Mosjé stelt Am Jisraëel een zegen en een vloek voor. Hij roept hen op alle verordeningen en bepalingen te houden die hij hen voorhoudt, met het oog op hun toekomstige verblijf in het Beloofde Land.

Er komen voorschriften hoe de Eeuwige te dienen en vooral waar. Mosjé geeft een waarschuwing voor valse profeten. Er komen regels met betrekking tot reine en onreine dieren, de kwijtschelding van schulden en de heiliging van de eerstgeborenen van het vee. Tenslotte geeft Mosjé voorschriften voor het vieren van de grote feesten, de mo’adée adonai.

In deel 1 bespreken wij de betekenis van zegen en vloek en het belang van het nauwlettend naleven van de verordeningen en bepalingen van de Torah. Deel 2 handelt over de plaats waar de Eeuwige door het volk gediend wil worden en in deel 3 bespreken wij hoe om te gaan met valse profeten.

Shalom,

 

Delen
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •