3e Artikel, in een serie van 5 artikelen: Van Rome naar Jeruzalem – De verborgen lijn door de wereldgeschiedenis
Datum: 24 Augustus 2026
Auteur: Redactie Radio Israël
De val van Constantinopel in 1453 behoort tot de grote keerpunten van de geschiedenis. Toch kwam die verovering niet uit het niets. Ruim veertig jaar eerder verkeerde het Ottomaanse Rijk zelf nog in een diepe crisis. In die periode trad Mehmet I aan.
Mehmet I herstelt het Ottomaanse Rijk
Mehmet I, ook bekend als Çelebi Mehmet, regeerde van 1413 tot 1421 als sultan van het Ottomaanse Rijk. Hij was een zoon van sultan Bayezid I.
Na de zware nederlaag van Bayezid I tegen de Centraal-Aziatische veroveraar Timur in 1402 viel de Ottomaanse macht tijdelijk uiteen. De zonen van Bayezid raakten verwikkeld in een langdurige strijd om de troon. Deze periode staat bekend als het Ottomaanse Interregnum, van 1402 tot 1413.
Mehmet wist uiteindelijk zijn rivaliserende broers te verslaan en bracht grote delen van de Ottomaanse gebieden in Anatolië en op de Balkan opnieuw onder één gezag. Daarom wordt hij in de geschiedschrijving soms gezien als de hersteller van het Ottomaanse Rijk.
Constantinopel zelf stond in zijn tijd nog onder Byzantijns, of beter gezegd Oost-Romeins, bestuur. Mehmet I veroverde de stad dus niet. Zijn betekenis ligt vooral in het feit dat hij het Ottomaanse rijk na een periode van bijna uiteenvallen opnieuw bijeenbracht.
Zijn zoon Murad II zette die versterking van het rijk voort. Daarna kwam diens zoon Mehmet II aan de macht.
Hij zou degene worden die Constantinopel daadwerkelijk veroverde.
Mehmet II en de val van Constantinopel
In 1453 belegerde sultan Mehmet II, later bekend als Fatih, “de Veroveraar”, Constantinopel.
De stad was toen al meer dan duizend jaar hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk. Hoewel het rijk sterk was gekrompen, droeg Constantinopel nog altijd het gewicht van eeuwen Romeinse keizerlijke geschiedenis.
Op 29 mei 1453 viel de stad.
Daarmee kwam het Oost-Romeinse Rijk ten einde.
Voor Constantinopel betekende dat echter geen einde als wereldstad. Mehmet II maakte haar juist tot het centrum van zijn eigen rijk.
Dat is belangrijk voor de lijn die in deze serie artikelen wordt onderzocht. De politieke macht veranderde van dynastie en religie, terwijl de imperiale betekenis van dezelfde stad bleef voortbestaan.
De Ottomanen en de erfenis van Rome
Mehmet II beschouwde zichzelf niet alleen als een Turkse of islamitische veroveraar. Hij nam ook elementen van de Romeinse keizerlijke traditie over.
Een van zijn bekende titels was Kayser-i Rûm, “Caesar van Rome”.
In de vijftiende eeuw was de naam “Rome” niet uitsluitend verbonden met de stad Rome in Italië. De Oost-Romeinse wereld had eeuwenlang vanuit Constantinopel bestaan en haar inwoners zagen zichzelf als Romeinen.
Door Constantinopel te veroveren kon Mehmet II zich presenteren als opvolger van die imperiale traditie.
De stad veranderde daarmee van een christelijk-Romeins machtscentrum in het politieke hart van een islamitisch wereldrijk, terwijl een deel van de oude Romeinse keizerlijke identiteit werd overgenomen.
Dat maakt de overgang van 1453 bijzonder interessant vanuit het bijbelboek Daniël.
Als het vierde rijk van Daniël met Rome wordt verbonden en het Romeinse rijk eeuwenlang in Constantinopel voortleefde, dan is de Ottomaanse overname van die stad meer dan alleen de verovering van een willekeurige hoofdstad. Een nieuwe macht nam bezit van het politieke centrum van het oostelijke Romeinse rijk.
Hagia Sophia als symbool van de overgang
Een van de duidelijkste symbolen van deze verandering was de Hagia Sophia in Constantinopel (en bestaat nog steeds in het huidige Istanbul).
De grote kerk was in de zesde eeuw gebouwd onder keizer Justinianus en behoorde tot de belangrijkste christelijke gebouwen van het Oost-Romeinse rijk.
Na de verovering van 1453 werd zij omgevormd tot moskee.
Daarmee werd op één plaats zichtbaar wat met Constantinopel als geheel gebeurde. Een stad die eeuwenlang het christelijke centrum van het Oost-Romeinse rijk was geweest, kreeg een islamitische politieke en religieuze identiteit.
De gebouwen, muren, infrastructuur en keizerlijke herinneringen bleven grotendeels aanwezig. Hun betekenis werd opnieuw ingevuld.
Dat patroon zien we later ook terug bij de verhouding tussen Constantinopel en Jeruzalem.
Jeruzalem komt onder Ottomaanse macht
In 1517 veroverde sultan Selim I het gebied van de Mammelukken, waaronder Jeruzalem.
Vanaf dat moment viel Jeruzalem ongeveer vier eeuwen onder het Ottomaanse Rijk.
De stad werd daarmee opnieuw bestuurd vanuit Constantinopel.
Constantinopel had Jeruzalem eerder eeuwenlang bestuurd als hoofdstad van het christelijke Oost-Romeinse Rijk. Vanaf de zestiende eeuw gebeurde dat opnieuw, nu vanuit een islamitisch rijk.
Ook de Tempelberg kwam daardoor onder Ottomaans gezag.
De Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee waren al eeuwen eerder gebouwd. De Ottomanen namen deze heiligdommen over en beschouwden Jeruzalem als een belangrijke islamitische stad.
Onder sultan Süleyman de Grote, die regeerde van 1520 tot 1566, werd Jeruzalem uitgebreid gerenoveerd. De huidige stadsmuren stammen grotendeels uit zijn tijd. Ook de Rotskoepel werd gerestaureerd en kreeg een belangrijk deel van haar bekende tegelbekleding.
Zo werd de verbinding tussen Constantinopel en Jeruzalem opnieuw zichtbaar.
Van wereldrijk naar crisis
Het Ottomaanse Rijk groeide in de zestiende en zeventiende eeuw uit tot een van de belangrijkste machten rond de Middellandse Zee, de Balkan en het Midden-Oosten.
Eeuwenlang beheerste het gebieden in Zuidoost-Europa, Anatolië, Syrië, het Heilige Land, Egypte en delen van Noord-Afrika.
Maar in de negentiende eeuw werd het rijk steeds kwetsbaarder.
Europese grootmachten oefenden politieke en economische druk uit. Nationalistische bewegingen op de Balkan wilden onafhankelijkheid. Tegelijk ontstond binnen het rijk een groeiende roep om modernisering en hervorming.
In deze veranderende wereld verschenen ook internationale netwerken zoals de vrijmetselarij.
Vrijmetselaarsloges in het late Ottomaanse Rijk
In de negentiende eeuw ontstonden vrijmetselaarsloges in verschillende belangrijke Ottomaanse steden. Istanbul, Smyrna en vooral Saloniki werden plaatsen waar Europese ideeën, handel, intellectuele discussies en politieke oppositie elkaar ontmoetten.
Saloniki, het huidige Thessaloniki, speelde daarin een opvallende rol.
De stad was destijds onderdeel van het Ottomaanse Rijk en kende een zeer diverse bevolking. Joden, moslims, Grieken en andere groepen leefden er naast elkaar. De ligging en het internationale handelsleven maakten haar ontvankelijk voor politieke en intellectuele stromingen uit Europa.
Binnen die omgeving kregen ook de Jong-Turken steeds meer invloed.
Sommige prominente leden van de Jong-Turkse beweging waren verbonden aan vrijmetselaarsloges. Vooral rond het Committee of Union and Progress bestonden aantoonbare contacten met deze kringen.
Daarmee vormden de loges een onderdeel van het maatschappelijke netwerk waarin ideeën over constitutioneel bestuur, secularisering, nationalisme en politieke hervorming circuleerden.
Dat betekent niet dat alle ontwikkelingen vanuit vrijmetselaarsloges werden bestuurd. De historische betekenis ligt vooral in de netwerken die verschillende maatschappelijke elites met elkaar verbonden.
Mustafa Kemal en de overgang naar het moderne Turkije
Mustafa Kemal, later bekend als Atatürk, werd in 1881 geboren in Saloniki.
Hij groeide dus op in dezelfde stedelijke wereld waarin Jong-Turkse, nationalistische, modernistische en vrijmetselaarskringen actief waren.
Over zijn persoonlijke lidmaatschap van een vrijmetselaarsloge bestaan verschillende claims en bronnen spreken elkaar daarover tegen. Zijn politieke en intellectuele omgeving werd echter sterk beïnvloed door de moderniseringsbewegingen die in Saloniki en andere Ottomaanse steden aanwezig waren.
Na de Eerste Wereldoorlog stortte het Ottomaanse Rijk uiteindelijk in.
Mustafa Kemal leidde vervolgens de Turkse onafhankelijkheidsstrijd en in 1923 ontstond de Republiek Turkije.
De hoofdstad werd Ankara.
Daarmee verloor Constantinopel haar eeuwenoude functie als officiële hoofdstad van een wereldrijk.
De stad zelf bleef echter bestaan als het economische, culturele en historische hart van Turkije.
In de loop van de twintigste eeuw werd de naam Istanbul internationaal de gebruikelijke naam.
Istanbul zonder keizers en sultans
De moderne Turkse republiek brak bewust met verschillende instellingen van het Ottomaanse verleden. Het sultanaat werd afgeschaft en later ook het kalifaat.
Turkije ontwikkelde zich onder Atatürk tot een sterk seculiere republiek.
Toch verdween de betekenis van het Ottomaanse verleden nooit helemaal.
In de eenentwintigste eeuw kreeg die geschiedenis opnieuw meer aandacht. Onder president Erdoğan werden Ottomaanse symboliek, islamitische identiteit en de geschiedenis van Turkije als regionale grootmacht sterker zichtbaar in de publieke cultuur en buitenlandse politiek.
Een duidelijk voorbeeld is de Hagia Sophia. Nadat zij sinds 1935 als museum had gefunctioneerd, werd het gebouw in 2020 opnieuw als moskee in gebruik genomen.
Hiermee kreeg een gebouw dat eerst Byzantijnse kerk, daarna Ottomaanse moskee en vervolgens republikeins museum was geweest opnieuw een uitgesproken islamitische functie.
Die geschiedenis weerspiegelt op kleine schaal de verschillende lagen van Istanbul zelf.
Een nieuwe Turkse invloedssfeer
Het moderne Turkije is geografisch veel kleiner dan het Ottomaanse Rijk, maar bezit nog steeds een uitzonderlijke strategische ligging.
De Bosporus loopt dwars door Istanbul. Daardoor beheerst Turkije de maritieme verbinding tussen de Zwarte Zee en de Middellandse Zee.
Rusland, Oekraïne, Roemenië, Bulgarije en Georgië zijn voor hun toegang vanuit de Zwarte Zee naar de Middellandse Zee afhankelijk van deze zeestraten.
Daarnaast beschikt Turkije over een van de grootste legers binnen de NAVO en heeft het land de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in een eigen defensie-industrie.
Turkse drones, oorlogsschepen en andere militaire systemen worden inmiddels naar verschillende landen geëxporteerd.
De invloed reikt bovendien verder dan militaire macht.
Turkije heeft intensieve banden met de Balkan, de Kaukasus, Centraal-Azië, Afrika en het Midden-Oosten. Via de Organization of Turkic States werkt Ankara onder andere samen met Azerbeidzjan, Kazachstan, Kirgizië en Oezbekistan.
Ook grote Turkse gemeenschappen in Duitsland, Nederland, België en andere Europese landen zorgen voor blijvende culturele en maatschappelijke verbindingen tussen Turkije en Europa.
Er ontstaat daarmee opnieuw een netwerk rond Turkije dat geografisch deels dezelfde gebieden omvat die vroeger onder Ottomaanse invloed stonden.
Constantinopel verdween niet werkelijk
De politieke hoofdstad van Turkije ligt tegenwoordig in Ankara. Toch blijft Istanbul de stad waarin de verschillende historische werelden het duidelijkst bij elkaar komen.
Daar stond het keizerlijke Nieuwe Rome.
Daar regeerden de Oost-Romeinse keizers.
Daar vestigden zich de Ottomaanse sultans.
Vanuit die stad werd eeuwenlang ook over Jeruzalem geregeerd.
Vandaag is Istanbul geen hoofdstad meer, maar het blijft de grootste stad van Turkije en een belangrijk economisch, religieus en cultureel centrum.
Daardoor blijft de stad relevant voor de vraag die in deze serie centraal staat: hoeveel van de oude Romeinse en Ottomaanse machtslijn is in het moderne Turkije nog terug te herkennen?
Conclusie
De geschiedenis van het Ottomaanse Rijk laat een opmerkelijke continuïteit zien. Aan het begin van de vijftiende eeuw stond het rijk na de nederlaag van Bayezid I dicht bij uiteenvallen. Mehmet I wist tussen 1413 en 1421 de Ottomaanse gebieden opnieuw onder één gezag te brengen. Zijn zoon Murad II versterkte het rijk verder en zijn kleinzoon Mehmet II voltooide in 1453 een ontwikkeling die grote gevolgen voor de wereldgeschiedenis zou krijgen: de verovering van Constantinopel.
Daarmee verdween de keizerlijke functie van de stad niet. Een nieuwe dynastie en een nieuwe godsdienst namen bezit van het oude centrum van het Oost-Romeinse rijk. Mehmet II kon zich vervolgens zelfs Caesar van Rome noemen.
Enkele tientallen jaren later kreeg hetzelfde rijk Jeruzalem onder zijn macht. Gedurende ongeveer vier eeuwen werd de stad van David bestuurd vanuit Constantinopel. De Tempelberg kwam daarmee opnieuw onder het gezag van de stad die eerder al het centrum van het Oost-Romeinse rijk was geweest.
Aan het einde van het Ottomaanse tijdperk veranderde het karakter van de macht opnieuw. Nationalisme, modernisering, internationale politieke ideeën en netwerken zoals bepaalde vrijmetselaarsloges speelden een rol in de wereld waarin de Jong-Turkse beweging ontstond. Uit de ineenstorting van het rijk kwam vervolgens het moderne Turkije voort.
De officiële hoofdstad verhuisde naar Ankara, terwijl Istanbul haar uitzonderlijke historische en geografische positie behield.
Voor de hypothese die we in deze serie onderzoeken, is vooral deze continuïteit belangrijk. Rome werd Constantinopel. Constantinopel werd het centrum van het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse rijk maakte plaats voor Turkije, terwijl Istanbul bleef liggen op hetzelfde strategische kruispunt tussen Europa en Azië.
Daarmee ontstaat de volgende vraag. De sultans zijn verdwenen en Turkije bezit geen wereldrijk meer, maar Ankara bouwt opnieuw invloed op in Syrië, de Balkan, Centraal-Azië, Afrika en rond Jeruzalem. Tegelijk onderhoudt het opmerkelijke relaties met zowel het Westen als Rusland en Iran.
Hoe groot is die invloed inmiddels, en kan daarin iets worden herkend van de samengestelde macht die Daniël beschrijft als ijzer vermengd met leem?
Dat vormt het uitgangspunt voor het volgende artikel.
3e Artikel, in een serie van 5 artikelen: Van Rome naar Jeruzalem – De verborgen lijn door de wereldgeschiedenis
Datum: 24 Augustus 2026
Auteur: Redactie Radio Israël
Afbeelding: Redactie Radio Israël



