Na de oorlog wilde ze genieten, dus zweeg ze over de gruwelen in concentratiekamp Ravensbrück. Op 97-jarige leeftijd schreef Selma van de Perre de herinneringen die ze zolang had bewaard alsnog op. Het werd meteen een bestseller: ‘Ik ben stomverbaasd.’

‘Wacht, hier heb ik het.’ Selma van de Perre trekt een schilderij uit een stapel boeken, tijdschriften en zelfgemaakt schilderwerk op de groen fluwelen bank. ‘Hier, kun je het vasthouden? Het is niet erg goed hoor.’

Over de volle breedte van het doek loopt een hek met prikkeldraad. Links zijn vrouwen te zien die dwangarbeid verrichten, rechts de verbrandingsovens van concentratiekamp Ravensbrück. Op de voorgrond een kar met lichamen. Selma, zoals iedereen haar ondanks haar leeftijd noemt, gaat zitten – het schilderij op schoot. ‘Die lijkwagen, die zie ik soms nog voor me. Dat was iets verschrikkelijks. Al die lijken, met de armen en benen die over de rand hingen. Vreselijk. Vréselijk. Toen ik vorig jaar een keer naar schilderles was, voelde ik dat ik het moest schilderen. Ik heb het met eigen ogen gezien.’

Het heeft lang geduurd voor ze verbeeldde wat al 75 jaar in haar hoofd zat. Net zoals het lang geduurd heeft voor ze de gebeurtenissen die ze haar hele leven met zich meedraagt, opschreef. Toen ze in april 1945 met een groep vrouwen buiten de poorten van concentratiekamp Ravensbrück stond, namen ze een besluit: ze zouden niet vertellen over hun huiveringwekkende ervaringen, maar vooruitkijken, een leven opbouwen, genieten.

Lees meer op de website van het Nederlands Dagblad.

Beeld: Wikipedia.nl


 

Delen
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
EN / NL