Joshua Wander
Israël Nieuws
27 september 2026

Ik heb me lange tijd afgevraagd of de staat Israël lid zou moeten blijven van de Verenigde Naties. De instelling die zogenaamd werd opgericht om vrede en samenwerking tussen de volken te bevorderen, heeft een houding ontwikkeld die vanuit Israëlisch perspectief redelijkerwijs kan worden omschreven als een buitengewone fixatie op de Joodse staat. Critici van de VN wijzen al jarenlang op het onevenredig grote aantal resoluties dat tegen Israël wordt gericht in vergelijking met andere landen, waaronder regimes die verantwoordelijk zijn voor afschuwelijke schendingen van de mensenrechten.

En toch, ondanks alles wat ik over de Verenigde Naties denk, is er vanuit het perspectief van de Geula, de verlossing, iets fascinerends aan deze instelling. Wat haar tekortkomingen ook zijn, de VN komt misschien het dichtst in de buurt van een vergadering die tegenwoordig de volken van de wereld vertegenwoordigt. Alleen dat al geeft gebeurtenissen die daar plaatsvinden een zekere symbolische betekenis.

Er is bovendien sprake van een opmerkelijke historische ironie. De Verenigde Naties waren niet het eerste internationale forum waarin de volken de terugkeer van het Joodse volk naar zijn voorouderlijke thuisland erkenden. Dat proces was al tientallen jaren eerder begonnen.

In 1917 maakte de Balfourverklaring bekend dat de Britse regering “met welwillendheid de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het Joodse volk” bezag. Dat beginsel kreeg vervolgens bredere internationale erkenning tijdens de conferentie van San Remo in 1920 en werd opgenomen in het Mandaat voor Palestina van de Volkenbond uit 1922. Daarin werd uitdrukkelijk gesproken over “de historische band van het Joodse volk met Palestina” en over de gronden voor “het herstel van hun nationale tehuis in dat land”.

Vervolgens nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 29 november 1947 Resolutie 181 aan, waarin werd aanbevolen het Mandaatgebied Palestina te verdelen in een Joodse en een Arabische staat.

Israël ontving zijn fundamentele recht op Eretz Yisrael vanzelfsprekend niet van Groot-Brittannië, de Volkenbond of de Verenigde Naties. Het land dat door de Schepper aan het Joodse volk is beloofd, heeft nauwelijks de toestemming van menselijke regeringen nodig.

Toch was er historisch gezien iets opmerkelijks gebeurd: door een opeenvolging van internationale besluiten hadden de volken zelf formeel de terugkeer en het nationale herstel van het Joodse volk in Eretz Yisrael erkend.

Deze geschiedenis wordt bijzonder fascinerend wanneer we haar bekijken naast een van de meest omstreden passages uit de Talmoed: de שלוש שבועות – Shalosh Shevuot, de Drie Eden.

De Gemara in Ketubot 111a vermeldt de eed שלא יעלו ישראל בחומה — dat Israël niet “als een muur” naar Eretz Yisrael zou optrekken — samen met een eed om niet tegen de volken in opstand te komen en een eed die aan de volken werd opgelegd om Israël niet bovenmatig te onderdrukken.

Er bestaan verschillende interpretaties van deze aggadische eden, en grote Thora-autoriteiten verschillen sterk van mening over de vraag of, en op welke manier, zij halachische betekenis hebben.

Maar onder de antwoorden die naar voren zijn gebracht, bevindt zich er één die bijzonder relevant is voor onze bespreking: zelfs wanneer we aannemen dat deze eden ooit een massale Joodse terugkeer verboden wanneer die tegen de wil van de volken in zou plaatsvinden, wat gebeurt er dan wanneer de volken zelf ermee instemmen?

Die instemming ontstond niet plotseling in 1947. Zij ontwikkelde zich via de Balfourverklaring, de besluiten van San Remo, het Mandaat van de Volkenbond en uiteindelijk de stemming bij de Verenigde Naties.

Volgens deze benadering hadden juist de volken waartegen wij zogenaamd niet in opstand mochten komen, zelf het Joodse nationale tehuis en de terugkeer van het Joodse volk naar Eretz Yisrael erkend.

De ironie is moeilijk te missen. De internationale gemeenschap waarvan vertegenwoordigers tegenwoordig zo vaak de staat Israël veroordelen, omvat de institutionele opvolgers van dezelfde internationale orde die de terugkeer van het Joodse volk formeel erkende.

De volken openden de deur — en nu protesteren sommige van diezelfde volken omdat wij erdoorheen zijn gegaan.

Dat brengt ons bij wat gisteren gebeurde.

Op 24 september liep premier Benjamin Netanyahu naar het spreekgestoelte van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Toen hij met zijn toespraak begon, stonden tientallen diplomaten op en verlieten de zaal. Er werd gejoeld en uitgejouwd, terwijl leden van de Israëlische delegatie en medestanders reageerden met applaus en uitroepen van “Am Yisrael Chai”.

Israëlische functionarissen telden later 77(de cijfers hierover zijn niet bevestigd, noot redactie) nationale delegaties waarvan de zetels tijdens de toespraak leeg waren — sommige omdat de vertegenwoordigers waren weggelopen en andere omdat zij al afwezig waren.

De timing had nauwelijks opvallender kunnen zijn.

We staan aan de vooravond van Soekot, het enige feest dat Chazal uitdrukkelijk verbinden met de volken van de wereld.

Tijdens Soekot werden in de Beit HaMikdash zeventig stieren geofferd. De Gemara vraagt:

הני שבעים פרים כנגד מי? כנגד שבעים אומות

“Met wie komen deze zeventig stieren overeen? Met de zeventig volken.”

Israël bracht korbanot niet alleen voor zichzelf, maar namens de mensheid.

Rabbi Jochanan gaat nog verder:

אוי להם לגויים שאבדו ואין יודעין מה שאבדו

“Wee de volken, die iets verloren hebben en niet eens begrijpen wat zij verloren hebben.”

Toen de Beit HaMikdash nog stond, bracht het mizbeach verzoening voor hen.

Maar er is nog een andere boodschap voor de volken, die wij slechts enkele dagen voor Soekot hebben gelezen.

Op de middag van Jom Kipoer, op het hoogtepunt van Israëls nationale ontmoeting met tesjoeva, lezen wij Sefer Jona.

Opmerkelijk genoeg is een van de grote voorbeelden van geslaagde nationale bekering die ons op de heiligste dag van het Joodse jaar wordt voorgehouden, niet de bekering van Israël. Het is de bekering van Ninevé.

Jona gaat die grote niet-Joodse stad binnen met een angstaanjagende waarschuwing:

עוד ארבעים יום ונינוה נהפכת

“Nog veertig dagen en Ninevé zal worden omgekeerd.”

De waarschuwing bereikt de koning van Ninevé. Hij staat op van zijn troon, trekt zijn koninklijke gewaden uit, bedekt zich met een rouwkleed en gaat in de as zitten.

Hij roept zijn volk op om krachtig tot God te roepen, hun slechte wegen te verlaten en zich af te keren van het geweld dat in hun handen is.

En vervolgens vermeldt de Schrift wat er gebeurde:

וירא האלקים את מעשיהם כי שבו מדרכם הרעה

“God zag hun daden, dat zij zich hadden afgekeerd van hun slechte weg.”

Ninevé werd gewaarschuwd. Ninevé luisterde. Ninevé veranderde. En Ninevé werd gered.

Hierin ligt een diepgaande boodschap voor de volken van onze eigen tijd.

Bijbelse profetie stelt vernietiging niet voor als iets wat onvermijdelijk is zodra een volk eenmaal de verkeerde weg heeft gekozen. Er blijft een andere weg open: tesjoeva.

Ninevé laat zien dat volken en hun leiders, zelfs wanneer het oordeel al is aangekondigd, nog steeds de mogelijkheid hebben een andere richting in te slaan.

Zij kunnen erkennen wat verkeerd is gegaan, onrecht verlaten en voor een andere toekomst kiezen.

Dit is werkelijk hun kans.

Direct na Jom Kipoer komt Soekot, en Soekot draagt een buitengewone profetische boodschap met zich mee over juist die volken.

De profeet Zacharia beschrijft een verbazingwekkend visioen over het einde der dagen.

Eerst komt de confrontatie:

ואספתי את כל הגויים אל ירושלים למלחמה

“Ik zal alle volken tegen Jeruzalem verzamelen voor de strijd.”

De beelden zijn angstaanjagend. De volken van de wereld verzamelen zich tegen Jeruzalem.

Maar daarmee eindigt het verhaal nadrukkelijk niet.

Zacharia beschrijft vervolgens hoe de overlevenden uit diezelfde volken een opmerkelijke verandering ondergaan:

והיה כל הנותר מכל הגויים הבאים על ירושלים ועלו מדי שנה בשנה להשתחות למלך ה׳ צבאות ולחג את חג הסוכות

“Allen die overgebleven zijn uit de volken die tegen Jeruzalem waren gekomen, zullen van jaar tot jaar optrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het feest van Soekot te vieren.”

Jona en Zacharia horen daarom bij elkaar.

Jona leert ons dat de volken zich kunnen bekeren, terwijl Zacharia ons laat zien waar de geschiedenis uiteindelijk naartoe gaat.

Denk eens aan deze beelden en denk vervolgens aan wat wij bij de Verenigde Naties hebben gezien.

Aan de vooravond van het feest dat de relatie van Israël met de zeventig volken vertegenwoordigt, kwamen vertegenwoordigers van de volken samen in één zaal.

De vertegenwoordiger van de Joodse staat stond op om te spreken — en tientallen vertegenwoordigers keerden hem de rug toe en vertrokken.

Voor iemand die de geschiedenis bekijkt door het prisma van de Geula is de symboliek onmogelijk te negeren.

Ik suggereer niet dat wij vol vertrouwen een bepaalde nieuwsgebeurtenis kunnen aanwijzen als de letterlijke vervulling van een specifieke profetie.

De Joodse geschiedenis heeft ons geleerd voorzichtig te zijn met het vaststellen van tijdschema’s en met verklaringen dat wij precies weten waar wij ons in het profetische proces bevinden.

Maar we moeten ook niet zó voorzichtig worden dat we buitengewone parallellen niet meer opmerken wanneer zij zich voor onze ogen ontvouwen.

Soekot presenteert ons twee radicaal verschillende beelden van de volken.

Er zijn volken die zich tegen Jeruzalem verzamelen, en er zijn volken die naar Jeruzalem optrekken.

Er zijn volken die Israël afwijzen, en er zijn volken die uiteindelijk de heerschappij van de Ribbono Shel Olam, de Meester van de wereld, erkennen.

Er is confrontatie, maar er kan ook verandering zijn.

En Jona herinnert ons eraan dat de overgang van het ene naar het andere niet door een catastrofe hoeft te komen.

Er is een andere weg, en die weg is tesjoeva.

Dat was de keuze waarvoor Ninevé stond, en Ninevé maakte de juiste keuze.

De leiders vernederden zich, de inwoners veranderden hun wegen en de vernietiging werd afgewend.

Die les, die iedere Jom Kipoer in iedere synagoge wordt gelezen, is niet slechts een verhaal over een oude stad.

Het is een blijvende boodschap over de mogelijkheid van nationale bekering en over de verantwoordelijkheid van volken om te herkennen wanneer zij een vernietigende weg bewandelen en van richting te veranderen voordat het te laat is.

De bestemming die door onze Nevi’im, onze profeten, wordt beschreven, is niet dat Israël uiteindelijk de goedkeuring van de Verenigde Naties verdient.

Het gaat om iets veel groters: dat de volken uiteindelijk erkennen wat Jeruzalem werkelijk vertegenwoordigt.

De uiteindelijke bestemming is niet dat Jeruzalem legitimiteit zoekt bij de volken; het zijn de volken die naar Jeruzalem zullen optrekken.

Gisteren liepen velen van hen weg.

Zacharia vertelt ons dat zij op een dag in de tegenovergestelde richting zullen lopen, en Jona vertelt ons dat zij nog steeds de mogelijkheid hebben om te kiezen op welke manier zij daar zullen komen.


Datum: 27 September 2026

Auteur: Joshua Wanders

Afbeelding met AI gegenereerd door Israel365

Website: https://israel365news.com/421464/the-united-nations-sukkot-and-the-nations-of-the-world

EN / NL/ עב