:

En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Letterlijk: de wind van de dag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof. En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u?

Zie je? Hier vind je het principe van ons wandelen met de Heere God. Het is Zijn opzoekende Liefde voor Adam voor de mens om samen met de mens, met jou en mij een wandeling door dit leven heen te maken.

Wij zijn niet van die beste brave borsten die uit onszelf de wil hebben om met Hem te wandelen, maar Hij zoekt de mens op. Hij zoekt jou op en nodigt je uit om je leven met Hem te delen.

Kan dat dan zomaar? Nee hoor. Dat ging bij Adam en Eva niet zo en bij jou en mij ook niet. Bij Adam en Eva vloeide er bloed en zo lezen we:

de HEERE God maakte voor Adam en voor zijn vrouw kleren van huiden en kleedde hen daarmee.

Zij werden bekleed. Allemaal werk van de HEERE God. Er was niks van Adam en Eva bij. En dat is precies was genade is.

Maar niet alleen Adam en zijn vrouw Eva waren naakt en probeerden uit alle macht door eigen werk hun naaktheid voor de Heere God te verhullen. Maar ook wij, jij en ik leert God Zelf, zijn van nature naakt. We lezen in 2 Korinthe 5:

Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden,
als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden.
Want ook wij, die in deze tent zijn, zuchten terwijl we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden.
Hij nu Die ons hiervoor heeft gereedgemaakt, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft.
Wij hebben dus altijd goede moed en weten dat wij, zolang wij in het lichaam inwonen, uitwonend zijn van de Heere,
want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen.
Maar wij hebben goede moed en wij hebben er meer behagen in om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heere in te wonen.
Daarom stellen wij er ook een eer in, hetzij inwonend, hetzij uitwonend, om Hem welbehaaglijk te zijn.

Als dat geen zegen is.

We gaan een oud nummer luisteren dat spreekt over genade. De poorten staan wij open voor ons. Een geweldig Johannes de Heer lied. Zingt u mee?

Ik zie een poort wijd open staan,
waardoor het licht komt stromen
van ’t kruis, waar ‘k vrijlijk heen mag gaan
om vrede te bekomen.

Genade Gods, zo rijk en vrij!
Die poort staat o
pen ook voor mij!
Staat open, ook voor mij.

Die open poort laat d’ ingang vrij,
aan wie komt binnen vlieden;
aan rijk en arm, aan u en mij
komt Jezus vrede bieden.

Die open poort leidt tot Gods  troon:
gaat door, laat niets u hind’ren;
neemt op uw kruis, aanvaardt de kroon,
die God biedt aan Zijn kind’ren

In ’t hemelrijk, voor Jezus’ troon
daar leidt het kruis tot zegen;
daar dragen wij voor kruis een kroon
door Jezus’ bloed verkregen

Klik hieronder om naar de uitzending te luisteren:

Delen
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Onderwerpen:

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

EN / NL