Interview met Els van Diggele: ‘Ik concludeerde dat er een eeuw van stagnatie, vernietiging en een machtsstrijd was die over de rug van de gewone Palestijnse Arabieren wordt uitgevochten”

“Mijn eerste boek, ‘Een volk dat alleen woont’, verscheen in 2000 waarin de interne conflicten in Israël met betrekking tot de identiteit van de staat wordt besproken. Ik publiceerde in 2007 mijn volgende boek, ‘Heilige ruzies, christenen in Israël’, dat gaat over de verdeeldheid tussen christenen in Israël”.

Els van Diggele werd geboren in 1967 in het Nederlandse dorp Warmond. Na haar geschiedenisstudies aan de Universiteit in Leiden, volgde ze een postdoctorale cursus journalistiek aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

“Ik wilde een trilogie schrijven over de Palestijnse Arabieren. Ik woonde een tijdje in de gebieden van de Palestijnse Autoriteit, zorgvuldig op zoek naar mensen die de waarheid durfden te vertellen. Anders zou ik alleen maar horen: ‘Alles is in orde. De Israëlische bezetting is het probleem’”.

“Mijn eerste inzicht kwam toen een Palestijnse Arabier me vroeg: ‘Schrijf je over onze bezetting? We zijn bezet door onze leiders. De Palestijnse bezetting begint in onze familie met onze vader en ooms. Vervolgens worden we bezet door onze baas en onze leiders. Het individu bestaat niet’. Hij voegde eraan toe: ‘Dat is ons werkelijke en grootste probleem en verklaart de stagnatie van onze samenleving'”.

“Ik heb een jaar binnen de gebieden van de Palestijnse Autoriteit gewoond. Ik heb me niet geregistreerd als journalist bij de autoriteiten. Ik werd op geen enkele manier door de autoriteiten gehinderd, hoewel er mensen waren die me ervan verdachten een spion te zijn. In Gaza heb ik ook geen hinder ondervonden. Interviewen was er zelfs gemakkelijker dan in Judea of Samaria. In Gaza zijn mensen angstig en de samenleving is erg hiërarchisch. Toch waren de mensen meer open, misschien omdat ze armer en wanhopiger zijn. Het werd me duidelijk dat er geen historische eenheid bestaat tussen  Judea/Samaria en de Gazastrook. Het is alsof je in verschillende werelden leeft”.

“De enige hindernis die ik tegenkwam was bij de Nablus-universiteit in Samaria. Ik vroeg de studenten naar een moord, gepleegd in 2007. Ik wilde weten wat er was gebeurd en waar het plaats had gevonden. Sommige mensen reageerden met: ‘Welke moord? Ik weet er niets van’. Dit antwoord is kenmerkend voor een cultuur van angst die vaak resulteert in het ontkennen van feiten. Een tweede keer ging ik er samen met een Palestijnse vrouw naar toe, die daar gestudeerd had. Ik moest bij de directie van de universiteit komen die me de toegang verbood”.

“Kijkend door de lens van de geschiedenis naar de Palestijns-Arabische samenleving, concludeerde ik dat er een eeuw van stagnatie, vernietiging en een machtsstrijd was die over de rug van de gewone Palestijnen wordt uitgevochten. Niemand heeft hen iets gevraagd. Deze houding loopt als een rode draad door de Palestijnse Arabische samenleving. Een goed voorbeeld is het verdrijven van de voormalige PA premier, Salam Fayyad. Ik sprak met deze gematigde man en ook met leidinggevenden van Hamas. De gematigde stem heeft geen kans van slagen in de Palestijnse samenleving”.

“Het beeld dat ik heb verkregen uit gesprekken met meewerkende Palestijnen verschilt sterk, van wat ons de afgelopen vijftig jaar is verteld door de NOS en de bekende Nederlandse kranten. Dat achterhaalde beeld vertelt ons, dat de Palestijnse Arabieren machteloze slachtoffers zijn van de Israëlische bezetting die vijftig jaar heeft geduurd”.

“Het nieuwe beeld waarmee ik de situatie begon te begrijpen, was tegenovergesteld aan het beeld dat ik normaal gesproken had, voordat ik aan mijn onderzoek begon. Het was een schokkende maar interessante ontdekking. Ik besefte dat Nederland (nog) niet rijp is voor dit nieuwe inzicht”.

“Ik begon deze situatie langzaam te bevatten. Veel Nederlanders zijn emotioneel betrokken bij de Palestijnse Arabieren. Ze geloven dat ze in een kansarme samenleving leven die men niet mag bekritiseren. Journalisten en deskundigen zijn allebei zo emotioneel betrokken dat ze hun beroep niet langer correct uitoefenen. Veel journalisten zijn onderdeel geworden van hetgeen ze verslaan. Feiten zijn dus niet langer relevant. Dit is het resultaat van vijftig jaar eenzijdige rapportage in West-Europa”.

“Mijn boek uit 2017 over de Palestijnen heeft dan ook als titel: ‘We haten elkaar meer dan de Joden’. Mensen in Nederland zeiden tegen me: ‘U had dit boek niet mogen schrijven. U weet van de bezetting. Alles komt voort uit de koloniale overheersing. De Palestijnse Arabieren zijn nooit in staat geweest om hun eigen regering te vormen omdat ze werden geregeerd door buitenlanders'”.

“Ik antwoordde: de benauwende verdeeldheid onder de Palestijnen houdt al een eeuw aan. Je kunt Engeland of Israël daar niet de schuld van geven”.

“Het is raar dat ik in Nederland met niemand op een serieuze, goed onderbouwde en rationele manier kan praten over mijn boek. Mensen begrijpen de aard van het Midden-Oosten niet. Wapens zijn overal aanwezig in de Palestijns-Arabische samenleving”.

“Fayyad wilde een ordelijke staat creëren door samen te werken met Israël. Hij zei: ‘Een staat is niet alleen ons recht, maar ook onze plicht. We hebben wet en orde nodig, ontwapening en een strijd tegen corruptie’. De Palestijnen wilden dit niet. Ze gaven de voorkeur aan verzet. Abbas werkte Fayyad eruit”.

Inmiddels is het boek dit voorjaar verschenen.

Bron: Arutz Sheva, Dr. Manfred Gerstenfeld, 7 december 2018