Over Jezus, een onwettige zoon gesproken
18/12/2020

Over Jezus, een onwettige zoon gesproken

In deze serie die we gisteren met elkaar begonnen denken we over wat meer dan 2000 jaar geleden heeft plaatsgevonden. In de eerste aflevering dachten we na over de ondertrouw van Jozef en Maria.

Vandaag in het tweede deel van deze serie denken we aan de hand van het boek van Gertruud Bakker met de titel ‘De Joodse Jezus’ na over

Jezus, een onwettige zoon
Hoe keek men ten tijde van Jezus tegen Hem aan? Jezus was volgens sommige joden een mamzer, een bastaard ofwel een buitenechtelijk kind en mogelijk volgens sommige anderen een shetukhi, een ‘eenzame’ waarvan de moeder bekend is, maar de vader onbekend. Men moest in die tijd bewijzen dat het kind  van een joodse vader en een joodse moeder afstamde en verwekt was binnen de tijd van het huwelijk.

Jozef en Maria konden dat niet aantonen. Zodoende was Hij een buitenstaander, een eenzame en ging hij met buitenstaanders om, zoals een Maria Magdalena en een belastingambtenaar als Zacheus. Aan de ene kant zagen ze Hem als een shetukhi, maar aan de andere kant verweten zij Hem dat Hij omging met buitenstaanders.  Toch herkende en erkende men ook de Rabbi in Hem.

Ze waren er allemaal niet zeker van of hij een shetukhi of een memzer was, want Hij werd ook gewoon de zoon van Jozef genoemd, zoals we lezen in Johannes 1 vers 46. Maar in Johannes 8 vers 41 noemen ze Hem, hoe erg ook, de zoon van een prostituee. Bij een prostituee is de vader over het algemeen onbekend. De Bijbel zegt over een memzer dat hij niet in de gemeente van de Heere mag komen. Zelfs zijn nakomelingen van de tiende generatie mogen nog niet in de gemeente van de Heere komen kezen we in Deutenonomium 23 vers 2 en 3.

Het begrip memzer wordt in de Bijbel niet duidelijk omschreven, maar lijkt te maken te hebben met een kind uit een situatie van incest, overspel of verkrachting.

Jezus had dus een moeilijke tijd in Nazareth, want daar werd Hij als een buitenechtelijk kind bestempeld. Veracht door mensen vanaf zijn kinderjaren. Van Hem staat ook geschreven in Jesaja 53:
Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ziekte, en als iemand voor wie men het gezicht verbergt.
In Johannes 7 vers 5 staat dat Zijn broers niet in Hem geloofden. In vers 9 van Psalm 69 staat dat David een vreemdeling was voor Zijn broers. Hier wordt het Hebreeuwse woord muzar gebruikt en dat heeft dezelfde wortel als mamzer, wat ‘bastaard’ betekent.

De steen die de zonen (broers) hebben afgewezen, is de hoeksteen geworden, lezen we in Psalm 118 vers 22. Ook hier is het beeld van Jezus treffend met dat van David.

Wil je meer weten wat David en Jezus met elkaar gemeen hebben met betrekking tot het ongewenst zijn? Dan verwijzen wij naar het boek van Gertruud Bakker, getiteld ‘De Joodse Jezus’. Het is verkrijgbaar in onze boekwinkel. Ga naar www.radioisrael.nl en kies voor de winkel.

Morgen willen we weer verder nadenken over de geboorte van Jezus. Dan denken we na over de datum van Jezus’ geboorte.

Klik hier om naar de uitzending te luisteren:


Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reactie verzenden

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

EN / NL