5e Artikel en laatste artikel  in deze serie:Van Rome naar Jeruzalem – De verborgen lijn door de wereldgeschiedenis

Datum: 24 Augustus 2026

Auteur: Redactie Radio Israël

De geschiedenis van Constantinopel zou vooral een interessant verleden blijven wanneer Turkije vandaag nauwelijks nog een rol rond Israël speelde. De werkelijkheid is anders. Turkije is de afgelopen jaren op meerdere fronten dichter bij de centrale conflicten rond Israël gekomen.

Dat gebeurt via Syrië, via de Palestijnse kwestie, via Jeruzalem en de Tempelberg, maar ook via de relaties die Ankara onderhoudt met Iran en Rusland.

Daardoor krijgt de historische lijn uit de eerdere artikelen opnieuw betekenis.

Syrië als toegang tot Israëls noordgrens

De Turkse invloed in Syrië is groot. Ankara heeft jarenlang militaire operaties in Noord-Syrië uitgevoerd en beschouwt ontwikkelingen daar rechtstreeks als onderdeel van zijn nationale veiligheid.

Sinds de val van het regime van Bashar al-Assad eind 2024 heeft Turkije bovendien nauwe relaties opgebouwd met de nieuwe Syrische machtsstructuur. De samenwerking omvat politiek, veiligheid, wederopbouw, infrastructuur en defensie.

Hierdoor verandert de geografische positie van Turkije ten opzichte van Israël.

Turkije zelf grenst niet aan Israël. Syrië wel.

Wanneer Turkije steeds meer invloed krijgt op de Syrische defensie, economie en politiek, schuift de Turkse invloedssfeer feitelijk verder richting Israëls noordgrens.

Dat maakt de ontwikkeling interessant in het licht van Ezechiël 38, waar een coalitie van volken tegen Israël optrekt. De huidige ontwikkelingen vormen op zichzelf nog geen vervulling van die profetie, maar de geografische beweging verdient aandacht.

Turkije en de Palestijnse beweging

Turkije onderhoudt sinds 1975 officiële betrekkingen met de PLO. Op 15 november 1988 erkende Ankara de in ballingschap uitgeroepen Staat Palestina, op dezelfde dag waarop deze door de Palestijnse leiding werd uitgeroepen. Turkije ondersteunt sindsdien een Palestijnse staat op basis van de grenzen van 1967, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. (BZ Türkiye)

De Turkse steun gaat veel verder dan diplomatieke erkenning. Ankara heeft zich herhaaldelijk ingezet voor een sterkere Palestijnse positie binnen de Verenigde Naties en andere internationale organisaties. Tijdens het Turkse voorzitterschap van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking speelde Turkije een actieve rol bij resoluties over Jeruzalem en de positie van Palestijnse burgers. (BZ Türkiye)

Daarnaast zou Turkije omvangrijke humanitaire hulp hebben geleverd. In maart 2026 meldde de Turkse hulporganisatie TİKA dat zij meer dan 200 ton voedsel had verspreid en bijdroeg aan ongeveer 130.000 iftarmaaltijden voor Palestijnse gezinnen. (tika.gov.tr)

Voor deze serie is vooral de Turkse houding tegenover Jeruzalem en de Tempelberg belangrijk. Ankara verdedigt de islamitische status van Al-Aqsa en ondersteunt internationaal Palestijnse aanspraken op Oost-Jeruzalem.

Zo ontstaat opnieuw een verbinding met het Ottomaanse verleden. Constantinopel bestuurde Jeruzalem eeuwenlang rechtstreeks. Het moderne Ankara beschikt niet over die soevereiniteit, maar probeert via diplomatie en internationale organisaties nog steeds invloed uit te oefenen op de toekomst van Jeruzalem.

Wat betekende ‘Palestijns’ onder het Britse Mandaat?

Hier is een belangrijk historisch onderscheid nodig.

Wanneer in documenten uit de Britse Mandaatperiode over Palestijnse burgers wordt gesproken, heeft dat niet dezelfde betekenis als wanneer tegenwoordig over het Palestijnse volk wordt gesproken.

Het Mandaat voor Palestina droeg Groot-Brittannië op een nationaliteitswet tot stand te brengen. Artikel 7 bepaalde zelfs expliciet dat daarin voorzieningen moesten worden opgenomen om het verkrijgen van Palestijns staatsburgerschap door Joden die zich permanent in het land vestigden te vergemakkelijken. (Avalon Project)

Onder Brits bestuur konden dus zowel Joden als Arabieren juridisch Palestijnse burgers zijn.

“Palestijns” was in deze context in de eerste plaats een territoriale en juridische aanduiding: iemand was burger van het Britse Mandaatgebied Palestina, de staat Israël bestond toen nog niet en vanuit het oude Rome werd het gebied al eeuwenlang als Palestijns aangeduid in een verwijzing naar Filistijnen die daar vroeger ook hadden geleefd.

Een Jood in Tel Aviv kon juridisch Palestijn zijn, evenals een Arabier in Jaffa of Nablus.

Daarom kan deze Mandaatnationaliteit niet zonder meer worden gebruikt als bewijs voor het bestaan van een Palestijns-Arabische nationaliteit in de huidige politieke betekenis.

Binnen hetzelfde Mandaatgebied ontwikkelden zich juist verschillende nationale bewegingen.

Een moderne Palestijns-Arabische identiteit

Ook vóór de jaren zestig bestonden Arabische politieke organisaties en een groeiend Arabisch nationalisme in het Mandaatgebied. Het huidige begrip van één afzonderlijk Palestijns-Arabisch volk kreeg echter in de jaren 60 van de twintigste eeuw zijn politieke vorm.

De bevolking van het gebied bestond bovendien uit verschillende gemeenschappen. Er waren Arabische families die al generaties lang in steden en dorpen woonden, terwijl ook migratie uit omliggende gebieden als Syrië, Libanon, Transjordanië en Egypte plaatsvond.

Daarom is het historisch zuiver om de moderne Palestijnse identiteit te zien als een nationaliteitsvorming die verschillende Arabischsprekende gemeenschappen steeds sterker onder één politieke identiteit bracht.

De beslissende institutionele fase kwam in de jaren zestig.

De PLO verandert de betekenis van ‘Palestijns’

De Palestine Liberation Organization werd in 1964 opgericht. Yasser Arafat stond op dat moment nog niet aan het hoofd van de organisatie. Zijn Fatah-beweging kreeg later steeds meer invloed en in 1969 werd Arafat voorzitter van de PLO.

De betekenis van deze ontwikkeling blijkt goed uit het Palestijnse Nationale Handvest van 1968.

Artikel 1 zegt:

“Palestine is the homeland of the Arab Palestinian people; it is an indivisible part of the Arab homeland.”

Artikel 5 definieert vervolgens wie voortaan als Palestijn wordt beschouwd:

“The Palestinians are those Arab nationals who, until 1947, normally resided in Palestine…”

Daarmee construeerde de PLO een duidelijke Arabisch-nationale definitie van Palestijnse identiteit. De Britse territoriale betekenis, waarin ook Joden Palestijnse burgers konden zijn, maakte plaats voor een exclusief Arabisch-politieke betekenis. (Avalon Project)

Dit onderscheid is belangrijk.

De term Palestina is oud. Het Mandaat Palestina was een territoriale bestuursnaam, die al stamt vanuit de Romeinse overheersing. De huidige Palestijnse nationale identiteit is weer een andere historische ontwikkeling.

Deze begrippen mogen niet als vanzelfsprekend met elkaar worden vereenzelvigd.

Yasser Arafat en Egypte

Yasser Arafat werd in 1929 in Caïro geboren en groeide grotendeels in Egypte op.

Over delen van zijn familiegeschiedenis bestaan uiteenlopende versies en ook Arafats eigen voorstelling van zijn afkomst is regelmatig onderwerp van discussie geweest. Voor dit onderzoek is vooral zijn politieke rol van belang.

Arafat werd de man onder wie de PLO vanaf het einde van de jaren zestig steeds sterker uitgroeide tot de internationale vertegenwoordiger van een afzonderlijke Palestijnse nationale beweging.

Hij gaf daarmee grote politieke kracht aan een identiteit die daarvoor nog veel minder institutioneel was vastgelegd.

Daarbij speelde de internationale omgeving van de Koude Oorlog een aanzienlijke rol.

De Sovjet-Unie en de Palestijnse beweging

De banden tussen de Sovjet-Unie en Palestijnse organisaties waren aanzienlijk.

Gedeclassificeerde Amerikaanse inlichtingendocumenten beschrijven dat Moskou jarenlang militaire hulp en training leverde aan de PLO en verschillende aangesloten groeperingen. Een groot gedeelte van die Sovjetsteun ging naar Fatah, de organisatie van Yasser Arafat. (CIA)

Een afzonderlijke CIA-studie over de Sovjet-Palestijnse verbinding laat bovendien zien dat Moskou probeerde de Palestijnse beweging te beïnvloeden en communistische organisaties binnen die beweging te versterken. De Sovjets stimuleerden in 1970 zelfs communistische partijen in Irak, Jordanië, Libanon en Syrië om een eigen commando-organisatie binnen de Palestijnse beweging te vormen. (CIA)

De voormalige Roemeense inlichtingenchef Ion Mihai Pacepa ging in zijn latere getuigenissen nog veel verder. Hij stelde dat de KGB betrokken was bij Arafats politieke vorming en dat Oost-Europese veiligheidsdiensten hem intensief ondersteunden.

Die specifieke beschuldigingen komen vooral uit Pacepa's getuigenis en moeten daarom ook zo worden benoemd. De bredere Sovjetsteun aan Arafat, Fatah en de PLO is door gedeclassificeerde documenten veel ruimer bevestigd.

Daarmee wordt de Russische factor in het ontstaan en de internationale ontwikkeling van de moderne Palestijnse beweging belangrijker dan vaak wordt vermeld.

De naam Palestina en Rome

Ook de naam Palestina verdient aandacht in het kader van deze serie.

De naam is ouder dan de PLO en zelfs ouder dan de Romeinse tijd. Griekse auteurs gebruikten vormen van Palaistinē al eerder voor delen van het gebied.

Na de Bar Kochba-opstand in de tweede eeuw kreeg de naam echter een nieuwe bestuurlijke betekenis. De Romeinse provincie Judaea werd voortaan Syria Palaestina genoemd en Jeruzalem werd omgevormd tot Aelia Capitolina.

Daarmee verdween de naam Judaea uit de Romeinse provinciale benaming.

Voor de lijn van deze serie is dat opmerkelijk. Dezelfde Romeinse macht die Jeruzalem en de Tweede Tempel had vernietigd, veranderde later ook de bestuurlijke benaming van het gebied.

Eeuwen later gebruikte het Britse Mandaat opnieuw de naam Palestine, maar toen als territoriale aanduiding voor een bevolking die uit Joden en Arabieren bestond.

Pas veel later kreeg het woord in de internationale politiek steeds meer de huidige exclusief Palestijns-Arabische betekenis. Dat historische onderscheid is essentieel.

UN Watch en de internationale opbouw van de Palestijnse positie

Ook internationale organisaties hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de huidige Palestijnse politieke positie.

UN Watch wijst er bijvoorbeeld op dat er vóór 1967 in Judea en Samaria en Gaza geen onafhankelijke Palestijnse staat bestond. Judea en Samaria stonden tussen 1948 en 1967 onder Jordaanse controle en Gaza onder Egyptisch bestuur. (UN Watch)

UN Watch bekritiseert daarnaast de bijzondere manier waarop het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk binnen de Verenigde Naties is georganiseerd. Anders dan bij veel andere vluchtelingengroepen wordt de status binnen UNRWA ook doorgegeven aan nakomelingen. Daardoor groeide het aantal geregistreerde Palestijnse vluchtelingen door de generaties heen tot miljoenen. (UN Watch)

Volgens UN Watch heeft deze structuur de gedachte aan een massaal “recht op terugkeer” naar het huidige Israël in stand gehouden en daarmee ook politieke gevolgen voor het voortbestaan van Israël als Joodse staat. Dat is de analyse van UN Watch en moet als zodanig worden gelezen, maar zij legt wel een belangrijke internationale factor bloot in de ontwikkeling van de Palestijnse zaak. (UN Watch)

Ook bij de erkenning van een Palestijnse staat wijst UN Watch op de bredere historische context. De Arabische leiding verwierp het VN-verdelingsplan van 1947, terwijl de Joodse leiding het accepteerde. Volgens UN Watch wordt die voorgeschiedenis in hedendaagse discussies over erkenning vaak onvoldoende meegewogen. (UN Watch)

Turkije behoort tegenwoordig juist tot de landen die actief verdere internationale erkenning van Palestina bevorderen.

Iran: samenwerking tussen rivalen

Naast de Palestijnse kwestie verdient de verhouding met Iran aandacht.

Turkije en Iran zijn buren en handelspartners en onderhouden structureel politiek overleg. Tegelijkertijd zijn zij regionale rivalen.

Iran is overwegend Perzisch en sjiitisch, Turkije overwegend Turks en soennitisch. Hun belangen hebben herhaaldelijk gebotst in Syrië, Irak en de Kaukasus.

Een toekomstige coalitie hoeft echter niet uit staten te bestaan die dezelfde godsdienstige of geopolitieke doelen delen.

Ezechiël noemt Perzië expliciet:

“Perzië, Cusj en Put met hen.”
— Ezechiël 38:5

De historische en geografische verbinding tussen Perzië en het huidige Iran is veel directer dan verschillende andere moderne identificaties uit dit hoofdstuk.

Rusland: partner, rivaal en historische factor

Met Rusland heeft Turkije eveneens een dubbelzinnige verhouding.

Turkije is NAVO-lid, terwijl Rusland een van de belangrijkste strategische tegenstanders van de NAVO is.

Toch zijn beide landen economisch sterk verbonden. Russisch gas bereikt Turkije onder andere via TurkStream en Rusland is nauw betrokken bij de kerncentrale Akkuyu.

Ankara en Moskou concurreren tegelijk in Syrië, de Zwarte Zee en de Kaukasus.

Dat geeft Turkije een bijzondere positie tussen Rusland en het Westen.

Wanneer we daar de historische Sovjetsteun aan de Palestijnse beweging bij betrekken, verschijnt Rusland bovendien op twee niveaus in deze geschiedenis: als huidige geopolitieke partner en concurrent van Turkije én als voormalige grootmacht die Arafat en verschillende Palestijnse organisaties jarenlang ondersteunde.

Gomer en Beth-Togarma

Ezechiël noemt naast Perzië:

“Gomer met al zijn troepen, Beth-Togarma uit de uiterste streken van het noorden.”
— Ezechiël 38:6

Over de precieze geografische identificatie van deze volken bestaat discussie.

Verschillende historische reconstructies plaatsen Beth-Togarma in de bredere Anatolische of Armeense wereld. Daardoor komt het gebied van het huidige Turkije vanzelf binnen de geografische discussie rond Ezechiël 38.

De Schrift noemt modern Turkije niet bij naam als Gog. Rusland wordt evenmin letterlijk genoemd.

De relevante observatie is dat Iran, Anatolië, de Kaukasus en gebieden ten noorden van Israël allemaal voorkomen in pogingen om de geografie van Ezechiël te reconstrueren.

De tien koningen blijven een belangrijke toets

Hiermee keren we terug naar Openbaring.

Een sterk Turks leger, de Bosporus, historische banden met Constantinopel, invloed in Syrië en actieve steun aan de Palestijnse zaak leveren interessante parallellen op. Openbaring geeft echter nog specifiekere kenmerken.

Johannes schrijft:

“De tien horens die u gezien hebt, zijn tien koningen.”
— Openbaring 17:12

En vervolgens:

“Zij hebben één bedoeling en zullen hun kracht en macht aan het beest geven.”
— Openbaring 17:13

Hier ontstaat een samengestelde politieke macht waarin verschillende machthebbers uiteindelijk gezamenlijk gezag overdragen.

Een dergelijke concrete structuur is vandaag nog niet zichtbaar.

De ontwikkelingen rond Turkije worden profetisch pas werkelijk overtuigend wanneer meer van deze kenmerken tegelijk herkenbaar zouden worden.

Conclusie – Jeruzalem blijft het middelpunt

Wanneer deze serie vanuit de Bijbel wordt overzien, valt één plaats steeds opnieuw op: Jeruzalem.

Babylon vernietigde de Eerste Tempel. Rome vernietigde de Tweede Tempel. Rome veranderde later ook de bestuurlijke naam Judaea. Constantinopel werd vervolgens het centrum van het voortgezette Romeinse rijk. Het Ottomaanse Constantinopel bestuurde Jeruzalem ongeveer vier eeuwen. Het huidige Turkije ondersteunt opnieuw actief internationale aanspraken rond Oost-Jeruzalem en de Tempelberg.

Ook de moderne Palestijnse nationale beweging moet binnen die lange geschiedenis worden geplaatst. De juridische “Palestijnse nationaliteit” van het Britse Mandaat omvatte Joden én Arabieren en verschilde wezenlijk van de exclusief Arabische definitie die de PLO vanaf de jaren zestig vastlegde. Het PLO-Handvest van 1968 gaf die moderne identiteit een duidelijke politieke en territoriale formulering. (Avalon Project)

Daarachter verschijnt vervolgens de internationale politiek. De Sovjet-Unie ondersteunde Fatah en de PLO met wapens, opleiding en politieke steun. Turkije erkende de in ballingschap uitgeroepen Palestijnse staat in 1988 en zet zich sindsdien internationaal sterk voor die zaak in. Iran heeft zijn eigen confrontatie met Israël en Rusland onderhoudt nog altijd relaties met verschillende machten in de regio.

Vanuit joods en Messiaans perspectief kan daarbij één Bijbelse lijn niet worden genegeerd. Het land en Jeruzalem zijn in de Tenach geen willekeurige stukken grond. Zij maken deel uit van Gods verbondsgeschiedenis met Abraham, Izak en Jakob.

God zegt tot Abraham:

“Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven.”
— Genesis 12:7

Aan Izak wordt dezelfde belofte bevestigd:

“Aan u en uw nageslacht zal Ik al deze landen geven, en Ik zal de eed gestand doen die Ik Abraham, uw vader, gezworen heb.”
— Genesis 26:3

En ook Jakob ontvangt de belofte:

“Het land waarop u ligt te slapen, zal Ik aan u en uw nageslacht geven.”
— Genesis 28:13

Binnen het christelijke en Messiaanse geloof wordt die verbondslijn door de komst van Yeshua niet uitgewist. Paulus vraagt in Romeinen 11:1 zelfs nadrukkelijk:

“Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet!”

Daarom krijgt de politieke strijd rond Israël vanuit deze Bijbelse visie ook een geestelijke dimensie. Zacharia beschrijft Jeruzalem in de eindtijd als een plaats waar de volken zich opnieuw omheen verzamelen:

“Ik zal Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom.”
— Zacharia 12:2

En vervolgens:

“Ik zal Jeruzalem maken tot een zware steen voor alle volken.”
— Zacharia 12:3

Dat beeld lijkt opvallend actueel. Jeruzalem is geografisch klein, maar diplomatiek, religieus en politiek houdt de stad de wereld voortdurend bezig.

Vanuit joodse verwachting staat Jeruzalem centraal in de toekomstige verlossing en de regering van de Messias. Vanuit het Messiaanse geloof wordt die verwachting verbonden met Yeshua HaMasjiach, Die volgens de profeten uiteindelijk vanuit Jeruzalem zal regeren.

Jesaja zegt:

“Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.”
— Jesaja 2:3

Daarmee krijgt ook het onderzoek naar Babylon,Rome,Turkije, Iran, Rusland en de Palestijnse kwestie zijn juiste plaats. De uiteindelijke vraag is niet welke menselijke macht Jeruzalem voor altijd zal beheersen. De Bijbelse profetie wijst naar het moment waarop menselijke aanspraken hun grens bereiken.

Daniël zegt:

“In de dagen van die koningen zal de God van de hemel een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan.”
— Daniël 2:44

De machtslijnen die we in deze serie hebben gevolgd — Babylon, Rome, Constantinopel, het Ottomaanse rijk, moderne internationale netwerken en de huidige staten rondom Israël — kunnen daarom worden bestudeerd als mogelijke onderdelen van een groter profetisch patroon.

De Schrift legt het eindpunt echter vast bij het Koninkrijk van God.

Jeruzalem wordt daarin uiteindelijk niet de hoofdstad van Babylon, Rome, een islamitisch rijk of een internationaal politiek systeem. Volgens de profeten wordt zij de stad van waaruit de God van Abraham, Izak en Jakob Zijn regering over de volken zichtbaar zal maken. En van waaruit de Thora over de hele wereld zal uitgaan.

5e Artikel en laatste artikel  in deze serie:Van Rome naar Jeruzalem – De verborgen lijn door de wereldgeschiedenis


Datum: 24 Augustus 2026

Auteur: Redactie Radio Israël

Afbeelding: Met AI gegenereerd, Redactie Radio Israël

EN / NL/ עב