Psalm 45 -5-: Over een goed Woord gesproken
15/01/2021

Psalm 45 -5-: Over een goed Woord gesproken

Vandaag wil ik met u nadenken over het vervolg van deze bijzondere Psalm:

Mijn hart brengt een goed woord voort;
ik draag mijn gedichten Letterlijk: mijn werken voor over een Koning;
mijn tong is een pen van een vaardige schrijver.

Zoals ik de voorgaande keer al gezegd heb krijgen we met deze Psalm een inkijkje in de Liefde van de Koning ten opzichte van Zijn Bruid.

Mijn hart brengt een goed woord voort;

Mijn Le-waw [le-vav] in het Hebreeuws en in het Nederlands vertaald met mijn innerlijke mens, mijn geest, mijn wil, mijn hart, mijn ziel, mijn begrip, mijn ik dus, brengt een tov, een goed woord of in het Hebreeuws ‘dabar’ [davar] voort.

In de definities van het oud-Hebreeuws Lexicon kwam ik de volgende treffende omschrijving tegen bij het woord le-waw of het hart: het pictogram is een afbeelding van de herdersstaf die autoriteit vertegenwoordigt, de ‘v’ is een afbeelding van een tent die weergeeft wat erin zit. Gecombineerd betekenen deze “autoriteit van binnen”. Het bewustzijn van de mens wordt gezien als afkomstig van diep uit de borst, het hart. Dorst als een innerlijk verlangen naar water. Tot zover het citaat.  Hat hart van de dichter, de plaats van de mens, waar autoriteit vanuit gaat, waar het dus echt op aan komt, brengt een goed woord voort. Een tof woord. Wat dat woord zal zij komen we verderop in de psalm nog te bespreken. Maar wat nu al duidelijk is, is dat we in de psalm een in kijkje kijken in het diepste innerlijk van de dichter van de Psalm. Bijzonder toch?

En woord davar wordt veelal vertaald met ‘woord’, maar ook de vertaling ‘uitspraak’, ‘boodschap’, of ‘thema of ‘verhaal’ zijn goede opties. En wat dat verhaal, dat uit het innerlijk van de dichter als een fontein zoals we eerder gezien hebben, opborrelt, willen we in deze Psalm verder gaan ontdekken. Maar het maakt nu al nieuwsgierig.

Ik draag mijn gedichten Letterlijk: mijn werken voor over een Koning;

Letterlijk zegt de dichter: Ik draag mijn werk op aan de koning. Dit was de algemene gewoonte van de dichters in die omgeving. Ze herhaalden hun werken voor vorsten en vooral die werken waarin er een direct of compliment was voor de Vorst. De gewoonte was, dat wanneer de woorden van de dichter de Vorst bevielen, zij daar rijkelijk voor werden beloond. De dichter probeerde dus op onnavolgbare wijze de grootheid van de Koning tot uitdrukking te brengen om hem daarmee te behagen.

Mijn tong is de pen van een vaardige, of zoals de Hebreeuwse tekst zegt kant-en-klare schrijver. Het gedicht wordt gecomponeerd zonder dat er een pen aan te pas komt. Het gereedschap van de dichter is de tong en de inspiratie van et moment maakt dat hij zijn tong onder controle heeft, zoals een kundig schrijver zijn pen.

De dichter heeft waarschijnlijk niet alleen letterlijk aan het lichaamsdeel van de ‘tong’ gedacht hebben, maar het Hebreeuwse woord voor tong kan eveneens ‘taal’ betekenen. Maar bijvoorbeeld ook aan het denken achter het vormen van de woorden. Het overdenken van de woorden dus.

Over de tong wordt in het Woord van God uitgebreid gesproken. Maar weinig onderwerpen worden in de bijbel zo veelvuldig genoemd als ons spreken. Iedere concordantie staat vol met verwijzingen naar mond, tong, spreken en lippen. En dat is ook niet verwonderlijk, want dood en leven zijn in de macht van de tong. De tong is een scheppende kracht, maar ook een vuur dat relaties en reputaties kan verteren.

Ik heb her behoefte aan met een gedeelte dat over de ton g spreekt uit Filippensen 2 deze aflevering af te sluiten:

Als er dan enige bemoediging is in Christus, als er enige troost is van de liefde, als er enige gemeenschap is van de Geest, als er enige innige gevoelens en ontfermingen zijn,
maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent, dezelfde liefde hebt, één van ziel bent en één van gevoelen.
Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf.
Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is.

Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was,
Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn,
maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.
En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf Hebr. 2:9; 12:2vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.
Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem Hebr. 1:4een Naam geschonken boven alle naam,
opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn,
en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.

We gaan luisteren naar een voor de hand liggend lied, Opwekking 454:

Zegen, aanbidding.
Kracht, overwinning.
Ere zij de eeuwige God.
Laat elke natie, elke creatie
buigen voor de eeuwige God.

Elke tong in hemel, op aard
zal uw macht belijden
Elke knie buigt neer voor uw troon,
aanbiddend.
U wordt hoog verheven o God
en oneindig is uw heerschappij.
O eeuwige God.

De aarde wordt vol van uw Koninkrijk
Zing nu voor de eeuwige God
Geen andere macht is aan U gelijk
Zing nu voor de eeuwige God.

https://www.youtube.com/results?search_query=elke+tong+in+hemel+op+aard

Klik hier om naar de uitzending te luisteren:

Delen
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

EN / NL