Tijdens de vastendag Yom Kippoer vragen we om Slicha en Mechila, om vergeving en kwijtschelding van de zonde. Van ons wordt verwacht dat we ons hart en onze daden beproeven op bewuste of onbewuste zonde die we in het afgelopen jaar hebben begaan, en ook degenen vergeven die tegen ons gezondigd hebben.
Dit alles stelt ons in staat om de situatie te bekijken vanuit het perspectief van een mens die vreest dat zijn leven ten einde loopt, en die daarom dingen in orde wil maken en zijn geweten verlichten voordat hij sterft. Dit zijn onmisbare momenten in ons leven, wanneer we fouten herstellen, dingen die we geleend of gestolen hebben terugbrengen, wanneer we ons veront­schuldigen voor iets wat we hebben gedaan of gezegd dat verkeerd was. Dat we iedereen die we kennen om Slicha en Mechila vragen is een prachtig concept, een traditie die zo alleen in het Jodendom bestaat.

Dezelfde gedachte komt ook voor in Birkat Habanim, de zegen voor de kinderen, die tijdens de hele Yom Kippoer dienst wordt uitgesproken. Wanneer delen we onze diepste hoop en verlangens voor onze kinderen? Als we denken dat we ze nooit meer kunnen zien.

Op de avond van Yom Kippoer dompelen de mensen zich onder in de mikwe, het rituele bad, een gebod voor de Joden op deze allerheiligste dag van het jaar. Net als de christelijke doop is dit ook een daad van reiniging in het proces dat ons geestelijk rein of ‘wedergeboren’ maakt. De betekenis van een onderdompeling in de mikwe gaat nog dieper, het is een rituele wassing van het lichaam, zoals het wassen voor de begrafenis.

Dan zijn er nog de witte gewaden die we 25 uur lang dragen terwijl we vasten op Yom Kippoer. Zij vertegen­woordigen de lijkwaden, die we op een dag zullen dragen, wanneer we op onze laatste reis zijn naar het eeuwige koninkrijk van God, de enige rechter van alle waarheid.

Vergeet niet dat elk van de aartsvaders een bijna-dood-ervaring had. Abraham verliet zijn familie en zijn vaderland, en in Hebreeën 11:12 werd hij ‘een verstorvene’ genoemd. Zijn zoon Isa’ak had zijn bijna-dood-ervaring, liggend op een altaar met een mes op zijn hals. Jacob vocht de hele nacht met een engel die hem wilde doden, die hem echter slechts verwondde en hem een nieuwe naam gaf. En Jozef – die sommigen de vierde aartsvader noemen – werd door zijn jaloerse broers in de woestijn achtergelaten om te sterven.

Al deze bijna-dood-ervaringen speelden een cruciale rol in het leven van onze aartsvaders. Door deze ervaringen hebben ze moed, helderheid en overtuiging gekregen om te leven voor het geloof in de enige ware God van Israël en om dat geloof aan een ongelovige wereld door te geven. Een geloof dat de wereldse structuren van macht en gezag van afgoderij tot op de dag van vandaag uitdaagt. Een onverschrokken geloof dat ons in staat heeft gesteld alle hindernissen in het leven te overwinnen en te strijden voor het leven, de waarheid en heiligheid, in het geloof, dat de Heer over ons waakt, ons leidt en bewaart, dat we het vermogen hebben om op te stijgen uit de diepste putten van zonde en leed.

Yom Kippoer is een bijna-dood-ervaring voor ieder van ons. Een moment van beslissing wanneer we ons realiseren wat echt, waar en zinvol is, wanneer we ons realiseren wat misleidend en onbeduidend is.

U’netaneh Tokef, een lied van berouw en verzoening
Misschien kunnen we nu beter begrijpen wat het meest ontroerende gebed is dat tijdens de Tien Ontzag­wekkende Dagen, tussen het Joodse Nieuwjaar en de Verzoendag, wordt gereciteerd. Volgens de traditie is Yom Kippoer de tijd waarin het eindoordeel voor elk mensenleven voor het komende jaar wordt geveld. Het gebed, dat de cantor zingt met een donkere en diep ontroerende melodie, werd door Leonard Cohen opgenomen in zijn lied ‘Who by Fire‘.

Lees dit gebed en bedenk: Als ik op dit moment sterf, wat zal dan mijn nalatenschap zijn? Hoe zal men aan mij terugdenken? Hoe zullen mijn echtgenoot of echtgenote, mijn kinderen en kleinkinderen, mijn gemeente en mijn land, mijn God zich mij herinneren? Zal mijn naam worden geëerd of vergeten? Ik hoop en bid dat ik nog vele jaren zal leven, maar als dit laatste moment komt, zal ik dan het Allerheiligste betreden met tranen van verschrikking of omringd door een wit licht van de Eeuwige Vader?

We hebben de keuze.

De cantor en het koor van het Israëlische leger zingen U’netaneh Tokef, een aangrijpend gebed dat op Rosh HaShanah en Yom Kippoer wordt gezongen, over God die beslist wie zal sterven en wie zal leven in het komende jaar. De video bevat beelden van de Yom Kippoer oorlog van 1973.

Het gebed zou uit de elfde eeuw dateren, en het wordt gezongen terwijl de heilige Arke met de Torahrollen geopend is en de gemeente staat. Het eerste gedeelte is een lofzang op Gods Koning­schap, en spreekt van Gods weten en oordelen. Een vertaling van het tweede gedeelte luidt:

Op Rosh Hashanah wordt het ingeschreven,
en op de vastendag Yom Kippoer wordt het verzegeld:
Hoeveel er zullen sterven
en hoeveel er geboren zullen worden;
wie zal leven en wie zal sterven,
wie zal de toebedeelde tijd leven
en wie zal gaan voor zijn tijd,
wie zal vergaan door water en wie door vuur,
wie door het zwaard en die door wilde dieren,
wie door hongersnood en wie door dorst.
(…)
Wie zal in rust leven en wie zal zwerven,
wie ongestoord leeft en wie wordt vervolgd,
wie het goede zal genieten en wie zal lijden onder tegenspoed;
wie arm zal zijn en wie rijk zal zijn;
wie zal worden vernederd en wie zal worden verhoogd.
Maar berouw, gebed en naastenliefde doen de strengheid van het besluit teniet.

– – – – –

Bronvermelding
Datum:         09-10-2019
Auteur:         David Lazarus; UwI
Beeld:          Ben Toren/Flash90
Website:       https://www.joods.nl

– – – – –

 

Delen
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •