De Palestijnse leider kan zich noemen zoals hij wil, maar hij kan de Bijbel niet herschrijven.

In zijn toespraak van 15 mei bij de Verenigde Naties zei de leider van de Palestijnse Autoriteit, Mahmoud Abbas, naast een reeks andere schunnige opmerkingen, dat “de Palestijnen afstammen van de bijbelse Kanaänieten”, zoals bewezen is “in religieuze geschriften, waaronder de Torah.”

De Torah maakt weliswaar melding van de Kanaänieten, maar verwerpt elke Kanaänitische aanspraak op het Land Israël.
De Bijbel is de oudste nog bestaande schriftelijke vermelding van een titel. Daarin worden de Kanaänieten beschreven als afstammelingen van Kanaän, een kind van Ham. Het Land Israël was echter een erfenis die Noach aan zijn zoon Sem toekende toen Noach de aarde onder zijn zonen verdeelde. Dus, zoals een zorgvuldige lezer van de titel zou opmerken, hadden de Kanaänieten geen legitieme aanspraak op het Land Israël.

In feite bezetten de Kanaänieten illegaal het Land Israël. Zoals de Bijbel opmerkt: toen Abraham naar het land kwam, waren de Kanaänieten er “op dat moment”. Deze zin is niet terloops of toevallig. De Maharal legt uit dat “in die tijd” verwijst naar het feit dat de Kanaänieten er eerder niet waren, omdat het hun land niet was. In plaats daarvan waren zij gekomen om de Kinderen van Israël van hun erfenis te beroven.

Rashi merkt op dat de Kanaänieten het Land Israël geleidelijk veroverden op de nakomelingen van Sem, aan wie het was toegewezen. Daarom verwijst de Bijbel naar Melchi-Tzedek (ook bekend als Sem) als de koning van Salem (Jeruzalem). God verzekert Abraham dat het Land Israël zal worden teruggegeven aan zijn nakomelingen, de Kinderen van Israël, die lijnrecht afstammen van Sem en dus de rechtmatige erfgenamen zijn van het Land Israël.
De Bijbel verklaart dus dat wanneer de kinderen van Israël het land betreden, dat toen bekend stond als Kanaän, dit het land is dat hun was gegeven als deel van hun erfenis.

Bovendien beschrijft de Bijbel uitdrukkelijk dat de grenzen van het Kanaänitische grondgebied zich slechts uitstrekken tot Sidon in het noorden, de toegangswegen tot Gaza in het zuiden en de toegangswegen tot Sodom, Gomorra, enz. in het oosten. Het strekt zich niet uit tot het eigenlijke Land Israël.

Dit overzicht van het land is vastgelegd in de contractuele verbintenis die God oorspronkelijk met Abraham aanging. Abraham heeft het zelfs doorgetrokken.

De eigendom van het Land Israël werd opnieuw bevestigd aan Mozes en het Joodse volk, onder meer in een meer gedetailleerde beschrijving in het boek Numeri. Als onderdeel van Mozes’ voorlaatste testament in de Bijbel roept hij inderdaad de hemel en de aarde op om te getuigen dat het Land Israël het erfdeel is van het Joodse volk. De Bijbel bevestigt ook dat het land het erfdeel is van Jacob, met uitsluiting van alle andere voorouders.

De Bijbel is een eigendomsbewijs dat het wettelijke recht van het Joodse volk op het Land Israël aantoont. Deze titel dateert van het begin van de wereld via Israëls wonderbaarlijke herovering van het land op illegale bezetters tot vandaag. Het is een volledig verworven erfenis, rechtvaardig en rechtmatig, zoals God het bedoeld heeft. Er is geen vergelijkbare bron van juridische eigendom van het Land Israël.

_____________________________________________________________________

Bronvermelding:

Datum:
23-05-2023

Auteurs:
Farley Weiss en Leonard Grunstein

Beeld:
Palestinian Authority chief Mahmoud Abbas speaks during a meeting of the Palestinian leadership in Ramallah, Sept. 3, 2020. Photo: Flash90

Website:
jns.org

Over de auteurs:
Farley Weiss is chairman of the Israel Heritage Foundation (IHF) and former president of the National Council of Young Israel. Leonard Grunstein founded Project Ezrah and serves on the Board of Revel at Yeshiva University and the AIPAC National Council.

_______________________________________________________________________

EN / NL/ עב