Kerken in Nederland gaan schuldbelijdenis doen voor hun houding ten opzichte van Joden in de Tweede Wereldoorlog. Er is een handreiking opgesteld voor een speciale zondag van verootmoediging en schuldbelijdenis.

De woensdag verschenen verklaring wordt de plaatselijke kerken aangereikt door een voorbereidingsgroep die bestaat uit leden van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), de Gereformeerde Bond (GB) in de Protestantse Kerk in Nederland, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) en de Hersteld Hervormd Kerk (HHK). Tot de ondertekenaars behoren onder anderen ds. C. P. de Boer (CGK), ds. M. W. Vrijhof (CGK), ds. D. J. Diepenbroek (HHK), ds. R. van de Kamp (HHK), ds. A. A. A. Prosman (GB) en drs. P.J. Vergunst (GB).

In de ”belijdenis van schuld” spreken de kerken uit dat ze „nalatig zijn geweest in het opkomen voor de bedreigde Joodse gemeenschap in ons land tijdens de Holocaust.” Ze zijn „nalatig geweest toen het antisemitisme in het Europa van voor de oorlog toenam en wij onze stem daar niet tegen hebben verheven.”

Verder zijn de kerken, volgens de verklaring, onder meer nalatig geweest toen ze „ervoor kozen minder krachtig tegen de Jodenvervolging te protesteren ten einde de eigen gemeenteleden van Joodse komaf te beschermen. We zijn nalatig geweest toen de realiteit van de vernietigingskampen bekend begon te worden en wij dat onrecht niet aan de kaak hebben gesteld.”

De kerken erkennen dat „met schaamte.” „Tegelijk erkennen we met dankbaarheid de moed van hen uit ons midden die wel hun stem verhieven en tegen het onrecht streden”, al brachten „velen die moed en dat respect niet op.”

Het belijden van nalatigheid houdt het voornemen in dat de kerken „verplicht zijn lering te trekken uit wat wij nu als schuld benoemen. Het is ons gebed dat God ons onze tekortkomingen vergeeft, onze schuld verzoent en onze harten vernieuwt. Moge Gods Geest ons verlichten om in onze dagen moedig het kwade te weerstaan waar het zich manifesteert in antisemitisme en vreemdelingenhaat, opdat wij niet opnieuw nalatig zullen zijn.”

De kerken spreken verder uit dat ze zich „naar vermogen” willen inzetten voor de veiligheid van de Joodse gemeenschap in Nederland.

In een inleidende tekst verwijst de groep naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. „We vieren dit jaar dat we alweer 75 jaar in vrijheid leven. Dat we nu aandacht vragen voor die periode uit het verleden heeft te maken met de overwegend afstandelijke houding die de kerken in die tijd aannamen tegenover het grote lijden dat over de Joodse gemeenschap in ons land kwam.”

Onder andere de Nederlandse regering en de Nederlandse Spoorwegen erkenden eerder dat de Joodse gemeenschap aan haar lot is overgelaten toen de vervolging losbarstte. „Ook de koning erkende dat het hem niet loslaat dat zijn overgrootmoeder te weinig deed vanuit Londen om op te roepen tot hulp aan de Joden in Nederland. Deze stemmen uit de samenleving stellen ons een vraag: „Kerken, hebt u gedaan wat in uw vermogen lag om Joodse medeburgers te beschermen in het uur van het dodelijke gevaar?” Deze ernstige vraag hebben de kerken zich al vaker gesteld. Maar nog nooit kwam het tot een gezamenlijk gedragen belijdenis van schuld uitgesproken voor het aangezicht van God.”

Volgens de ondertekenaars van de verklaring waren er tijdens de Tweede Wereldoorlog ook christenen die Joodse medeburgers in nood hielpen. „Maar in grote lijnen was er een neutrale houding. Er werd ook geen verband gelegd tussen de vernietiging van het Joodse volk en de plek die dit volk ontving in de geschiedenis van Gods heil (Romeinen 9:1-5). Dit is een duistere erfenis die de kerken met zich meedragen en die mede een verhindering is geworden voor het licht van het evangelie om helder in onze samenleving te schijnen.”

Het „past” de kerken dus om nu gezamenlijk tegenover God schuld te belijden voor haar passieve houding bij de deportatie van het Joodse volksdeel. „We mogen eraan denken dat bij een oprechte erkenning van schuld zich door Gods belofte van vergeving een nieuwe weg opent. In het gaan van een nieuwe weg moet duidelijk worden dat de kerken daadwerkelijk afstand hebben genomen van een schuldig verleden.”

De handreiking bevat een inleidende tekst, de schuldbelijdenis en een gebed. De voorbereidingsgroep vraagt de plaatselijke gemeenten deze teksten een plaats te geven in de kerkdienst op zondag 15 november 2020. Het staat in de vrijheid van de kerken om van de bewoordingen in de inleidende tekst en het gebed af te wijken. De groep verzoekt de kerken „om de tekst van de schuldbelijdenis niet te wijzigen, zodat deze als uit één mond klinkt.”

Bron: rd.nl
Beeld: Pixabay.com

Delen
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
EN / NL