In een nachtelijke stoptrein tussen Nieuwerkerk aan den IJssel en Rotterdam Centraal heeft een groep jonge mannen luidruchtig antisemitische leuzen geroepen.

De groep deed de racistische en intimiderende uitingen gedurende de hele 20 minuten van het traject. Dat heeft een Rotterdamse medepassagier gemeld aan CIDI. Eerdere meldingen van haar bij de NS en politie zijn niet opgevolgd.

Iets na 11 uur ’s avonds op 22 augustus stapte de groep van zo’n 20 jonge mannen op de sprinter op het NS-station Nieuwerkerk aan den IJssel. Meteen begon hun geschreeuw met leuzen als “Hamas, Hamas, Joden aan het gas” en “Mijn vader zat bij de commando’s, mijn moeder zat bij de SS, samen verbrandden ze Joden, want Joden branden het best”.

Vanwege het late tijdstip waren buiten de groep slechts weinig mensen in de trein. Volgens de melder was er afschuw te merken bij passagiers, maar durfde niemand in te grijpen. De jongeren zouden al aangeschoten zijn toen ze in de trein stapten, en bleven verder drinken uit flessen sterke drank. De sfeer was grimmig en de situatie te intimiderend om de jongeren aan te spreken, aldus de melder.

De genoemde leuzen zijn vooral bekend van voetbalhooligans. Regelmatig volgt strafrechtelijk onderzoek naar spreekkoren met deze teksten; in sommige gevallen worden daders ter plekke beboet. De groep jongeren op de sprinter gaf volgens de melder echter geen blijk van enige affiniteit met voetbal. Dit incident toont dus aan dat deze kwetsende leuzen hun weg hebben gevonden buiten de context van voetbal.

Melding moeizaam
Bij aankomst op Rotterdam Centraal zocht de melder meteen ordehandhavers op om de groep jongeren in de kraag te vatten. Een dienstdoener aan de andere kant van het station reageerde door direct op het aankomstspoor van de sprinter af te gaan, maar de daders van het verbale geweld hadden tegen die tijd het station vermoedelijk al verlaten.

De melder liet het er hier echter niet bij. De volgende dag belde ze de NS, die liet weten geen actie te kunnen ondernemen, omdat er geen melding in het systeem bekend was. Meldingen achteraf zouden dus bij voorbaat niet worden opgevolgd. Dit terwijl er redenen kunnen zijn dat een melding ter plekke niet mogelijk is – in dit geval, begrijpelijke angst voor intimidatie door een groep jongeren onder invloed.

Ook de politie zou nalatig hebben gereageerd. Op de dag na het incident belde de melder tevens met de landelijke politie. De dienstdoende agent liet weten “niet zeker te zijn of dit wel strafbaar is”, en liet het hierbij. Het beschreven incident is echter duidelijk wel strafbaar. Melders hiervan zouden dus op zijn minst aangemoedigd moeten worden om van het feit aangifte te doen.

Na een aantal dagen besluit de melder nog een poging te wagen, ditmaal bij CIDI. “Ik ben zelf helemaal niet Joods, maar dat doet er niet aan af dat zulk antisemitisme mij raakt. De leuzen die de jongens riepen zijn gewoon afschuwelijk. Ze mogen hier niet zomaar mee wegkomen”.

Gebrekkige aanpak
Antisemitische intimidatie in het openbaar is onacceptabel. Mensen moeten met de trein kunnen reizen zonder met zulk misselijkmakende haatspraak te worden geconfronteerd. Dit geldt evenzeer voor de constatering dat het melden van dit incident bij twee verschillende autoriteiten zo moeizaam is verlopen. Het ontmoedigt mensen om incidenten te melden. Bovendien wordt verkeerd gedrag vrij spel gegeven, omdat er geen enkele reactie op komt. Ook het veiligheidsgevoel van (in dit geval) treinreizigers wordt hiermee ernstig aangetast.

CIDI signaleert  een gebrekkige meldingsbereidheid in Nederland van incidenten met een antisemitisch of anderszins discriminatoir karakter. Volgens een EU-rapport heeft slechts 25% van Joden in Nederland antisemitische incidenten die ze overkomt, gemeld bij een instantie. Sinds deze problematiek onder andere door CIDI is aangekaart, lieten politiek en regering herhaaldelijk weten het doen van aangifte makkelijker te willen laten verlopen.

Dit incident bewijst het tegenovergestelde. Helaas is dit bepaald niet het eerste voorbeeld waar discriminatie wordt weggewuifd als slechts iets ongelukkigs, waarbij het probleem eerder veroorzaakt zou zijn door de melder zelf dan door de dader. “Ik kreeg van mensen bij de politie en NS te horen dat ze het vervelend vinden voor mij wat er is gebeurd, maar het gaat niet alleen om mij. Het gaat erom dat zulke haat in het openbaar en van dichtbij alle ruimte heeft gekregen. Dat is niet alleen voor Joden zorgwekkend, maar voor iedereen”, aldus de Rotterdamse passagier die deze gebeurtenis bij CIDI meldde.

– – – – –

Bronvermelding
Datum:         05-09-2019
Website:       https://www.cidi.nl

– – – – –

 

 

 

Delen
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •