Dadels: symbolisch en economisch belangrijk
De Judea-dadels hebben grotere pitten dan moderne varianten, en hebben een honingachtige smaak. Genetisch lijken zij op dadelsoorten uit Irak, die vermoedelijk mee werden genomen naar Israel na de Babylonische ballingschap. Dadels spelen zowel in de Joodse als Arabische cultuur een grote rol: de takken worden ritueel gebruikt in het Jodendom, de Bijbel beschrijft Israel als gezegend met tarwe, gerst, druiven, vijgen, olijven, granaatappels en dadels, en in de Islam wordt het na het vasten tijdens de Ramadan aangebeten met dadels. De Judea-dadel gold in de oudheid als symbool van het land Israel zelf, stond op munten uit het Israëlitische koninkrijk en gold als belangrijk exportproduct: Herodotus en Plinius de Oudere schreven er allebei lovend over. Door de dadelteelt werd Jericho een belangrijke handelsstad: de plaatselijke dadels waren blijkbaar lekker, goed houdbaar, en daardoor beter geschikt voor export dan die uit Egypte. Nadat de eerste Joodse opstand tegen de Romeinen werd neergeslagen, liet keizer Vespasianus munten slaan met een huilende vrouw onder een palmboom om zijn overwinning over de Joden te vieren.
De dadelsoort werd intensief gekweekt in de oudheid, maar in de vroege middeleeuwen ging de soort verloren. Klimaatverandering en schade (ook aan irrigatiesystemen) door oorlogen rondom de val van het Romeinse rijk en de kruistochten betekenden het einde van de teelt van deze ondersoort, en al gauw wist niemand meer hoe deze dadels eruit zagen of proefden, meer dan duizend jaar, tot enige dagen geleden.
“Gelukkig smaken ze goed. Ik weet niet wat we hadden moeten doen als ze vies waren,” volgens dr. Solowey. Zij overweegt al hardop om de vruchten te verkopen als “de dadels die Jezus at”.
Bronvermelding: Datum: 08-09-2020 Auteur: JOSHUA FRIEDMANN Website: CIDI




