Datum: 24 juli 2026
Door Shira Schechter
De auto die de achtjarige Charlotte Herzberg aanreed terwijl zij in Monsey, New York, op haar fiets reed, werd bestuurd door de beste vriend van haar vader, met wie hij al zeven jaar samen Thora studeerde.
Yudi Herzberg kwam enkele minuten na het telefoontje van zijn vrouw bij de plaats van het ongeluk aan. Hij zag twee Hatzolah-vrijwilligers die hij goed kende bezig met zijn dochter. Een van hen durfde hem niet aan te kijken. Toen zag hij de auto en begreep hij wat er was gebeurd.
Wat er in de daaropvolgende ogenblikken gebeurde, bepaalde alles wat daarna zou volgen. Herzberg begreep dat hij op een kruispunt stond en dat de weg waarop verdriet hem vanzelf zou meevoeren rechtstreeks naar verwijt en beschuldiging leidde. Hij weigerde die weg te gaan. Dit was een beproeving, concludeerde hij, en het enige wat God wilde weten, was of een man een kind kon verliezen en toch kon weigeren te haten.
Voordat hij naar het ziekenhuis vertrok, liep hij naar zijn vriend toe en omhelsde hem. Die avond, nadat de artsen hem hadden verteld dat Charlotte niet meer gered kon worden, ging hij naar het huis van de man en omhelsde hem opnieuw. De twee mannen bestuderen nog altijd iedere ochtend samen de Thora.
Sindsdien hebben meer dan 2.600 mensen beloofd om ter nagedachtenis aan Charlotte een daad van sjalom, vrede, te verrichten. Ruzies die al veertig jaar duurden, zijn beëindigd. Kinderen die van hun ouders vervreemd waren geraakt, hebben weer bij hen aangeklopt.
We zijn net uit Tisja Be’Av gekomen, waardoor het moeilijk is de timing van dit verhaal te negeren.
Ieder Joods kind leert dat de Tweede Tempel werd verwoest vanwege sinat chinam, ongegronde haat. We herhalen dat zo vaak dat het achtergrondruis is geworden, een keurige morele les die we samen met de vastendag opbergen. Maar wanneer we nauwkeurig kijken naar wat de Wijzen werkelijk beweerden, blijkt hun diagnose veel verontrustender te zijn dan deze bekende uitspraak.
Zij beschreven een generatie die zich aan de Thora hield. De Tempel stond. De offers werden dagelijks gebracht. De leerhuizen zaten vol. Naar iedere meetbare maatstaf van religieuze gehoorzaamheid deed die generatie wat God van haar vroeg. En toch werd zij vernietigd.
Hoe kan een volk alles verliezen terwijl het ogenschijnlijk alles goed doet?
De Netziv, rabbijn Naftali Tzvi Yehuda Berlin van Volozhin, ziet deze tegenstelling rechtstreeks onder ogen. Onze Wijzen beschrijven die generatie als rechtvaardig en volledig toegewijd aan de Thora. Tegelijkertijd beschrijven zij haar als verteerd door haat. Beide beschrijvingen zijn volgens hem waar, omdat de haat voortkwam uit hun vroomheid, en niet ondanks hun vroomheid. Het waren nauwgezette mannen die iedereen die God op een andere manier diende dan zijzelf, verdachten van ketterij.
De haat kwam niet voort uit een gebrek aan Thora. De haat was gekleed in Thora.
Daarom kon de Tempel hen niet redden. God had hun vanaf het begin gezegd dat de Tempel dat niet zou doen.
“U mag uw broeder in uw hart niet haten”, gebiedt Leviticus, en in het volgende vers staat: “U moet uw naaste liefhebben als uzelf” (Leviticus 19:17-18). Dit zijn geen vriendelijke opmerkingen die aan de eigenlijke inhoud van het geloof zijn toegevoegd. Ze staan midden in een hoofdstuk over heiligheid, naast verboden op diefstal, valse getuigenissen en het vervloeken van een dove. De God van Israël aanvaardt geen offer van een man die zijn broeder veracht. Jesaja zei het met een directheid die nog altijd pijn doet:
חָדְשֵׁיכֶם וּמוֹעֲדֵיכֶם שָׂנְאָה נַפְשִׁי הָיוּ עָלַי לָטֹרַח נִלְאֵיתִי נְשֹׂא׃
“Uw nieuwemaansdagen en uw feestdagen haat Mijn ziel; ze zijn Mij tot last, Ik ben het moe ze te dragen.”
Jesaja 1:14
וּבְפָרִשְׂכֶם כַּפֵּיכֶם אַעְלִים עֵינַי מִכֶּם גַּם כִּי־תַרְבּוּ תְפִלָּה אֵינֶנִּי שֹׁמֵעַ יְדֵיכֶם דָּמִים מָלֵאוּ׃
“En wanneer u uw handen uitspreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u. Ook wanneer u uw gebed vermeerdert, luister Ik niet: uw handen zitten vol bloed.”
Jesaja 1:15
Om ervoor te zorgen dat God onze aanbidding aanvaardt, zegt Hij:
רַחֲצוּ הִזַּכּוּ הָסִירוּ רֹעַ מַעַלְלֵיכֶם מִנֶּגֶד עֵינָי חִדְלוּ הָרֵעַ׃
“Was u, reinig u! Doe uw slechte daden van voor Mijn ogen weg. Houd op met kwaad doen.”
Jesaja 1:16
לִמְדוּ הֵיטֵב דִּרְשׁוּ מִשְׁפָּט אַשְּׁרוּ חָמוֹץ שִׁפְטוּ יָתוֹם רִיבוּ אַלְמָנָה׃
“Leer goed te doen, zoek het recht! Help de verdrukte, doe de wees recht, bepleit de rechtszaak van de weduwe.”
Jesaja 1:17
De Jeruzalemse Talmoed trekt daaruit een conclusie die de meesten van ons liever niet horen. Iedere generatie waarin de Tempel niet wordt herbouwd, wordt beschouwd alsof zij hem zelf heeft verwoest. Wij zijn niet bezig de schuld van onze voorouders af te betalen. Jaar na jaar kiezen wij of wij hun zonde opnieuw zullen begaan.
Dat roept de vraag op die er werkelijk toe doet. Als ongegronde haat het huis heeft doen instorten, wat zal het dan weer oprichten?
Rav Kook gaf het antwoord in één zin, een van de meest veeleisende uitspraken uit het moderne Joodse denken. Als wij werden verwoest, en de wereld samen met ons werd verwoest, vanwege ongegronde haat, dan zullen wij worden herbouwd, en zal de wereld samen met ons worden herbouwd, door ahavat chinam, ongegronde liefde.
Ongegronde liefde is geen liefde voor mensen die haar hebben verdiend. Dat soort liefde is gebaseerd op redenen, en redenen kunnen verdwijnen. Ongegronde liefde is liefde die blijft bestaan wanneer iedere rechtvaardiging ervoor is weggevallen. Liefde voor de broer die fout zat en dat nooit heeft toegegeven. Liefde voor de medegelovige wiens politieke standpunten je onverdraaglijk vindt. Liefde voor de man wiens auto jouw dochter aanreed.
כֹּה־אָמַר יְהֹוָה צְבָאוֹת צוֹם הָרְבִיעִי וְצוֹם הַחֲמִישִׁי וְצוֹם הַשְּׁבִיעִי וְצוֹם הָעֲשִׂירִי יִהְיֶה לְבֵית־יְהוּדָה לְשָׂשׂוֹן וּלְשִׂמְחָה וּלְמֹעֲדִים טוֹבִים וְהָאֱמֶת וְהַשָּׁלוֹם אֱהָבוּ׃
“Zo zegt de HEERE van de legermachten: Het vasten in de vierde, het vasten in de vijfde, het vasten in de zevende en het vasten in de tiende maand zal voor het huis van Juda worden tot vreugde, tot blijdschap en tot feestdagen. Heb dan de waarheid en de vrede lief!”
Zacharia 8:19
Zacharia sprak tot een generatie die had gezien hoe de Eerste Tempel in vlammen opging en die probeerde een tweede Tempel te bouwen. Hij maakte de voorwaarden duidelijk. De vastendagen van de vierde, de vijfde, de zevende en de tiende maand zullen dagen van vreugde en blijdschap worden, beloofde hij. Daarna noemde hij de voorwaarde: heb waarheid en vrede lief. Niet: overwin. Niet: bouw. Heb vrede lief, actief, zoals je iets liefhebt waarnaar je voortdurend verlangt.
Wanneer we na die voorwaarde verder lezen, ontdekken we wat ons aan de andere kant te wachten staat. Volken en inwoners van vele steden zullen komen, zegt Zacharia, en vele naties zullen de HEERE van de legermachten in Jeruzalem zoeken. Vervolgens beschrijft hij het moment zelf: tien mannen uit alle talen van de volken grijpen de slip van het kleed van een Joodse man vast en zeggen: “Wij gaan met u mee, want wij hebben gehoord dat God met u is” (Zacharia 8:20-23).
Zacharia beschrijft geen toeschouwers. Iedereen die dat kleed vasthoudt, doet dit omdat hij gelooft dat de God van Israël Zijn beloften houdt en omdat hij wacht op dezelfde verlossing waarop wij wachten. De voorwaarde die Zacharia stelde, is niet alleen door ons te vervullen.
De generatie tot wie Zacharia sprak, heeft de Tempel herbouwd. Bijna zes eeuwen later verloren hun nakomelingen hem opnieuw. Niet alleen door de krijgskunst van Rome, maar ook door hun eigen minachting voor elkaar.
Wij zijn de generatie die de profeten beschreven: verzameld uit de volken, staand in het land en getuige van het in vervulling gaan van de beloften. Of ook de laatste beloften werkelijkheid worden, hangt af van iets wat absurd klein en bijna onmogelijk lijkt: het telefoontje dat je nog niet hebt gepleegd, de broer die je hebt afgeschreven, de persoon van wie je hebt besloten dat hij buiten bereik is.
Yudi Herzberg verloor meer dan iemand van ons ooit zou mogen verliezen, en toch bouwde hij daar vrede uit. Dat is de opdracht die Charlotte heeft achtergelaten, en we hoeven geen tragedie mee te maken om daarop te antwoorden. Er is een telefoontje voor nodig, een deur waaraan moet worden geklopt, een eerste stap waarop wij tot nu toe hebben gewacht omdat we vonden dat de ander hem moest zetten.
Bouw aan vrede en bespoedig de verlossing waarop wij allemaal wachten.
Datum: 24 juli 2026
Door Shira Schechter
Afbeelding: Redactie Radio Israël
Website:https://theisraelbible.com/the-man-who-refused-to-hate/




