We lezen:Thora:
Exodus 18:1 – 20:26
Haftara: Jesaja 6:1-7:6 en 9:5&6
Brit Chadashah/Vernieuwde testament: Johannes 16:5-15

Introductietekst:
Mozes vertelde zijn schoonvader alles wat de HEERE ter wille van Israël met de farao en de Egyptenaren gedaan had, al de moeite die hun onderweg getroffen had, en hoe de HEERE hen gered had. Jethro verheugde zich over al het goede dat de HEERE aan Israël gedaan had, dat Hij het gered had uit de hand van de Egyptenaren. En Jethro zei: Geloofd zij de HEERE, Die jullie gered heeft uit de hand van de Egyptenaren en uit de hand van de farao, Die dit volk van onder de hand van de Egyptenaren gered heeft! Nu weet ik dat de HEERE groter is dan alle goden, want in de zaak waarin zij overmoedig handelden, stond Hij boven hen. Ex. 18: 8-11(HSV)

In deze parasha krijgt Mozes bezoek van zijn schoonvader Jethro. Jethro was priester te Midian en wordt in Numeri 10:29 door Mozes aangeduid als Midianiet. Daarmee was hij afstammeling van Abraham, maar stond wel buiten het verbond dat via Isaak was doorgegeven aan Jacob. In de voorgaande parasha, in hoofdstuk 17, kwam Amalek op ‘bezoek’ om dood en verderf te zaaien. Als nazaat van Ezau was Amalek ook afstammeling van Abraham. Ondanks hun gedeelde voorvader handelden Jithro en Amalek op geheel andere wijze. Amalek viel het zwakke in de rug aan, en gaf daarmee blijk van minachting voor het volk van God, en de Eeuwige antwoord daarop met een eeuwige vijandschap. Jethro’s houding was echter totaal anders. Hij kwam om te zegenen en hij werd zelf gezegend. In deze parasha lezen we dat Jethro, als iemand van buiten het verbond, toch delen mag in de zegen van het verbond doordat hij zich verbindt met het volk van het verbond.

Shalom,

Presentatie: Tony Jurg

EN / NL