We lezen in Gen. 25:19-28:9 en Maleachi 1:1-2:7

Het woord Toledot komt 11 keer in het boek Genesis voor en het evangelie van Mattheüs vangt met dit woord in het Grieks aan “genos”. Afhankelijk van de context vertaalt men het met de geschiedenis van, het geslacht of de verwekking van, de wordingen, de geboorte of het ontstaan van, de ontwikkeling van e.d.

Gen.2:4 Dit zijn de geboorten, de geschiedenissen van de hemel en van de aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en de hemel maakte. Op welke wijze? Jesaja 45: 18-22 zegt daarover: Want zo zegt de HERE, die de hemelen geschapen heeft – Hij is God – die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; Hij heeft haar niet ledig geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de HERE en er is geen ander.

En toch luiden de eerste verzen in het Hebreeuws: Genesis 1:1-2 In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig geworden – tohu va bohu, en duisternis lag op de afgrond, en de Geest Gods zweefde over de wateren. Tussen vers 1 en vers 2 van Genesis 1 zijn er al rampzalige dingen gebeurd op de aarde.

Psalm 33:6 getuigt: Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.

Blijkbaar werd op hetzelfde moment dat God de hemel en de aarde schiep, het heir des hemels, de engelen-scharen, door de Geest der heerlijkheid geschapen. En vers 7 gaat verder: Hij vergadert de wateren der zee als op een hoop; Hij stelt de afgronden, de watervloeden hun plaats in kamers ter bewaring. 8 Laat de ganse aarde voor den HEERE vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken. 9 Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.

Hij heeft de aarde ter bewoning gegeven opdat het werk van de boze verbroken zou worden. Wanneer de mens echter zondigt krijgt de boze opnieuw de ruimte om zijn verwoestende werk te doen. Numeri 23:19. De afgoden zijn leugengeesten, ijdelheden, die tot verwoesting leiden, woest en ledig. Daarom pleit Samuël tot het volk nadat zij op een verkeerde weg terugkeerden: Vreest niet; wel hebt gij al dit kwaad bedreven, maar wijkt niet langer van de HERE af, dient de HERE met uw ganse hart. Gij zult niet afwijken achter de afgoden, de ijdelheden – tohu – de ledigheden, die baten noch redden kunnen, die tot woestheid leiden; slechts ijdelheid – “leeg” zijn zij.

Wanneer Zijn volk Hem de rug toekeert wordt het land tot een woestenij. Wanneer de volken de afgoden – de ledigheden aanbidden, zal het aardrijk opnieuw tot woestheid gebracht worden. Jesjoea spreekt in Mattheüs 24 over de wereldwijde aanbidding van het beest en de antichrist nadat de gruwel der verwoesting is opgericht in een heilige plaats, waarvan Daniël 9:27 spreekt.

Dit maakt dat de bodemloze put van de afgrond geopend zal worden en de duistere machten worden losgelaten. Openbaring 9:11 Zij hadden over zich als koning de engel des afgronds; zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon – Verwoester en in het Grieks heeft hij tot naam Apollyon. De profeet Jeremia 4:23 zag de aarde, en zie, zij was woest en ledig; ik zag naar de hemel, en zijn licht was er niet. En Jesaja profeteert in 33:1-2 Wee, verwoester, die zelf niet verwoest zijt; verrader, die zelf niet verraden zijt; als gij voleindigd hebt te verwoesten, zult gij verwoest worden; als gij gereed zijt met verraden, zal men u verraden. HERE, wees ons genadig. Op U hopen wij; wees onze arm elke morgen, ja ons heil in tijd van benauwdheid.

Hij zal die dagen van verwoesting inkorten ter wille van de uitverkorene voor Zijn kinderen inkorten, opdat Hij nog geloof vinde, wanneer Hij op de wolken wederkomt.

Luister je weer mee?

Uitzendingen: Elke vrijdag 21:00 uur (herhaling op zaterdag 02:00, 10.00 uur en 19.00 uur, zondag 02:00 uur en 09.00 uur en maandag 02:00 uur).

Shalom,


Presentator: Robert Berns

Delen
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
EN / NL